Dag 12 – Leven via de Natuur

Ik zie in mezelf dat ik mezelf vul met beelden uit de natuur. Ik kijk 100 x naar buiten naar de plantjes die uitkomen, de vogeltjes, de konijntjes. Wat zou ik zonder moeten? Ik zou me ongelukkig voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vullen met plaatsjes/beelden uit de natuur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vullen met iets buiten mezelf, in plaats van mezelf een en gelijk te maken als dat wat ik zie, aangezien dat wat ik zie mijn vertaling is van wat ik zie door mijn ogen, en dus ben ik het.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de natuur mooier en prettiger te vinden dan mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de diertjes zo lekker in hun lijfje te vinden zitten, en omdat ik zelf niet zo lekker in mijn lijfje zit kijk ik graag naar de diertjes die zo lekker in hun lijfje zitten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te proberen af te kijken hoe de diertjes lekker in hun lijfje zitten in plaats van zelf lekker in mijn lijfje te zitten door te stoppen met mezelf te vergelijken met wat buiten mij is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vergelijken met wat buiten mij is, waardoor ik mezelf afscheid van mezelf binnenin/als mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb lekker in mijn eigen lijf te zitten doordat ik niet een en gelijk ben als het fysiek als alles in, op en van de aarde.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moeite te hebben met afscheid nemen doordat ik mezelf heb afgescheiden van mezelf als alle leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet kan leven zonder de natuur, in plaats van in te zien dat ik gelijk als de natuur ben als zijnde gelijk als de aarde/het fysiek, alleen heb ik me daarvan afgescheiden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van de natuur als de aarde als het fysiek, en in plaats daarvan de menselijke natuur als systeem als mezelf ben gaan beschouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de menselijke natuur als systeem als mezelf te gaan beschouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de seksualiteit als die ik ken als natuur te beschouwen, in plaats van in te zien dat de seksualiteit die ik ken niet fysiek is maar een uitspatting van mezelf als systeem, wat niet gelijk als aarde is maar wat mezelf en anderen als systemen voedt en in stand houdt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de natuur prettiger te vinden dan mezelf, aangezien de natuur – dier, plant, steen, aarde – geen oordeel heeft, in plaats van in te zien dat ik zie dat de natuur geen oordeel heeft, dus ergens in mij moet ook iets aanwezig zijn wat geen oordeel heeft anders zou ik het niet kunnen waarnemen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb graag in de natuur te zijn omdat ik daar geen oordeel ervaar, in plaats van in te zien dat ik daar mijn eigen oordeel niet ervaar omdat ik de natuur niet ver-oordeel als zijnde afwijs.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet in oordeel reageer als ik in de natuur ben, in plaats van in te zien dat dat niet waar is, ik vind de natuur mooi, wat op zich al een oordeel is en wat de polariteit als lelijk ook bevordert.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de natuur te beoordelen zoals ik alles beoordeel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de polariteiten als de mind te activeren als ik in de natuur ben, ondertussen mezelf voedende met het zien van leven in de natuur, wat mezelf voeden is met wat ik zie, dus eigenlijk voed ik mezelf met mijn eigen mind door wat ik zie mooi te vinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te voeden met mijn eigen mind door dat wat ik zie mooi te vinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb graag een natuurmens genoemd te worden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb er trots op te zijn dat ik van de natuur houd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb trots te zijn op het feit dat ik ergens van houd, alsof datgene waar ik van houd iets over mij zegt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat dat waar ik van houd iets over mij zegt, wat me gelijk duidelijk maakt waarom ik er een hekel aan heb als iemand van mij houd waarbij ik het gevoel heb dat die ander mij gebruikt om zichzelf beter te voelen dan wel voor te doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf beter te voelen of mezelf beter voor te doen door van iets te houden buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb er een hekel aan te hebben als iemand van mij houd omdat ik daarbij het gevoel krijg gebruikt te worden door de ander als om de ander zich beter te laten voelen/voor te doen door zijn/haar liefde voor mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te voeden met iets wat ik als leven beschouw buiten mezelf, in plaats van zelf te leven een en gelijk als zelf als alle leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf zo minderwaardig te ervaren dat ik iets buiten mezelf nodig heb om van te houden om me gelijk als leven te voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het nodig is om mezelf als leven te voelen, en daardoor blijf ik mezelf voeden met het kijken naar leven wat voeden is met mijn eigen mind-oordeel, in plaats van in te zien dat ik een en gelijk als adem als leven ben en geen energetische voeding van de mind nodig heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik energetische voeding van de mind nodig heb om te kunnen leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden door alle oordelen over wat ik zie buiten mezelf, om me vervolgens proberen te vullen via wat ik zie buiten mezelf in oordeel in een poging om de splitsing/afgescheidenheid in mezelf van mezelf op te heffen met de ontbrekende polariteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te proberen de polariteit op te vullen met de ontbrekende polariteit en zo ‘heel’ te worden in/als de mind, in plaats van in te zien dat ik de polariteit kan stoppen met behulp van zelfvergevingen wat de polariteit stopt zodat ik een en gelijk als leven kan worden.

Als ik mezelf mezelf zie opvullen met een plaatje uit de natuur, dan stop ik, ik adem. In de adem kijk ik naar iets in de natuur en als er een oordeel in me omhoog komt, ook zoiets als, och wat schattig, dan pas ik hier zelfvergeving op toe. Dit doe ik net zolang totdat ik geen reactie meer heb van binnen op wat ik zie. Al(l)een in deze stilte sta ik echt gelijk aan wat ik zie in de natuur en sta ik gelijk als mezelf.

Als ik mezelf de woorden hoor zeggen “ik houd van” of “ik houd niet van”, in mijn hoofd of hardop, dan stop ik, ik adem. Ik pas zelfvergeving toe op waar ik wel of niet van denk te houden. Totdat ik gelijk sta aan waar ik van of niet van denk te houden, en ik dus niet meer denk en geen houden van meer ervaar.

Als ik mezelf gebruikt voel doordat ik hoor, zie of merk/denk te merken dat iemand van mij houdt, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat als ik me hiertegen verzet door weerstand te ervaren en deze in stand te houden, ik het houden van en mijn reacties daarop alleen maar versterk, waardoor de weerstand stand houdt in plaats van dat ik ga staan – to stand up – als mezelf. Zolang ik in de weerstand blijf staan zal er niets veranderen, niet in mij en niet in de ander. Mijn reacties zijn in en van mij; ik heb ze zelf gecreeerd en ik ben de enige die mijn reacties kan stoppen met behulp van zelfvergevingen. Ik pas zelfvergevingen toe op mijn reacties van binnen op het al dan niet ‘houden van’ van de persoon.

Ik sta mezelf niet toe te participeren in weerstand, wat me ervan weerhoudt op te staan – to stand up – als mezelf als Leven.

Ik verbind mezelf met Leven in/als mezelf, gelijk als de Aarde, door al mijn reacties in/als de mind, op wat ik zie buiten mijzelf, te stoppen. Ik adem en pas zelfvergevingen toe op datgene wat ik niet kan stoppen in de adem.

Ik laat de dieren, de planten, de stenen, de aarde met rust.

Dag 11 – Ik heb gefaald – Bewustzijnsontwikkeling als de wikkel van Angst

Het is me niet gelukt. Het is me niet gelukt om samen te leven met een man die nog niet in zichzelf wil zien. En ik word hierdoor afgeleid van mezelf, het triggert me zodanig dat ik blijf projecteren op hem, al zie ik achteraf wel dat ik het doe. Ik sta nog niet zo stevig in mezelf dat ik in deze situatie kan blijven staan. In theorie moet het kunnen, in de dagelijkse praktijk slaat het dood, slaan we elkaar dood (in expressie). Dus ik zie in theorie wel in mezelf maar kan het nog niet toepassen in de praktijk. Wat ook geen zien als zijn is in/als mezelf. Ik ben niet gelijk als zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik gefaald heb omdat het niet gelukt is om samen te leven met een man die nog niet in zichzelf wil zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te schamen dat het me niet gelukt is om met een man samen te leven die nog niet in zichzelf wil zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb met een man te willen samenleven, in plaats van in te zien dat ik alleen met/als mezelf kan leven, om vervolgens iets wat eigenlijk niet kan te gebruiken als reden om een ervaring van falen of schaamte te creeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het niet zien van de man in zichzelf als trigger-point in me te laten bestaan, welke me triggert om me af te leiden van mezelf in gedachtes, gevoelens en emoties, geprojecteerd op de man, waardoor ik zelf niet in zelf hoef te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in de toekomst te projecteren door te zien dat het moet kunnen, samen leven met iemand die al dan niet in zelf wil zien door alles terug naar zelf te halen, om er vervolgens achter te komen dat het op dit moment niet lukt, waardoor ik boos word op mezelf en op de man en niet hier kan zijn door deze boosheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat iets kan lukken of niet lukken, en dat als het me lukt ik slaag en gelukkig ben, en als het niet lukt ik faal en ongelukkig ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn ervaring van wie ik ben in het moment af te laten hangen van het al dan niet gelukken van een projectie in de toekomst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ontevredenheid in mezelf te creeren door mijn ervaring van mezelf in het moment af te laten hangen van een projectie in de toekomst van hoe ik zou moeten/kunnen zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een kans weggooi door deze projectie in de toekomst niet te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een kans te creeren door een projectie in de toekomst, niet ziende dat deze kans geen kans is maar een zelf gecreeerde toekomstprojectie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een projectie in de toekomst moet leven aangezien het zich aan lijkt te dienen als kans.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik en de man moeten voldoen aan wat ik projecteer in de toekomst, wat me ervan weerhoudt Hier te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen levend voorbeeld als levend Hier te kunnen zijn voor de man en als mezelf door te geloven dat ik moet leven wat ik projecteer in de toekomst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf en de man dood te slaan als expressie door te proberen de geprojecteerde toekomst te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dat te leven wat ik projecteer in de toekomst, uit angst dat de man weggaat als ik ga leven wat Hier is, aangezien ik zie dat de man niet in zelf wil zien en als ik in zelf ga zien en ga leven wat hier is gaat de man wellicht weg aangezien ik geloof dat hij niet in zelf wil zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man weggaat als ik in zelf ga zien en leef wat Hier is, in plaats van in te zien dat ik niet weet of de man wel of niet weggaat, maar uit angst dat hij weggaat ga ik vast weg, weg mijn eigen projectie in de toekomst in, om vervolgens boos te worden op de man dat hij niet Hier is en dus weg is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man niet in zelf wil zien, en daarom ga ik allerlei trucjes verzinnen om hem zogenaamd hier te houden, wat niet Hier is als Aanwezig als Zelf, maar hier bij bij, zorgend voor mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de man vast te houden in/als de mind door te leven wat ik projecteer in de toekomst, uit angst dat de man weggaat als ik Hier ga leven en alleen nog in zelf ga zien, aangezien ik niet geloof dat de man in zelf wil zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat de man weggaat als ik alleen nog in zelf ga zien en hij mij dus ook te zien krijgt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat de man weggaat als hij mij te zien krijgt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat de man weggaat als hij zichzelf te zien krijgt doordat ik alleen nog in zelf ga zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man het niet aankan om zichzelf te zien, in plaats van in te zien dat dit ergens een projectie moet zijn, dat ik het niet aankan om mezelf te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien dat ik het niet aankan om mezelf te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen dat de man zichzelf gaat zien, aangezien ik me dan niet meer met hem bezig kan houden en alleen nog in mezelf kan zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te verdwijnen in mijn eigen projecties, waardoor het me op het moment niet lukt om met de man samen te leven aangezien ik dan verdwijn in de projecties van mezelf op hem, oftewel in hem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te verdwijnen in de projecties van mezelf op de man, waardoor ik verdwijn in de man en dus weg ben, waardoor ik vervolgens enorm ga reageren op alles wat de man doet, aangezien ik verdwenen ben in hem en alles wat hij doet mij ook raakt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb overprikkeld te raken door te reageren op alles wat de man doet, voortkomend uit het verdwijnen van mezelf in mijn projecties van mezelf op de man dus voortkomend uit het verdwijnen van mezelf in de man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de overprikkeling, voortkomend uit mijn reacties op alles wat de man doet doordat ik verdwenen ben in mijn projecties op de man dus in de man, fysiek te manifesteren, om vervolgens overprikkeld te raken door de prikkels die mijn zelf gemanifesteerde fysieke mind gaat afgeven aan mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb overprikkeld te raken door mijn zelf gemanifesteerde fysieke mind, voortkomend uit mijn reacties op de man/de ander door te verdwijnen in de man/de ander door te verdwijnen in projecteis van mezelf op de man/de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb nooit Hier te zijn omdat ik altijd weg ben in mijn reacties op de ander dan wel op mijn eigen gemanifesteerde fysieke mind, waarmee ik een nieuwe laag van reacties creeer/in stand houd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een reactiepatroon op de aanwezigheid van de ander, voortkomend uit het verdwijnen van mezelf in mijn eigen projecties op de ander, in mijn eigen fysiek te manifesteren, waardoor ik het mezelf onmogelijk maak om samen te leven en dus steeds fysiek alleen moet leven, alleen met mijn gemanifesteerde fysieke mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te isoleren door het mezelf onmogelijk te maken door mijn eigen reacties op de ander, voortkomend uit het verdwijnen van mezelf in projecties van mezelf op de ander waardoor ik verdwijn in de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te verdwijnen in mijn eigen reactiepatroon, dan wel op de aanwezigheid van de ander, dan wel op de fysieke mind die ik gemanifesteerd heb in mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf volkomen uit te putten en ziek te maken door te verdwijnen in mijn reacties als projecties van mezelf op de de ander, en als er geen ander is, door te verdwijnen in mijn eigen reacties als projecties van mezelf op mijn eigen fysiek gemanifesteerde mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om alleen te leven doordat ik bang ben te verdwijnen in mijn eigen reacties als projecties van mezelf op mijn eigen fysiek gemanifesteerde mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dus constant bang te zijn voor het verdwijnen in mijn eigen reacties als projecties van mezelf dus voor het verdwijnen in de mind, in plaats van Hier te zijn, constant als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het verdwijnen in mijn eigen reacties als projecties van mezelf te koppelen aan angst, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor mijn eigen angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om te veranderen uit angst voor mijn eigen angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb angst te koppelen aan angst voor verandering, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan opnieuw bang te zijn voor mijn eigen angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf volledig vast te zetten in angst als de mind als bewustzijn, waar ik ook ben en met wie ik ook ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te leven in en als angst als bewustzijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb te zien dat bewustzijn gelijk is aan angst, en door het bewustzijn te ontwikkelen heb ik mijn eigen angst ontwikkeld.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eigen angst te ontwikkelen door mijn bewustzijn te ontwikkelen, ondertussen gelovende dat ik bezig ben me van mijn angst te ontdoen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik bezig ben me van mijn angst te ontdoen door mijn bewustzijn te ontwikkelen, in plaats van in te zien dat ik mezelf hiermee wikkel in angst; wat het vervolgens nodig maakt om me te wikkelen in liefde van/voor de man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te wikkelen in liefde van/voor de man om mezelf veilig te stellen in/als het bewustzijn als angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig te zijn dat ik me niet langer kan wikkelen/koesteren in de liefde van/voor de man.

Als ik mezelf zie participeren in verdriet om het niet langer kunnen wikkelen/koesteren van mezelf in de liefde van/voor de man, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik verdriet ervaar omdat ik deze emotie in/als de mind heb gecreeerd om mezelf vast te houden in/als de mind op het moment dat de illusie van liefde verdwijnt.

Ik sta mezelf niet toe mezelf in/als de mind vast te houden aangezien ik hiermee mezelf vasthoud in de wikkel van angst, wat me afhankelijk maakt van het vasthouden/vinden van een man om liefde van/voor te ervaren.

In plaats hiervan houd ik mezelf vast in het fysiek; ik adem door de angst en het verdriet heen en pas zelfvergevingen toe op de punten waarin het me niet lukt hier doorheen te ademen.

Als ik mezelf zie participeren in reacties op mijn eigen gemanifesteerde fysieke mind, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik verdwijn in projecties van mezelf op mijn fysiek, wat ik vervolgens gemanifesteerd heb, om hier vervolgens weer opnieuw op te gaan reageren.

Ik sta mezelf niet toe opnieuw te reageren op mijn eigen gemanifesteerde reacties in het fysiek, aangezien ik daarmee een nieuwe laag creeer die ik later weer moet vergeven. In plaats daarvan stop ik mijn reacties en adem. In de adem of in het schrijven ga ik zien wat het is dat ik niet van mezelf verdraag, waardoor ik het nodig acht dit te projecteren op iets buiten mezelf dan wel op mijn eigen fysiek. Ik realiseer me dat ik niets hoef te verdragen en zelfvergevingen kan toepassen. Ik adem in en zie wat me zo verdrietig maakt, en hier pas ik zelfvergevingen op toe. Het is niet nodig mezelf zo af te wijzen aangezien ik gewoon gevolgd heb hoe ik geprogrammeerd ben als systeem. Ik heb hier geen schuld aan maar dien er wel verantwoordelijkheid voor te nemen, verantwoordelijkheid voor mezelf als zelf. Wie moet het anders doen? De Buurman? Ik zie dat ik de enige ben die mezelf hierin kan ondersteunen, dus dan kan ik maar beter meteen beginnen hiermee.

Als ik mezelf zie reageren op de man/de ander, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik iets van mezelf projecteer op de man/de ander wat ik niet wil zien van  mezelf, om hier vervolgens in te verdwijnen, wat me zo boos maakt omdat ik hiermee verdwijn in de ander, en dus ga ik de ander dwingen te stoppen zodat ik niet hoef te verdwijnen. Dit is onbegonnen werk, de ander stoppen. Ik stop met het stoppen van de ander. Ik sta mezelf niet toe de ander te (willen) stoppen, waarmee ik alsnog in de ander verdwijn. in plaats hiervan, stop ik mezelf, direct. ik stop met reageren op de ander, pak mezelf beet in het fysiek en zie wat me zo boos of verdrietig maakt, zo boos dat ik de ander wil dwingen om te stoppen. Dat wat ik zie, pas ik zelfvergevingen op toe. Dat wat ik niet zie, pas ik ook zelfvergevingen op toe, totdat ik het zie en het punt zelf kan vergeven. Net zolang totdat ik mezelf volledig heb vergeven voor wat ik mezelf heb toegestaan in en als te bestaan.

Ik verbind mezelf met mezelf door mezelf te (be)vestigen in/als mezelf door het toepassen van zelfvergevingen en vervolgens zelfcorrecties toe te passen in de praktijk. Als het me niet lukt een zelfcorrectie toe te passen, vergeef ik mezelf en doe het opnieuw. Net zolang totdat ik mezelf bevestig in/als mezelf in de fysieke realiteit.

Ik realiseer me dat ik mijn eigen projecties op de ander dan wel op mijn eigen fysiek als bevestiging zie van mezelf, waardoor ik volledig verdwijn in mijn eigen projecties door mezelf te (be)vestigen als deze projecties te. Vervolgens noem ik dit een spiegel, en blijf ik bezig met het spiegelen van mezelf in de ander. ik sta mezelf niet toe te verdwijnen in de spiegel die ik zelf gecreeerd heb door mijn eigen projecties op de ander te geloven en hier vervolgens naar te gaan leven. Ik sta mezelf niet toe mezelf te (be)vestigen als projectie van mezelf. Ik stop, ik adem. Ik pas zelfvergevingen toe op wat ik projecteer op de ander of op mijn fysiek en corrigeer mezelf door het stoppen mijn reacties op de ander of op mijn fysiek. Hierin vestig ik mezelf als Zelf, zelfvergeving voor zelfvergeving.

Ik realiseer me dat ik verdrietig ben om datgene wat ik ben en ken als systeem los te laten. Wat ik ervaar als het loslaten van mezelf. Alleen door dit systeem als mezelf los te laten/mezelf te vergeven zal ik mezelf als leven worden.

Dag 10 – Lovergirls als vriendschap

Ik las een bericht in de krant over lovergirls. Lovergirls zijn zelf via loverboys in de prostitutie gekomen, en regelen, onder druk van de pooier, via ‘vriendschap‘ weer andere meisjes om in de prostitutie te gaan werken. Wat me hierin trof, los van het onderwerp prostitutie, is hoe een meisje hierin beschreef dat ze uiteindelijk toestemde omdat, als ze het niet deed, het meisje dreigde de ‘vriendschap’ op te zeggen, en het meisje had nooit vrienden gehad in haar leven dus het opzeggen van deze zogenaamde vriendschap leek haar onverdraaglijker dan het verkopen van haar lichaam voor seks. Uiteindelijk omschrijft ze dat ze zich verraden en in de steek gelaten voelt door haar ‘vriendin’.

Zelfvergevingen ten aanzien van het onderwerp vriendschap, geldend voor iedereen die vriendschap buiten zichzelf zoekt/heeft/gezocht heeft inclusief mezelf; geschreven in de schoenen van het meisje:

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik vriendschap nodig heb om te leven aangezien ik om me heen zie dat iedereen vrienden heeft of vrienden probeert te hebben, in afgescheiden groepjes.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn lichaam te verkopen voor seks in ruil voor vriendschap, in plaats van in te zien dat ik vrienden kan zijn met mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de vriendschap met mezelf op te geven door mijn lichaam te verkopen voor seks, in ruil voor vriendschap met iemand buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me verraden te voelen door het meisje dat gezegd heeft mijn vriendin te zijn, in plaats van in te zien dat ik mezelf heb verraden door het geloof dat ik een ander nodig heb in de vorm van vriendschap ter bevestiging van mezelf en dit vervolgens fysiek te manifesteren door toe te laten systemen van anderen in mijn lichaam te laten vestigen door middel van seks, waardoor ik zelf niet meer in staat ben om mijn eigen lichaam te bewonen als zijnde thuis, aangezien deze plek al bezet is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb drugs nodig te hebben om me nog ergens een gevoel van thuis te kunnen geven aangezien mijn lichaam al bezet is, in plaats van in te zien dat ik hiermee alleen maar verder weg van mijn lichaam als thuis afga, verder weg de mind in door mezelf te bevestigen als mindsysteem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verraden door te geloven dat ik ook ergens bij moet horen en daarvoor een vriendin nodig heb, hiermee mijzelf bevestigend als mindsysteem aangezien alleen een mindsysteem bevestiging nodig heeft buiten zichzelf om de zogenaamde lege plek in zichzelf op te vullen, en op deze manier een situatie te creeren waarin ik steeds opnieuw bevestiging nodig heb van iemand buiten mezelf want dat is wat de mind doet: bevestiging zoeken van zichzelf in relaties.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat vriendschap zoals het in de wereld gepresenteerd is echt is, en omdat het mij niet lukt om vrienden te maken geloof ik dat ik minderwaardig ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik minderwaardig ben doordat ik geen vriendschap heb zoals het in de wereld gepresenteerd wordt, en daarmee mezelf in waarde = geld uit te drukken in plaats van mezelf een en gelijk als Leven te bevestigen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb de vriendschap zoals die in de wereld bestaat in twijfel te trekken en in plaats daarvan mezelf in twijfel te trekken door te geloven dat ik ook een vriend nodig heb ter bevestiging van mezelf buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in het rad van de mind als seks als geld terecht te komen, alleen maar door mijn verlangen door bevestiging van mezelf in een vriendschap buiten mezelf, om vervolgens te verdwalen in dit rad van seks en geld als de mind.

Zelfvergevingen ten aanzien van vriendschap in mijn eigen schoenen:

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik bevestiging nodig heb in de vorm van vriendschap buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb trots te zijn op het feit dat ik altijd vrienden heb gehad.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het mijn zegen te noemen dat ik altijd vrienden heb gehad, welke inpliceert dat ik een zegen nodig heb van iets buiten mezelf groter dan ikzelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een zegen nodig heb van iets buiten mezelf groter dan ikzelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb met het geloof in een zegen een polariteit te creeren, in de wereld als zijnde mensen zonder vrienden zijn niet gezegend en in mezelf als zijnde gezegend op het gebied van vrienden maar niet gezegend op het gebied van relaties.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mensen zonder vrienden en mezelf zonder relatie als niet gezegend te beschouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een onderscheid te maken tussen vriendschap en relatie, in plaats van in te zien dat enige verschil is dat ik met vrienden geen seks heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb een vriendschap met de persoon in relatie aan te gaan door afhankelijkheid te creeren door seksueel contact.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in een vriendschap alles toe te staan en in relaties niets, waarmee ik iets toesta vanuit polariteit, afhankelijk van de zogenaamde relatie die ik benoemd heb, in plaats van iets al dan niet toe te staan in mezelf een en gelijk als zelf, en dit te delen met de ander, dan wel in relatie dan wel in vriendschap.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb onderscheid te maken in mensen met wie ik vriendschap deel, met wie ik een relatie deel, met familie, met kennissen en met ‘andere mensen’, in plaats van in te zien dat ik met ieder-een in ieder moment iets kan delen van/als mezelf, en dat ik met bepaalde mensen meer deel doordat we een overeenkomst in het mindsysteem hebben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een overeenkomst in het mindsysteem te benoemen als relatie-vorm, niet ziende dat ik mezelf hiermee bepreek/beperk tot deze relatie-vormen, en als deze relatie-vormen wegvallen ben ik verloren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat als de relatie-vormen in en als de mind wegvallen, ik verloren ben, in plaats van in te zien dat ik een en gelijk als leven ben/word als mezelf, en vanuit/als zelf kan ik delen met anderen, zowel met mensen die ik in de mind als vrienden beschouw of anders gerelateerd in/als de mind, als met mensen die ik beschouw als niet gerelateerd tot mezelf in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een onderscheid te maken tussen mensen die ik relateer tot mezelf in als de mind en mensen die ik niet relateer tot mezelf in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te bepreken/beperken door mezelf alleen te kunnen delen met mensen met wie ik een overeenkomst ervaar in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mezelf alleen kan delen met mensen met wie ik een overeenkomst ervaar in/als de mind, niet beseffende dat ik mezelf hiermee afhankelijk maak van de overeenkomst in/als de mind, dus van de mind, en als er dus geen overeenkomsten meer zijn in/als de mind, geloof ik dat ik mezelf niet meer kan delen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mezelf ooit gedeeld heb als mezelf, in plaats van in te zien dat ik mezelf alleen gedeeld heb in/als de mind, wat verdeling met zich meebrengt binnen en buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bij te dragen in de verdeling in de wereld door mezelf te delen in/als de mind en te geloven dat ik gezegend ben dat ik mensen heb om mezelf te delen in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mensen nodig heb om mezelf te delen in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te willen delen  in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor mensen met wie ik geen overeenkomst heb in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het hebben van geen of wel een overeenkomst in/als de mind te koppelen aan angst, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor mijn eigen angst, waardoor ik me vervolgens probeer te bevestigen door middel van deze overeenkomsten in/als de mind zodat ik ‘niet zo bang hoef te zijn’, niet beseffende dat ik hiermee mijzelf als angst als mind bevestig/in stand houd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb mezelf te vestigen als mezelf door bevestiging te zoeken in een overeenkomst in/als de mind.

Als ik mezelf zie participeren in angst voor het verlies van vriendschap – overeenkomst in/als de mind, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik mezelf wil bevestigen in als de mind omdat dat het enige is wat ik ken als (be)vestiging van mezelf als mind. Aangezien ik mezelf alleen als mind ken wil ik mezelf graag (be)vestigen in/als de mind.

Ik sta mezelf niet toe mezelf te bevestigen in/als de mind, aangezien ik mezelf hiermee weg houd van mezelf als leven.

Ik pas zelfvergevingen toe op de aspecten als gedachtes, gevoelens en emoties die ik zie in mijn verlangen naar bevestiging in/als de mind. Door middel van dit toepassen van zelfvergevingen en hierop volgend zelfcorrecties bevestig ik mezelf als Leven.

Ik verbind mezelf met mezelf door mezelf te vestigen als Leven met behulp van het toepassen van zelfvergevingen en zelfcorrecties die ik toepas op wat ik zie in het uitschrijven van mijn gedachtes, gevoelens en emoties.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me verdrietig te voelen zonder relaties in/als de mind. Ik realiseer me dat ik me verdrietig voel omdat ik geloof dat ik iets verlies, en verdriet is de emotie is die ik gecreeerd heb bij het geloof dat ik iets verlies. Ik stop met participatie in verdriet, aangezien verdriet een emotie is waarmee ik mezelf vasthoud in de mind, en ik op deze manier het verlies van de relatie met de mind niet hoef op te geven zolang ik deze in stand houd door participatie in verdriet. Ik sta mezelf niet toe verdriet te gebruiken als verbinding/relatie met de mind; ik sta mezelf niet toe te geloven dat het verdriet de enige verbinding is die ik heb tot leven. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat verdriet de enige verbinding is die ik heb tot leven, in plaats van in te zien dat verdriet de verbinding is met mezelf als mind, welke ik gedefinieerd heb als leven maar welke me in werkelijkheid vasthoud in niet-leven oftewel in de dood, ondertussende bang zijnde dat ik dood ga als ik de verbinding met de mind in de vorm van verdriet verlies. Ik realiseer me dat, zolang ik participeer in verdriet, voortkomend uit doodsangst, ik niet tot Leven kan komen als Zelf als Adem. In plaats daarvan adem ik; adem voor adem wandel ik door het verdriet en vergeef mezelf datgene waarmee ik mezelf vasthoud in verdriet, totdat er geen verdriet meer over is als illusie van leven als verbinding met/in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb door te geloven dat vriendschap een zegen is, ertoe te hebben bijgedragen dat vriendschap als zegen in de wereld wordt gezien, waarmee ik onvrede creeer bij mensen die geen vrienden/overeenkomst in/als de mind met een ander hebben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te hebben bijgedragen aan de situatie van het meisje die de prostitutie is ingegaan uit angst voor verlies van de enige vriendschap in/als de mind die ze gekend heeft in  haar leven door vriendschap als een zegen te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ongelijke situatie in de wereld ten aanzien van vriendschap nog eens te versterken door een emotie van verdriet te ervaren zonder vriendschap in/als de mind, door de mind te activeren met een emotie van verdriet, en dus stop ik met verdrietig zijn als ik eenzaamheid ervaar zonder overeenkomst in/als de mind.

Dag 9 – Iemand die wil luisteren

Ik was gisteren op een bijscholing over ontstekingen. In de pauze kwam er een oudere man naast me zitten, rond de 65? Hij begon een gesprek, of zette het eigenlijk voort op het onderwerk in de cursus wat op dat moment suiker was. Hij praatte van suiker naar bewustzijn naar ziel. Ik hoorde mezelf zeggen dat we het bewustzijn niet gaan ontwikkelen maar stoppen, evenals de ziel. Dat de ziel niet de essentie is die we zijn. En wat gebeurde….de man luisterde! Ik kon, vanuit mezelf gezien niet de precieze woorden spreken en was verdrietig en nerveus en niet echt aanwezig, maar ik sprak de woorden zonder de woorden als mezelf in twijfel te trekken. De man werd stil! Hij vroeg waar de informatie vandaan kwam, ik gaf hem de sitenaam van de Nederlandse website. Achteraf bedankte hij me 2x, en ik hem. Ik wist niet wat me overkwam, iemand, en nog wel een oudere man, die luisterde zonder de informatie direct af te wijzen en zelfs meer wilde weten. Hierna was ik meer aanwezig en het verdriet was weg.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig en afwezig te zijn omdat ik geloof dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als eenzaam te ervaren omdat ik geloof dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo ontzettend bang te zijn omdat ik geloof dat niemand wil luisteren en ik volledig geisoleerd raak omdat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf zo ontzettend te beperken door te geloven dat niemand wil luisteren en hiernaar te gaan leven door niet te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te ontzetten door ontzettend bang te zijn en mezelf ontzettend te bepreken ahum beperken, in plaats van mezelf neer te zetten door te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te bepreken als ik niet durf te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te isoleren door niet te spreken uit angst dat niemand zal luisteren en ik geisoleerd raak, in plaats van in te zien dat ik deze isolatie zelf creeer door niet te spreken uit angst dat niemand luistert en ik geisoleerd raak.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van mezelf en andere mensen door te leven als de angst dat niemand wil of zal luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik toch niets zinnigs te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het geen zin heeft om te spreken omdat ik geloof dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen zin te hebben om te leven omdat ik geloof dat het toch geen zin heeft om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat ik moet doen in deze zinloze wereld, en daarom maar net te doen alsof ik geen zin heb om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb deze wereld als zinloos te ervaren/bestempelen en dit vervolgens als excuus te gebruiken om niet te hoeven spreken en/als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb deze wereld die ik als zinloos ervaar als excuus te gebruiken om niet te hoeven leven en spreken, in plaats van in te zien dat ik mezelf als zinloos ervaar als ik niet spreek als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als zinloos te ervaren als ik niet spreek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een partner te willen omdat ik zelf geen zin heb om te leven in een wereld die geen zin heeft, en dus een partner zie als enig lichtpuntje in mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een partner als enig lichtpuntje te zien in mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een partner te gebruiken als zingeving voor mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verbaasd te zijn dat iemand, en nog wel een (oudere) man, wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb onderscheid te maken tussen man en vrouw, oud en jong, en mezelf op deze manier af te scheiden van man en vrouw, oud en jong.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van man en vrouw, oud en jong.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te geloven dat een man ooit gaat luisteren naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het te hebben opgegeven om te spreken tegen een man, aangezien ik niet geloof dat de man ooit gaat luisteren naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden als de man niet wil luisteren, in plaats van in te zien dat ik de situatie zo weerspiegeld krijg omdat ik niet geloof dat de man wil luisteren naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als lief meisje neer te zetten tegenover de man, en op deze manier geen ruimte laat voor communicatie in gelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf kleiner te maken tegenover de man om zijn goedkeuring niet te verliezen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf kleiner te maken dan de man omdat ik de man niet boos wil maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de go(e)dkeuring van de man niet te willen verliezen aangezien ik geloof dat de man mij dan verlaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik de goedkeuring nodig heb van een man om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man mij verlaat als ik zijn goedkeuring niet heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet kan leven zonde oeps zonder de man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eigen goedkeuring aan de man te geven, zodat ik zelf niet meer verantwoordelijk ben voor wat ik zeg en doe.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn goedkeuring van ‘God’ te verplaatsen naar goedkeuring van de man aangezien ik niet weet wie God is maar wel naar hem zou moeten luisteren, in plaats van in te zien dat ikzelf gelijk ben aan God als het Levende Woord.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik naar God moet luisteren, in plaats van in te zien dat ik als Zelf als het Leven de Woord kan luisteren naar mezelf als Leven om vervolgens te kunnen spreken als Zelf als het Levende Woord.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als een en gelijk als god aan de man te geven door het op te geven te spreken als het Levende Woord, aangezien ik niet geloof dat de man ooit gaat luisteren, om vervolgens de man de schuld te geven dat hij niet wil luisteren, in plaats van in te zien dat ik mezelf heb weggeven en er dus niemand Aanwezig is om naar te luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb in te zien dat zolang ik niet naar mezelf luister er ook geen ander naar me luistert.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man naar mij moet luisteren, in plaats van in te zien dat de man kan luisteren naar zichzelf als het Levende Woord.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de man te doen geloven dat hij naar mij moet luisteren, in plaats van duidelijk te zijn in mijn woorden waaruit blijkt dat ik graag wil dat hij luistert naar zichzelf zodat we kunnen communiceren in gelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen dat de man luistert naar zichzelf, in plaats van in te zien dat ik wil dat ik zelf luister naar Zelf en van daaruit kan spreken als Zelf zonder verwachtingen van een luisteren als goedkeuring van de man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen dat de man luistert zodat ik zijn goedkeuring kan ontvangen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik het luisteren als goedkeuring als bevestiging van mezelf als Leven nodig heb, in plaats van in te zien dat zolang ik bevestiging nodig heb, ik niet leef als Zelf maar als mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het ego van de man/mannelijk ego te voeden door mijzelf gelijk als god als het Levende Woord in handen van de man te geven door te geloven dat de man toch niet luistert en hiermee op te geven te spreken als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden op het mannelijk ego dat niet wil luisteren, in plaats van in te zien dat ik dit ego zelf heb gevoed en in stand houd zolang ik geloof dat de man toch niet wil luisteren danwel geloof dat de man naar mij moet luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik voorzichtig moet zijn met het mannelijke ego.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb om het mannelijke ego heen te lopen in plaats van mezelf het mannelijk ego te vergeven als deel van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zelf onbenaderbaar te worden door het mannelijk ego te gebruiken als bescherming.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man voor mij moet zorgen en dus heb ik zijn goedkeuring nodig.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te kunnen leven zonder de zorg/goedkeuring van de man.

Als ik mezelf zie participeren in de angst dat niemand naar me wil luisteren dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik met deze angst de situatie dat niemand wil luisteren in stand houd dan wel creeer. Ik realiseer me dat zolang ik bang ben dat niemand luistert en ik dus wil dat iemand luistert, ik iemands goedkeuring nodig heb, wat de ander geen ruimte laat om (vanuit zich) zelf te luisteren als zelf aangezien diegene gevraagd wordt mij te bevestigen (als vrouw) als mind.

Ik sta mezelf niet toe bij te dragen aan een wereld waar niemand wil luisteren naar de woorden van elkaar en met name naar de woorden van zichzelf, en in plaats daarvan elkaar constant loopt te bevestigen dan wel af te weren. Ik realiseer me dat ik naar mijn eigen woorden kan luisteren zodat ik mezelf kan zien, en hoe meer ik mezelf zie, hoe meer een en gelijk ik word als mezelf. Ik realiseer me dat mijn reacties op een gebeurtenis waarin iemand niet wil luisteren me laten zien waar ik mezelf heb afgescheiden van mezelf; hierop pas ik zelf-vergeving toe. Op deze manier word ik, adem voor adem, een en gelijk als Zelf als Levend Voorbeeld zonder oordeel en angst.

Ik sta mezelf niet toe me bezig te houden met mensen, hier specifiek mannen, die niet willen luisteren, ook al zijn ze nog zo leuk en/of aantrekkelijk en wil ik nog zo graag hun goedkeuring. Ik ondersteun mezelf in (het oefenen van) luisteren naar/spreken als mezelf als het Levende Woord en ik ondersteun degenen die willen (oefenen in) luisteren naar/spreken als zichzelf als het Levende Woord. Degenen die niet willen luisteren laat ik hun eigen illusies ontsluieren. Dit is op dit moment de meest effectieve manier om 1 voor 1 in te gaan zien wat het beste is voor Alle Leven.

Ik verbind mezelf met mezelf als Ondersteuning van Leven door het toepassen van zelf-eerlijkheid, zelf-vergevingen en zelf-correcties.

Dag 8 – Ik als de mind – manipulatie ten top

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb x tussen mijzelf en mijn eigen aanvallen te zetten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor mijn eigen aanvallen als oordeel, en door met x in 1 huis te wonen een deel van de aanvallen op x te richten waardoor ik ze zelf minder hard/indirect ervaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb x mijn aanvallen te laten dempen door ze via hem te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eigen aanvallen via x te ervaren, wat niet alleen staan is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen waarom x accepteert dat ik mijn aanvallen via hem leef.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn zelf-verantwoordelijkheid weg te leggen door mijn aanvallen via x te leven en vervolgens net te doen alsof ik niet te begrijp waarom hij dit doet, tewijl ik donders goed weet waarom hij dit doet maar ik wil het niet zien want dan moet ik alleen staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb x te manipuleren door mijn aanvallen via hem te leven en vervolgens boos te worden dat hij via zijn liefde voor mij leeft zonder in te zien dat ik precies hetzelfde doe, ik leef  mijn aanvallen op mezelf via x – aanvallen die voortkomen uit het feit dat ik boos ben op mezelf dat ik met iemand leef waarvan ik geloof dat die via zijn liefde voor mij leeft – terwijl ik feitelijk boos ben op mezelf dat ik mijn aanvallen via x ervaar/leef, wat leven is via zijn liefde voor mij.

Fuck, we leven dus allebei via de liefde van x voor mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb via de liefde van x voor mij te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen waarom x blijft met zoveel aanvallen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen waarom ik blijf met zoveel aanvallen.

Ik begrijp dus niet waarom ik bij mezelf blijf als ik mezelf zo aanval. Wat ik feitelijk ook niet doe, ik blijf niet bij mezelf, ik ga steeds weg, de mind in. En dus sta ik mezelf toe mezelf vogelvrij te verklaren voor de aanvallen van mezelf zowel als van de ander doordat ik zelf al vertrokken ben. Ik zeg geen ho, stop, want vanuit de mind gezien is er altijd een mogelijkheid. In theorie, die niet is waargemaakt in de praktijk. En als ik dan in de praktijk deze theorie ga leven, blijkt het nogal tegen te vallen of zelfs onmogelijk of eigenlijk onleefbaar. Maar omdat ik in de mind heb besloten dat het zo moet, blijf ik proberen en proberen en proberen. Ik mag niet opgeven, dan ben ik verloren. Als mind…..En omdat ik verdwenen ben in de mind moet ik via de liefde van x voor mij leven, waarmee ik hem en mezelf manipuleer. We zijn dus allebei verdwenen in de mind in zijn liefde voor mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf in de steek te laten door weg te gaan de mind in, waardoor ik alleen nog via de liefde voor een ander of via de ander zijn liefde voor mij kan leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb en alleen nog via de liefde voor een ander of via de ander zijn liefde voor mij te kunnen leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te doen alsof ik als mezelf leef en x niet aangezien ik de theorie over leven als zelf ken, in plaats van in te zien dat ik ook via de ander leef zolang het een theorie is in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat x niet in zichzelf wil zien, in plaats van te zien dat ik zie in hem dat ik niet in mezelf wil zien, zo bang ben ik om alleen te staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo bang te zijn om alleen te staan dat ik alle wikkels van de mind gebruik om toch maar samen met x te kunnen blijven leven, en hem en mezelf daarmee te manipuleren wat ons allebei de kans ontneemt om een en gelijk te gaan staan als onszelf en hierin aan elkaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb mezelf te zien en te realiseren in wat ik gereflecteerd zie in x.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo bang te zijn om alleen te staan en de verkeerde beslissing te nemen dat ik x de beslissing laat nemen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf vogelvrij te verklaren voor de aanvallen van mezelf zowel als van x/de ander doordat ik zelf al vertrokken ben de mind in, om vervolgens x/de ander ook als vogelvrij te gebruiken door mijn aanvallen te leven via x/de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen ho, stop te zeggen aangezien er in theorie vanuit de mind altijd een mogelijkheid is die ik kan proberen, realistisch of niet, waardoor ik mezelf als mind als manipulatie niet onder ogen hoef te zien zolang ik druk ben met het leven van de wikkels als manipulatie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de mogelijkheden uit de mind als reeel te zien en de praktijk als werkelijkheid als iets wat gevormd moet worden naar de mogelijkheden van de mind, wat inhoudt dat ik de werkelijkheid manipuleer via de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de werkelijkheid als substantie te manipuleren via de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf en x als substantie te manipuleren via de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te schamen voor het feit dat ik mezelf en x als substantie manipuleer via de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de mind te verwarren met zelf, en dus constant teleurgesteld te zijn als iets niet lukt waarvan ik geloof dat ik het zelf wil maar wat eigenlijk iets is wat ik als de mind wil, waarvan ik dus geloof dat ik dat ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat als ik opgeef de mogelijkheden als de mind te proberen dat ik dan verloren ben, in plaats van in te zien dat ik als de mind dan verloren ben en niet ik als zelf; ik als zelf kan pas gaan leven als ik als de mind verloren is of heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig te zijn omdat ik als de mind verloren heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig te zijn omdat dat wat ik als de mind allemaal geprobeerd heb niet gelukt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb onvoorwaardelijk van iemand te houden die niet in zichzelf ziet, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb onvoorwaardelijk van mezelf te houden als ik niet in zelf zie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het mezelf kwalijk te nemen dat het me niet gelukt is om onvoorwaardelijk van x te houden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het erger te vinden dat het me niet gelukt is om onvoorwaardelijk van x te houden dan dat het me niet gelukt is om onvoorwaardelijk van mezelf te houden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo mijn best te doen om onvoorwaardelijk van x te houden, ook als ziet hij niet in zichzelf ziet, uit angst om alleen te staan zonder onvoorwaardelijke liefde van mezelf en dan ook zonder de al dan niet onvoorwaardelijke liefde van x.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te wijzen als ik niet in zelf zie, waardoor ik niet onvoorwaardelijk van mezelf kan houden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik onvoorwaardelijk van mezelf moet houden, in plaats van in te zien dat ik geloof dat ik onvoorwaardelijk van mezelf moet houden omdat ik mezelf van mezelf heb afgescheiden; als ik de afscheiding stop door toepassing van zelf-vergeving en zelf-correctieis het niet nodig om al dan niet onvoorwaardelijk van mezelf te houden aangezien ik dan een en gelijk als Zelf als Leven ben, waarin geen ruimte is voor afwijzing aangezien de kloof tussen mezelf als mind en mezelf als Leven gedicht is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alles op te geven wat hier is voor het in zelf zien waarmee ik me afscheid van Hier zijn,  in plaats van in te zien dat ik Hier in zelf kan zien, in ieder moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het in zelf zien te gebruiken in/als zelf-interesse, los van de aanwezigheid Hier op aarde.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een mindbeeld te creeren waarin alles zo gemakkelijk lijkt te gaan, om er vervolgens teleurgesteld achter te komen dat het in de praktijk niet gaat zoals ik heb gezien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat dat wat ik gezien heb echt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te vertrouwen op het zien, in plaats van in te zien dat dit het zien van het bewustzijn is, wat geen werkelijkheid is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat wat gezien wordt in/als bewustzijn, werkelijkheid is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb trots te zijn op dat ik kan zien als bewustzijn, in plaats van in te zien dat ik verblind ben door het zien als zijnde Het Witte Licht, en dus zie ik helemaal niets wat Hier is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb te zien wat Hier is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb mezelf te zien door verblind te zijn door het zien als bewustzijn, wat ik gereflecteerd zie in bv x, hij ziet me niet als zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te zijn op x dat hij me niet ziet als zelf, in plaats van in te zien dat ik boos ben op mezelf omdat ik mezelf niet zie als zelf, en vervolgens een situatie creeer waarin dit gereflecteerd wordt en ik dus niet word gezien als zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dat wat Hier is als minderwaardig te zien aan dat wat ik zie als bewustzijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geobsedeerd te zijn door het zien als bewustzijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verward te zijn door het zien als bewustzijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het zien als bewustzijn te verwarren met zelf als communicatie in gelijkheid, om vervolgens het zien niet serieus te nemen waardoor ik mezelf als communicatie in gelijkheid niet serieus neem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik kan leven zonder zelf als communicatie in gelijkheid, en dus een situatie te creeer waarin ik niet als zelf hoef te communiceren in gelijkheid en dus mezelf niet hoef te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een situatie te creeren waarin ik mezelf niet hoef te zien aangezien er geen mogelijkheid is tot communicatie in gelijkheid, om vervolgens boos te worden op x/de ander dat er geen mogelijkheid is tot communicatie in gelijkheid waardoor ik mezelf niet kan zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden op x/de ander dat er geen communicatie in gelijkheid mogelijk is, in plaats van in te zien dat ik deze situatie zelf zo gecreeerd heb zodat ik mezelf niet hoef te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het niet nodig is te communiceren als zelf in gelijkheid in een relatie waar het seksueel contact en het zorgen voor het huis wel soepel verlopen, in plaats van in te zien dat als communiceren als zelf niet mogelijk is, er ook geen seksueel delen als zelf mogelijk is aangezien dat dezelfde expressie is, nl als Zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het soepel verlopen van het praktisch zorgen voor het huis voldoende is om een relatie op voort te zetten, in plaats van in te zien dat zonder communicatie als zelf in gelijkheid van beide kanten een relatie geen agreement kan worden aangezien een agreement is tussen twee mensen die in zichzelf zien, iets wat niet mogelijk is zonder communicatie in gelijkheid met/als zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het inzien als realiseren te verwarren met zien als bewustzijn, en daardoor niet meer weet wat wat is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik ooit als zelf heb gezien, in plaats van in te zien dat ik alleen nog als mind heb gezien aangezien ik altijd geleefd heb als mind-systeem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb teleurgesteld te zijn dat ik altijd als mind-systeem heb geleefd en nooit als zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet echt te zien dat ik nog nooit als zelf geleefd heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander te verwijten dat die niet als zelf leeft, in plaats van in te zien dat ik en wij allemaal nog niet als zelf leven, en dat wat ik zelf noem is het zien als bewustzijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van de ander door te geloven dat ik als zelf kan zien wat eigenlijk zien is als bewustzijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat iets zien voldoende is, in plaats van in te zien dat iets zien nog maar het begin is, vervolgens is het nodig dit te vergeven en te leven in het fysiek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te leven met x als plaatje in de mind, in plaats van Hier met x in het fysiek te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb Hier in het fysiek te leven met x, waardoor ik mezelf en x gemanipuleerd heb tot/naar een plaatje in de mind als wat ik graag zou willen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo graag te willen dat het zou lukken met x dat ik x en mijzelf gemanipuleerd heb naar een plaatje in de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard mezelf en x te manipuleren tot/naar een plaatje in de mind als wat ik graag zou willen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weerstand te ervaren op het leven in het fysiek van dat wat ik zie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb liever als ziener te willen blijven leven dan als levend wezen Hier.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf niet zo leuk te vinden hoe ik ben als levend wezen Hier, en daarom blijf ik liever als ziener leven waar ik een mooier beeld van mezelf heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb liever als ziener te blijven leven aangezien ik daar in de mind alles onder controle heb en x/de ander kan manipuleren aangezien ik toch meer zie in/als de mind dan x/de ander en daarmee x/de ander altijd een stap voor ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weg te willen lopen van mezelf als levend wezen Hier, aangezien ik Hier nu leef als mind-systeem wat ik niet zo tof vind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf niet zo tof te vinden als mind-systeem, en daarom een situatie gecreeerd heb met x/een ander om me heen die ik (als de mind) nog minder tof vind, dan valt het niet zo op dat ik mezelf niet zo tof vind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb samen te leven met x/een ander in gelijkheid uit angst dat x/de ander me verlaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb samen te leven met x/een ander in gelijkheid uit angst dat ik mezelf verlaat omdat ik x/de ander leuker vind dan mezelf, en dus liever bij x/de ander ben dan bij mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verlaten om bij de ander te zijn, omdat ik de ander leuker vind dan mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een situatie te creeren door te gaan leven met iemand die ik (als de mind) minder leuk vind dan mezelf om te voorkomen dat ik mezelf verlaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet in gelijkheid te leven met mezelf als x/de ander en met x/de ander als mezelf en zo een heleboel verdriet te creeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een heleboel verdriet te creeren door te leven in ongelijkheid met mezelf als x/de ander als mezelf, om vervolgens dit verdriet als excuus te gebruiken om niet te leven in gelijkheid met mezelf als x/de ander als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te gebruiken als excuus om in ongelijkheid te  blijven leven met mezelf als x/de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb teleurgesteld te zijn dat x/de ander niet wil communiceren als zelf in gelijkheid, wat voortbrengt dat ik alleen sta.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik verdrietig ben omdat ik alleen sta, in plaats van in te zien dat dit alles is wat er is, ik die alleen staat, en pas als ik alleen sta als Zelf kan ik Leven als wat het beste is voor Alle Leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik verdrietig ben omdat ik alleen sta, in plaats van in te zien dat ik verdrietig ben omdat ik me heb afgescheiden van mezelf als Leven, oftewel dat ik me heb afgescheiden van Al(l)Een staan als Zelf als leven en dit verdriet vervolgens projecteer op het geloof dat ik alleen sta waardoor ik nooit alleen wil staan en mezelf als afscheiding in stand houd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen dat de x/ander liever weggaat dan in zichzelf ziet, in plaats van in te zien dat dat precies is wat ik altijd doe/gedaan heb, weggaan zodat ik niet in zelf hoef te zien zodat ik niet alleen hoef te staan.

Waardoor ik steeds fysiek alleen kom te staan door de afscheiding te leven, wat me dwingt om alleen te staan.

Ik stop met te creeren en leven wat ik zie als mind; ik leef wat Hier is en toets in realiteit door de tijd heen of iets praktisch mogelijk is zonder allerlei verwachtingen te creeren en als ik ze creeer vergeef ik ze mezelf direct.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het mezelf en x/de ander zo ingewikkeld te maken door te leven wat ik zie en hiermee de wikkels van de mind te leven die verscholen liggen achter de illusie van het zien, waardoor ik keer op keer verrast word en de ander verras.

Ik stop met verdrietig zijn om alles wat niet gelukt is als de mind en vergeef mezelf datgene waardoor ik een emotie van verdriet ervaar; ik realiseer me dat het niet nodig is om verdriet te ervaren aangezien ik mezelf daarmee vasthoud in de mind en opnieuw verdriet creeer.

Als ik mezelf zie participeren in een emotie van verdriet dan stop ik, ik adem. Ik houd mezelf vast in het fysiek, ik omhels mezelf fysiek en hiermee haal ik mezelf Hier, zodat ik mezelf niet hoef te omhelzen in het verdriet als de mind.

Ik sta mezelf niet toe mezelf te omhelzen als verdriet in de mind.

Als ik mezelf x/de ander zie aanvallen dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik x/de ander gebruik om de aanvallen op mezelf via x/de ander te leven zodat ik mijn eigen aanvallen niet direct hoef te ervaren. Ik realiseer me dat dit totaal onacceptabel is. Ik stop dus direct en ga, zodra mogelijk, schrijven om te zien waarom ik mezelf via x/de ander aanval en pas hier zelfvergevingen op toe.

Ik sta mezelf niet toe mezelf via de ander aan te vallen.

Als ik mezelf zie verdwijnen in de mind door te geloven dat dat wat ik zie echt is, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat alles wat ik zie in/als mind niet echt is, hoe echt het ook lijkt. Dit zien is een verslaving geworden van/aan de mind om mezelf als mind in stand te houden.

Ik sta mezelf niet toe mezelf en x/de ander te manipuleren door mijn aanvallen via de ander te leven.

Ik sta mezelf niet toe mezelf en x/de ander te manipuleren door via de liefde van x/de ander voor mij te leven, net zo min als ik mezelf toesta via mijn liefde voor een ander te leven.

Ik verbind mezelf met mezelf door mezelf niet toe te staan te geloven dat wat ik in de mind zie, ervaar, denk en voel echt is; in plaats daarvan toets ik mezelf als x/de ander in de werkelijkheid door als de toepassingen van zelf-eerlijkheid, zelf-vergeving en zelf-correctie te wandelen door de tijd heen.

Dag 7 – Een roze wiegje

x wil een popje in een wiegje als cadeautje geven aan iemand op werk; hij kreeg dit ooit bij een aankoop in de kringloopwinkel. Het is een soort roze prinsesje in een roze wiegje, en als je een knopje aanzet komt er een programmerende Engelstalige song uit. Is dit nu een baby in een wiegje of een misleidend vreemd waanbeeld/ideaalbeeld van hoe kleine meisjes een prinsesje zouden willen zijn volgens ons volwassenen?

Punt is, kan ik toestaan dat hij dit als een cadeautje geeft? x vindt het leuk, ‘technologie’, net als computers. Als dit niet kan kunnen computers ook niet. Ik vind het walgelijk, en wil niet dat hij het geeft aan een kind. Ik wil niet meewerken aan dit cadeau met ook nog eens een muziekje wat totaal misplaatst en automatiserend is. Een computer kun je inzetten voor een leven wat iedereen ondersteunt; in dit roze wiegje zie ik in geen enkel opzicht een ondersteuning voor het kind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het cadeautje walgelijk te vinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het walgelijk te vinden dat x het wiegje leuk vindt en het geen probleem vindt om dit aan een klein meisje te geven, hij zou het ook aan zijn eigen kinderen geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een oordeel te hebben over een gefabriceerd cadeautje, wat in feite een oordeel is over de fabricators, oftewel de mens als mind-systeem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een oordeel te hebben over de mens als mind-systeem, waarmee ik, door een oordeel te hebben, dit mind-systeem versterk en in stand houd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me schuldig te voelen dat ik x niet toesta dit cadeautje aan een ander te geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het cadeautje toch aan x te geven als hij boos wordt dat ik het heb weggehaald uit angst dat hij iets in huis kapot maakt als ik het niet doe.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verraden uit angst voor geweld van de ander als reactie op wat het beste is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor geweld als reactie op wat het beste is, in plaats van in te zien dat de angst voor het geweld juist het geweld aantrekt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de angst voor geweld zo neer te schrijven dat het lijkt of x gewelddadig is of is geweest, wat niet het geval is, in geen enkel moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor boosheid, al dan niet gepaard gaande met geweld omdat het de angst voor geweld in mij oproept.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de angst voor geweld te gebruiken als excuus om niet te spreken of handelen in wat het beste is voor alle leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geweld te koppelen aan angst, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang ze zijn voor mijn eigen angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te zijn op mezelf om het feit dat ik een huis deel met iemand die niet ziet waarom ik niet toesta dat dit wiegje aan een kind wordt gegeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen dat x verandert in plaats van in te zien dat die beslissing aan hem is, ik kan alleen beslissen dat ik zelf verander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb x te verwarren door te spreken over gelijkheid en ondertussen te oordelen over wat hij doet en niet doet, waarin ik gelijkheid niet in praktijk breng als levend voorbeeld.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet  heb toegestaan en niet aanvaard heb een levend voorbeeld van gelijkheid te zijn maar wel van x te verwachten dat hij ziet wat ik bedoel en dit ook leeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zelf nog niet te leven wat ik bedoel/spreek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet als levend voorbeeld voor x te kunnen gaan staan als Leven omdat ik niet in/als mezelf sta als Leven.

Zelf-vergevingen in de schoenen van x:

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien dat ik volledig geprogrammeerd ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de geprogrammeerde wereld in stand te houden door een geprogrammeerd cadeautje aan een klein meisje te willen geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het feit dat de moeder van het meisje weinig geld heeft te gebruiken als excuus om dit cadeautje aan haar te geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb I belachelijk te maken die dit wil tegenhouden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb computers te vergelijken met dit wiegje als excuus om niet te hoeven zien dat ik kan bepalen wat ik met een computer kan doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een computer te gebruiken als afleiding van mezelf, in plaats van het te gebruiken als medium om informatie te lezen en verspreiden die mezelf als gelijkheid in de wereld ondersteunt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen zien dat ik geprogrammeerd ben omdat de hele wereld zo is, wat eigenlijk voortkomt uit het feit dat ik bang ben om te veranderen in een wereld waarin niemand schijnt te willen veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om te veranderen in een wereld waarin niemand schijnt te willen veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te zeggen dat ik begrijp waar I over spreekt maar eigenlijk niet echt te zien wat ze de hele tijd probeert te zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ook eigenlijk liever niet te willen zien wat I de hele tijd probeert te zeggen, wat inhoudt dat ik liever niet in mezelf zie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb totaal verward te raken van de informatie die I me geeft, waardoor ik weiger om nog te luisteren naar wat ze zegt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het wel prettig toeven te vinden in deze geautomatiseerde toestand van zelf-interesse.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik recht heb op leven in zelf-interesse aangezien ik al zoveel ongelijkheid heb moeten doorstaan in mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te vinden dat ik een zwaarder leven dan I heb gehad en dus niet hoef te veranderen, terwijl ik feitelijk niets weet van haar leven, ik baseer dit op wat ik denk te weten over leven in Nederland.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het verschil in leven te gebruiken als excuus om niet in mezelf te zien, in plaats van in te zien dat deze ongelijkheid die ik zie en ervaren heb  juist voortkomt uit zelf-interesse die ik nu in stand houdt door niet in zelf te willen zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ongelijkheid die ik heb ervaren in mijn leven in stand te houden door te leven in zelf-interesse.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien dat ik leef in zelf-interesse aangezien ik ogenschijnlijk niemand kwaad doe.

Zelf-correcties I:

Als ik mezelf zie participeren in schuldgevoel om het feit dat ik iets stop wat niet het beste is voor alles en iedereen, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat het schuldgevoel voortkomt uit een laag die eronder ligt waarin ik niet zelf-eerlijk ben. Ik ga schrijven om te zien waarover ik me werkelijk schuldig voel en pas hier zelf-vergevingen op toe.

Als ik zie dat ik veroordelend tegen x/een ander spreek, ook al gaat het om principes van gelijkheid, dan stop ik, ik adem. Ik kan pas spreken in gelijkheid als ik zelf geen reactie meer heb op de ongelijkheid die ik ervaar en zie gebeuren. Ik ga eerst schrijven en zien wat er ongelijk is in/als mezelf als leven en pas hier zelf-vergevingen op toe. Als zelf-correctie kan ik dan spreken in principes van gelijkheid zonder een nieuwe laag van oordeel te creeren bij mezelf en x/de ander.

Ik stop met spreken over principes van gelijkheid zolang ik deze niet zelf kan leven zonder oordeel. Ik stop verwarring te creeren bij x/de ander en mezelf door te spreken over principes van gelijkheid maar deze niet toe te passen in de werkelijkheid.

Dag 6 – Meerdere malen bevestigen

In de winkel waar ik werk vragen klanten me iets meerdere malen te herhalen; x vertelt dingen meerdere malen terwijl ik het de eerste keer al gehoord en begrepen heb;  ik moet x iets meerdere malen vertellen voordat hij het begrijpt dan wel toepast; en als hij iets niet ziet ga ik in reactie iets meerdere malen ‘zeggen’  waarop hij antwoord dat hij het na 1x ook wel weet.

Ik reageer op dit meerdere malen herhalen, luisteren etc.; ik word er gek van!

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb gek te worden van het meerdere malen herhalen van woorden en zinnen voordat iemand het begrijpt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moe te worden van het meerdere malen vertellen of meerdere malen luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te gaan malen als iemand iets meerdere malen vertelt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zelf iets meerdere malen te gaan herhalen als ik geen reactie zie van/in de ander waaruit blijkt dat deze begrijpt waar ik het over heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een bevestiging te willen van de ander waaruit blijkt dat deze begrijpt waar ik het over heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden als de ander een bevestiging van mij wil waaruit blijkt dat ik begrijp waar die het over heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ongeduldig te worden als iemand heel langzaam gaat praten met tussenposes waarin gewacht wordt op een bevestiging van mij waaruit blijkt dat ik begrijp waar die het over heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een ander moet bevestigen als deze tussenposes in het verhaal laat waarin een bevestiging gepast is als teken dat ik luister.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik de ander moet bevestigen als teken dat ik luister en begrijp waar die het over heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te verzetten tegen het bevestigen van de ander om te laten blijken dat ik begrijp waar die het over heeft, waarmee ik een ongemakkelijke situatie creeer waardoor de ander nog meer bevestiging gaat vragen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te weigeren de ander te bevestigen in zijn bestaan, waaruit volgt dat ik weiger om mezelf te bevestigen in mijn bestaan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te weigeren mezelf te bevestigen in mijn bestaan, en daarom bevestiging van de ander nodig heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mezelf of de ander moet bevestigen, in plaats van in te zien dat bevestigen vastmaken betekent, dus eigenlijk vraag ik de ander om mij vast te maken aan de ander zodat ik voorzien wordt van leven (via de ander als mindsysteem dan wel voeding/geld).

Dit maakt duidelijk waarom ik weerstand ervaar op het bevestigen, het is een vastmaken aan elkaar in en als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te willen bevestigen door middel van de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf vast te willen maken aan de ander zodat ik gewaarborgd ben van leven (in en als de mind).

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te willen bevestigen door bevestiging van de ander in plaats van mezelf te vestigen een en gelijk als Zelf.

Als ik mezelf zie participeren in weerstand op een vraag van bevestiging van x, dan stop ik, ik adem. Ik luister naar de woorden die hij spreekt en laat de woorden door me heen gaan. Als er een stilte valt waarin ik geloof dat er een bevestiging verwacht wordt van mij, dan blijf ik in de adem. Als ik geen reactie in mijzelf voel bewegen kan ik x vragen te vertellen wat hij wil vertellen, ik luister maar ga niet de hele tijd meehummen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten hoe ik mezelf hierin kan corrigeren aangezien ik niet zie of ik juist wel of juist niet iets moet zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf hierin niet te willen corrigeren aangezien ik het walgelijk vind als iemand langzaam praat met openingen waarin diegene wacht op een bevestiging van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het walgelijk te vinden als iemand langzaam praat met openingen waarin diegene wacht op een bevestiging van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dus bang te zijn, aangezien walging, disgust voortkomt uit angst, als iemand langzaam praat met openingen waarin diegene wacht op een bevestiging van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn te verdwijnen in de bevestiging van de ander.

Als ik in een situatie ben waarin x of een ander langzaam praat met openingen waarin diegene wacht op een bevestiging van mij, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik niet weet of diegene wacht op een bevestiging van mij, misschien zoekt diegene naar woorden om zich uit te drukken. ik geef de ander de tijd om zichzelf te corrigeren in plaats van dat ik de ander ga bevestigen zodat er geen zelf-correctie hoeft plaats te vinden. Ik hoef de ander niet te bevestigen als iemand langzaam praat met openingen tussen de woorden, ik hoef alleen mezelf te vestigen in en als de adem. Hierin creeer ik ruimte om mijn eigen reacties op het langzame praten van de ander te stoppen, wat tevens ruimte voor de ander creeert om zichzelf te corrigeren zonder oordeel/weerstand van mij.

Ik sta mezelf niet toe te reageren op het langzame praten van de ander met openingen waarin ik geloof dat ik de ander moet bevestigen.

Ik sta mezelf niet toe de ander en mezelf in en als de mind te bevestigen met een tegengestelde reactie zoals weerstand.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te bevestigen in en als de mind door met weerstand te reageren op langzaam praten van x of een ander met openingen waarin ik geloof dat er van mij een bevestiging verwacht wordt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb steeds dezelfde situatie te creeren waarin bevestiging verwacht wordt van mij, door te geloven dat er een bevestiging verwacht wordt van mij en dit vervolgens nog eens te bevestigen door met weerstand te reageren als iemand langzaam praat met openingen omdat ik geloof dat er een bevestiging van mij verwacht wordt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat we het meerdere malen van elkaar meerdere malen moeten bevestigen.