Dag 12 – Leven via de Natuur

Ik zie in mezelf dat ik mezelf vul met beelden uit de natuur. Ik kijk 100 x naar buiten naar de plantjes die uitkomen, de vogeltjes, de konijntjes. Wat zou ik zonder moeten? Ik zou me ongelukkig voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vullen met plaatsjes/beelden uit de natuur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vullen met iets buiten mezelf, in plaats van mezelf een en gelijk te maken als dat wat ik zie, aangezien dat wat ik zie mijn vertaling is van wat ik zie door mijn ogen, en dus ben ik het.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de natuur mooier en prettiger te vinden dan mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de diertjes zo lekker in hun lijfje te vinden zitten, en omdat ik zelf niet zo lekker in mijn lijfje zit kijk ik graag naar de diertjes die zo lekker in hun lijfje zitten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te proberen af te kijken hoe de diertjes lekker in hun lijfje zitten in plaats van zelf lekker in mijn lijfje te zitten door te stoppen met mezelf te vergelijken met wat buiten mij is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vergelijken met wat buiten mij is, waardoor ik mezelf afscheid van mezelf binnenin/als mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb lekker in mijn eigen lijf te zitten doordat ik niet een en gelijk ben als het fysiek als alles in, op en van de aarde.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moeite te hebben met afscheid nemen doordat ik mezelf heb afgescheiden van mezelf als alle leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet kan leven zonder de natuur, in plaats van in te zien dat ik gelijk als de natuur ben als zijnde gelijk als de aarde/het fysiek, alleen heb ik me daarvan afgescheiden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van de natuur als de aarde als het fysiek, en in plaats daarvan de menselijke natuur als systeem als mezelf ben gaan beschouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de menselijke natuur als systeem als mezelf te gaan beschouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de seksualiteit als die ik ken als natuur te beschouwen, in plaats van in te zien dat de seksualiteit die ik ken niet fysiek is maar een uitspatting van mezelf als systeem, wat niet gelijk als aarde is maar wat mezelf en anderen als systemen voedt en in stand houdt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de natuur prettiger te vinden dan mezelf, aangezien de natuur – dier, plant, steen, aarde – geen oordeel heeft, in plaats van in te zien dat ik zie dat de natuur geen oordeel heeft, dus ergens in mij moet ook iets aanwezig zijn wat geen oordeel heeft anders zou ik het niet kunnen waarnemen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb graag in de natuur te zijn omdat ik daar geen oordeel ervaar, in plaats van in te zien dat ik daar mijn eigen oordeel niet ervaar omdat ik de natuur niet ver-oordeel als zijnde afwijs.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet in oordeel reageer als ik in de natuur ben, in plaats van in te zien dat dat niet waar is, ik vind de natuur mooi, wat op zich al een oordeel is en wat de polariteit als lelijk ook bevordert.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de natuur te beoordelen zoals ik alles beoordeel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de polariteiten als de mind te activeren als ik in de natuur ben, ondertussen mezelf voedende met het zien van leven in de natuur, wat mezelf voeden is met wat ik zie, dus eigenlijk voed ik mezelf met mijn eigen mind door wat ik zie mooi te vinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te voeden met mijn eigen mind door dat wat ik zie mooi te vinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb graag een natuurmens genoemd te worden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb er trots op te zijn dat ik van de natuur houd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb trots te zijn op het feit dat ik ergens van houd, alsof datgene waar ik van houd iets over mij zegt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat dat waar ik van houd iets over mij zegt, wat me gelijk duidelijk maakt waarom ik er een hekel aan heb als iemand van mij houd waarbij ik het gevoel heb dat die ander mij gebruikt om zichzelf beter te voelen dan wel voor te doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf beter te voelen of mezelf beter voor te doen door van iets te houden buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb er een hekel aan te hebben als iemand van mij houd omdat ik daarbij het gevoel krijg gebruikt te worden door de ander als om de ander zich beter te laten voelen/voor te doen door zijn/haar liefde voor mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te voeden met iets wat ik als leven beschouw buiten mezelf, in plaats van zelf te leven een en gelijk als zelf als alle leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf zo minderwaardig te ervaren dat ik iets buiten mezelf nodig heb om van te houden om me gelijk als leven te voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het nodig is om mezelf als leven te voelen, en daardoor blijf ik mezelf voeden met het kijken naar leven wat voeden is met mijn eigen mind-oordeel, in plaats van in te zien dat ik een en gelijk als adem als leven ben en geen energetische voeding van de mind nodig heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik energetische voeding van de mind nodig heb om te kunnen leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden door alle oordelen over wat ik zie buiten mezelf, om me vervolgens proberen te vullen via wat ik zie buiten mezelf in oordeel in een poging om de splitsing/afgescheidenheid in mezelf van mezelf op te heffen met de ontbrekende polariteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te proberen de polariteit op te vullen met de ontbrekende polariteit en zo ‘heel’ te worden in/als de mind, in plaats van in te zien dat ik de polariteit kan stoppen met behulp van zelfvergevingen wat de polariteit stopt zodat ik een en gelijk als leven kan worden.

Als ik mezelf mezelf zie opvullen met een plaatje uit de natuur, dan stop ik, ik adem. In de adem kijk ik naar iets in de natuur en als er een oordeel in me omhoog komt, ook zoiets als, och wat schattig, dan pas ik hier zelfvergeving op toe. Dit doe ik net zolang totdat ik geen reactie meer heb van binnen op wat ik zie. Al(l)een in deze stilte sta ik echt gelijk aan wat ik zie in de natuur en sta ik gelijk als mezelf.

Als ik mezelf de woorden hoor zeggen “ik houd van” of “ik houd niet van”, in mijn hoofd of hardop, dan stop ik, ik adem. Ik pas zelfvergeving toe op waar ik wel of niet van denk te houden. Totdat ik gelijk sta aan waar ik van of niet van denk te houden, en ik dus niet meer denk en geen houden van meer ervaar.

Als ik mezelf gebruikt voel doordat ik hoor, zie of merk/denk te merken dat iemand van mij houdt, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat als ik me hiertegen verzet door weerstand te ervaren en deze in stand te houden, ik het houden van en mijn reacties daarop alleen maar versterk, waardoor de weerstand stand houdt in plaats van dat ik ga staan – to stand up – als mezelf. Zolang ik in de weerstand blijf staan zal er niets veranderen, niet in mij en niet in de ander. Mijn reacties zijn in en van mij; ik heb ze zelf gecreeerd en ik ben de enige die mijn reacties kan stoppen met behulp van zelfvergevingen. Ik pas zelfvergevingen toe op mijn reacties van binnen op het al dan niet ‘houden van’ van de persoon.

Ik sta mezelf niet toe te participeren in weerstand, wat me ervan weerhoudt op te staan – to stand up – als mezelf als Leven.

Ik verbind mezelf met Leven in/als mezelf, gelijk als de Aarde, door al mijn reacties in/als de mind, op wat ik zie buiten mijzelf, te stoppen. Ik adem en pas zelfvergevingen toe op datgene wat ik niet kan stoppen in de adem.

Ik laat de dieren, de planten, de stenen, de aarde met rust.

Advertisements

One thought on “Dag 12 – Leven via de Natuur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s