Dag 5 – Een huisje voor mij alleen – kans of consequentie?

(Blog geschreven op 19 april – dag 5)

Ik heb een beeld in mijn hoofd van een huisje voor mij alleen. Ik heb dat beeld al heel lang in mijn hoofd en uiteindelijk heb ik het zo ver laten komen dat er een kans is op een huisje voor mij alleen. Voor de duidelijkheid, ik woon sinds mijn 25e in een huis voor mij alleen waarvan er in totaal 3 jaar samen waren, dus dat blijft 10 jaar alleen. Toch heb ik een beeld in mijn hoofd van een huisje voor mij alleen. Open keuken, zolder of vliering, balkonnetje. Knus, warm, veilig.

Ik ga niet wonen in dit huisje voor mij alleen. Maar ik krijg het niet voor elkaar het af te zeggen. Dus laat ik het lopen totdat de tijd verstrijkt en het huisje aan de volgende geinteresseerde wordt aangeboden. Ik laat mijn kans voorbij gaan op dit droomhuisje waarin alles al geregeld is, ik hoef er alleen nog in te trekken. En toch ga ik niet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een beeld in mijn hoofd te creeren van een huisje voor mij alleen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf er niet toe te kunnen zetten het huisje af te zeggen zodat het huisje direct aan een ander kan worden aangeboden, zodat er gewacht moet worden op mijn eventuele reactie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb anderen te laten wachten omdat ik mezelf er niet toe kan zetten het huisje af te zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik anderen niet mag laten wachten omdat ik wat meer tijd nodig heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren bij het idee dat ik niet in dat huisje ga wonen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat ik een verkeerde beslissing neem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn een kans te laten lopen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat dit specifieke huisje mijn droomhuisje is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik in dat huisje veilig, warm en geborgen ben, veilig voor wat de toekomst brengen gaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mezelf veilig moet stellen voor de toekomst in plaats van in te zien dat ik de toekomst zelf creeer, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor wat ik zelf creeer en me veilig denk te kunnen stellen voor wat ik zelf creeer door in mijn eigen creatie te gaan wonen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een huisje voor mij alleen nodig heb om veilig te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik veilig ben in mijn eigen creatie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen zelfcorrecties te willen toepassen op de gedachte dat ik een huisje voor mezelf kan krijgen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de gedachte van een huisje voor mij alleen levend te houden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dit blog niet te willen plaatsen omdat ik daarmee mijn kans op het huisje voorbij laat gaan, en ik wil die kans niet voorbij laten gaan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verlamd te zijn door de angst de verkeerde keuze te maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een verkeerde keuze kan maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een keuze heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet exact te zien wat een keuze is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb aan dit gevoel van een huisje voor mij alleen te willen vasthouden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb aan dit gevoel van verdriet om een verkeerde keuze te maken te willen vasthouden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen praten over wat ik wel of niet ga doen omdat ik er niet op vertrouw dat ik werkelijk doe wat ik zeg, en dus wil ik wachten met spreken (of plaatsen van een blog) totdat ik het gedaan heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen wachten met spreken totdat ik de daad volbracht heb en ik er zeker van ben dat ik werkelijk doe wat ik zeg.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb daden te vertrouwen en woorden niet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb mijn eigen woorden te kunnen vertrouwen en dus liever niet uitspreek wat ik wil of niet wil gaan doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik iets moet gaan doen.

Als ik mezelf zie participeren in gedachtes over een huisje voor mij alleen, dan stop ik, ik adem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen stoppen met gedachtes over een huisje voor mij alleen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een keuze heb om te kiezen voor een huisje voor mij alleen en dat deze keuze invloed heeft op mijn leven, in plaats van in te zien dat deze zogenaamde keuze alleen invloed heeft op mijn leven in en als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het gevoel te hebben dat ik een deel van mezelf opgeef als ik niet in een huisje voor mij alleen ga wonen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het mogelijk is om een deel van mezelf op te geven, in plaats van in te zien dat ik niets hoef op te geven, ik kan mezelf vergeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten of ik mezelf kan vergeven als/dat ik niet in een huisje voor mij alleen ga wonen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf stom te vinden dat ik eindelijk de kans krijg om te wonen in een huisje voor mij alleen, dat ik het eindelijk voor elkaar heb, en dan doe ik het niet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat ik gestraft word als ik deze kans die ik zelf gecreeerd heb niet benut, in plaats van in te zien dat de enige die me straft ikzelf ben, ikzelf als de mind met mijn eigen oordelen over mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te straffen in en als de mind met mijn eigen oordelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat ik aan mijn lot wordt overgelaten als ik de kans die ikzelf gecreeerd heb niet benut.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het huisje een kans is, in plaats van in te zien dat ik het zelf gecreeerd heb door gedachtes en handelingen volgend op deze gedachtes, en dat het dus geen kans is maar een gevolg of consequentie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mijn consequenties moet leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb hartkloppingen te ervaren op het moment dat ik schrijf mezelf vergeef dat ik geloof dat ik mijn consequenties moet leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat wie A zegt ook B moet zeggen, in plaats van in te zien dat ik ieder moment kan stoppen met het leven van mijn eigen gecreeerde consequenties door mijn aanwezigheid in de mind te stoppen, zelfvergevingen toe te passen en mezelf te corrigeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet in staat ben om mezelf te stoppen en dus braaf mijn consequenties leef.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat wie zijn/haar consequenties leeft, braaf is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven in kansen en consequenties als zijnde leven en daarmee mijn hele leven in te delen in kansen en/of consequenties en vervolgens beslissingen hierin moet nemen van mezelf, in plaats van in te zien dat ik kan stoppen met het creeren van kansen dan wel consequenties in en als de mind door mezelf te stoppen te participeren in de mind en mezelf te vergeven voor wat ik gecreeerd heb en geworden ben, om mezelf vervolgens te corrigeren zodat ik niet in herhaling val.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb constant in herhaling te vallen, in plaats van constant te zijn als mezelf in ieder moment op iedere plek waar ik ben, een en gelijk als de adem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik in een huisje voor mij alleen moet gaan wonen omdat ik verdriet heb als ik het niet doe, in plaats van in te zien dat het verdriet voortkomt uit……..?

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb te zien waar het verdriet uit voortkomt en toch blind te vertrouwen op het verdriet als leidraad voor mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet tot leidraad van mijn leven te maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb blind te vertrouwen op verdriet als leidraad voor mijn leven, en daarmee keer op keer verdriet te creeren dan wel in stand te houden, aangezien verdriet het startpunt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet als startpunt te zien en aanvaarden van mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de woorden ‘stuk verdriet’  in mezelf omhoog te zien komen zonder te weten waar deze woorden vandaan komen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dit verdriet als een bodemloze put te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen mogelijkheid te zien om uit deze bodemloze put van verdriet te komen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik uit deze bodemloze put van verdriet moet komen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat deze bodemloze put van verdriet echt is, om deze vervolgens te leven en zelfs te gebruiken als startpunt van mijn leven in iedere situatie opnieuw.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet als surrogaat voor leven te beschouwen aangezien het het enige is waarin ik houvast ervaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet als enige te zien waarin ik houvast ervaar aangezien het het enige is wat ik ken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet het enige te laten zijn wat ik ken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik houvast nodig heb, in plaats van in te zien dat ik me nergens aan vast kan houden, ik kan alleen maar ademen.

Als ik mezelf zie participeren in een emotie van verdriet, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik verdriet ervaar omdat ik niet aanwezig ben in de adem en dus geen leven ervaar, en verdriet geeft een surrogaat-ervaring van leven aangezien het iets beweegt in mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat er iets in mij moet bewegen om tot leven te komen of in leven te blijven, in plaats van in te zien dat als ik de beweging in mij als gevoelens en emoties stop, ik pas echt tot leven kan komen, een en gelijk als de adem, constant als mezelf.

Dus, ik stop met participeren in een emotie van verdriet. Ik adem, 4 tellen in, vier tellen vast, 4 tellen uit, 4 tellen vast. net zolang totdat ik niet meer geleid wordt door het verdriet, maar ik mezelf kan leiden door de emotie heen.

Als er een ervaring opkomt waarin het verdriet zo echt lijkt dat het wel waar moet zijn, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat dit verdriet voortkomt uit gedachtes en dat ik dit heb opgeslagen als verdriet. Ik pak een schrift en ga schrijven zodat ik rustig word, rustig als zijnde niet meer bewogen door het verdriet. Ik kijk wat ik schrijf en zie of ik zelfvergevingen kan toepassen op gedachtes, gevoelens en emoties die ik heb opgeschreven. Ik realiseer me dat ik niet in 1 dag dit verdriet met alle onderliggende gedachtes kan stoppen. Ik kan wel stoppen met participeren in het verdriet als zijnde waarheid en leidraad. Hierin geef ik mezelf de kans mezelf richting te geven en in het verdriet te zien zonder mezelf er nog in te verliezen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verliezen in het verdriet.

Dag 4 – Communicatie in gelijkheid met mens en dier – Zelftwijfel

Gisteren bij de dierenarts. Een heel rijtje aan handelingen van mezelf waar ik niet tevreden over ben. Het begint thuis met het oppakken van de 2 konijnen, wat er vrij ongemakkelijk aan toegaat aangezien ik ze zelden oppak en ze dit ook niet leuk vinden. Vervolgens volg ik mijn weerstand in het niet communiceren naar x over wat ik ga doen wat een reactie in x oproept waar ik nog meer weerstand door ervaar. Bij de dierenarts gaat het met Casper het konijn niet helemaal lekker; andere jaren (ze gaan voor een jaarlijkse inenting naar de dierenarts) is hij nerveus maar vrij rustig, en nu is hij doodsbang. Hij heeft last van zijn blaas of nieren en plast heel veel kleine plasjes. Hij is rond de 8-9 jaar, wat voor een konijn behoorlijk op leeftijd is. De dierenarts (welke heel zorgzaam en voorzichtig handelt) drukt wat urine uit zijn blaas om een testje te doen.

Eenmaal thuis, de volgende dag. Ik heb geleerd te communiceren met dieren en ga dit toepassen. te laat natuurlijk, dit had ik kunnen doen voordat we naar de dierenarts gingen. Tijdens het gesprek komt naar voren dat hij zijn plas bijna niet op kon houden en dat wat hij op kon houden drukt de dierenarts er dan uit. Dit geeft hem een ervaring als wat ik als ‘beledigt’ omschrijf. Zonder te vragen drukt ze een plasje uit zijn blaas. Dit kan toch gewoon gevraagd worden??? Dan kan hij een klein plasje doen.

Zo is het. En hierin verraad ik direct het leven. Het is aan mij om 100% alert te zijn voor tijdens en na zo’n tripje naar de dierenarts. Ik kan de dierenarts vragen te vertellen wat ze doet, en Casper hierin betrekken. Echter, ik twijfel aan mezelf en de communicatie die ik heb met de dieren. Het is niet zuiver (als in vrij van de mind). Dus ik twijfel over wat ik begrijp van de communicatie van het dier, hoeveel ik projecteer en wat van het dier is, en door deze twijfel durf ik hier niet in te gaan staan tegenover de dierenarts. En dus….laat ik het hele communiceren met de dieren voor wat het is, pak ze op, neem ze mee, en laat ze behandelen door de dierenarts zonder voorbereiding. Ondertussen met een rotgevoel omdat ik zie in mezelf dat er iets niet klopt in deze reeks handelingen; ik pas niet toe datgene wat ik zou kunnen toepassen, nl communicatie in gelijkheid.

Dit uiteindelijk vandaag wel gecommuniceerd hebbende met Casper wil hij graag een pijnstiller erbij. Dan moet ik de dierenarts bellen. Wat ik meteen doe, en ik kan dezelfde dag een pijnstiller ophalen. Ook wil hij een schoon hok. Wat ik kan regelen. Dit geeft direct rust aan beide kanten. Wellicht projecteer ik hierin, dus het geeft mij iig rust. Omdat ik hierin direct toepas wat in mijn kunnen ligt op dit moment om het voor Casper zo goed mogelijk te ondersteunen. Hij heeft er niets aan als ik me zorgen maak, me schuldig voel, het zo vervelend voor hem vindt. Leven met een blaasontsteking kan hij zichzelf in ondersteunen, en dieren doen dat ook direct. Ik kan zoveel mogelijk de omstandigheden creeren waarin hij dit zelf kan doen. Wat nodig? Communicatie met hem in gelijkheid en zien met gezond verstand wat het beste is om te doen. En vooral, de tijd nemen en rustig handelen, niet opgejaagd door zorgen vanuit de mind. Als ik rustig handel, kan ik onderwijl zien hoe het gaat.

Als ik ergens, eigenlijk 1 ding maar, echt boos over word is het als iemand niet in gelijkheid met me communiceert, of niet met me communiceert, me betuttelt, niet naar me luistert, me niets vraagt maar handelt naar eigen inzicht. Alles heb ik gisteren toegepast, al deze facetten waar ik zelf zo boos over ben en waar ik me zo door heb laten beledigen.

(Wat de weerspiegeling is naar mij over het feit dat Casper blaasontsteking/last van zijn nieren heeft is een ander verhaal; een huisdier weerspiegelt over het algemeen het proces in degene die voor hem zorgt en/of in huis woont).

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te twijfelen aan mezelf en vervolgens te handelen of eigenlijk niet te handelen door deze zelftwijfel wat ten koste gaat van Leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb te handelen in wat het beste is voor Leven door te luisteren naar mijn zelftwijfel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te luisteren naar mijn zelftwijfel en dit als reden te gebruiken om niet te communiceren in gelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de reactie van de buitenwereld te verkiezen boven staan voor wat het beste is voor Leven, en hiermee mezelf en alles en iedereen als Leven verraad.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander te verwijten dat deze de reactie van de buitenwereld verkiest boven wat het beste is voor alle Leven, en hiermee dus zichzelf en alles en iedereen als Leven verraadt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verwijten dat ik de reactie van de buitenwereld verkies boven wat het beste is voor alle Leven en hiermee dus mezelf en alles en iedereen als Leven verraad.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn kennis van communicatie niet toe te passen in de praktijk, waardoor het kennis blijft, en zolang het kennis blijft kan ik mezelf hier niet in corrigeren maar blijf ik mezelf verschuilen in de mind, ondertussen zo boos omdat ik zoveel kennis heb maar het niet toepas in de praktijk.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de kennis die ik heb niet toe te passen in de praktijk uit angst om het fout te doen of uit angst om te zien dat de kennis niet toepasbaar blijkt in de praktijk en dus nutteloos.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om het fout te doen of om te zien dat de kennis die ik heb niet toepasbaar blijkt in de praktijk.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb constant het gevoel te hebben in twee werelden te leven, een binnenwereld en een buitenwereld.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een verschil te creeren tussen de binnen – en buitenwereld, waaruit blijkt dat ik mezelf heb afgescheiden van Hier zijn, een en gelijk als Zelf als Leven in ieder moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in 1 stap een en gelijk als Zelf als Leven te willen worden maar geen zin heb om stap voor stap de mogelijkheden in de praktijk te benutten in het dagelijks leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om de mogelijkheden in de praktijk te benutten om mezelf te vergeven en te corrigeren zodat ik stap voor stap de splitsing in mezelf kan stoppen totdat ik kan leven adem voor adem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te weigeren te communiceren in gelijkheid als wat het beste is voor iedereen door angst, weerstand en zelftwijfel, en hiermee mezelf opnieuw te bevestigen in angst, weerstand en zelftwijfel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf keer op keer te bevestigen door te luisteren naar mezelf als angst, weerstand en zelftwijfel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen communiceren in gelijkheid uit angst om gecorrigeerd te worden door de ander, waarmee ik een situatie creeer waarin ik juist gecorrigeerd dien te worden door de ander dan wel door mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen dat iemand ziet dat ik verander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen waarom ik niet wil dat iemand ziet dat ik verander, en dus verander ik maar niet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander hiermee boven mezelf te stellen door niet te willen veranderen als de ander het ziet en hierin eigenlijk te willen dat de ander verandert.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen dat de ander verandert zodat ik ongezien kan mee veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het niet willen dat iemand ziet dat ik verander te gebruiken als excuus om niet te veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het niet willen dat iemand ziet dat ik verander geen geldig excuus te vinden om niet te veranderen, en hiermee constant boos te zijn op mezelf als ik niet verander en geprojecteerd op de ander als ik zie dat die niet verandert, waarmee ik een extra laag/excuus creeer om niet te hoeven veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb rustig te handelen zonder invloed van zorgen in/als de mind, waardoor ik bij iedereen stress gecreeerd heb, wat eigenlijk het enige is wat gisteren echt vervelend was omdat ik dan niet meer zie en kan toepassen wat het beste is.

Als ik mezelf zie participeren in zorgen in/als de mind en daardoor ongeduldig en onzorgvuldig handel, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik nu kan veranderen door te stoppen met deze nervositeit, ook al heb ik al een paar zogenaamde fouten gemaakt. Het is beter alsnog te stoppen dan helemaal niet te stoppen. Dus ik stop, ik haal adem en corrigeer mezelf in het moment. In de adem begin ik opnieuw en zie hoe ik zo zorgvuldig mogelijk kan handelen in een situatie die voor niemand leuk is.

Als ik mezelf zie participeren in de weerstand om te veranderen in het moment dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik ooit een reden had om niet te willen veranderen als de ander het ziet, voortkomend uit een jeugdsituatie waar ik nu nog geen helder zicht in heb. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toesta weerstand te ervaren om te veranderen en als ik niet in het moment verander vergeef ik mezelf dat ik mezelf niet toesta in het moment te veranderen. Ik realiseer me dat alleen al het stoppen met handelen in nervositeit een verandering is die voor iedereen het beste is. Ik hoef niet direct iets te doen, ik hoef alleen te stoppen met participatie in de mind in dit moment.

———————————————————————————————–

Na het schrijven van dag 4 word me duidelijk wat de vele kleine plasjes van Casper reflecteert naar mij toe: Zelftwijfel, zoals al duidelijk werd in de kop en de tekst. Niet een en gelijk zijn aan/als Zelf wat voortbrengt zelftwijfel. Specifieker kan ik het op dit moment niet benoemen.

Dag 3 – Zelfvergevingen liefde en haat

Zelfvergevingen vervolg blog 2 zie tekst blog 2

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te haten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te haten omdat ik mezelf haat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb onverschillig te zijn geworden als gevolg van zelfhaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het me toch niets kan schelen omdat het toch geen zin heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het toch geen zin heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te geloven dat deze ervaring van onverschilligheid ooit verdwijnt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ontzettend moe te worden van mijn eigen weerstand en zelfhaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien hoe ik deze weerstand gecreeerd heb en niet te begrijpen dat ik de weerstand in de praktijk niet gewoon kan stoppen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat deze weerstand echt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik mezelf verraad als ik niet toegeef aan deze weerstand maar iets anders doe dan ik normaal doe zonder rekening te houden met de weerstand.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te luisteren naar de weerstand als reactie op een ander in plaats van te luisteren naar wat de ander te zeggen heeft of laat zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een gevoel van walging te ervaren als ik door deze weerstand heen ga.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te isoleren door te luisteren naar de weerstand.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo boos te zijn op mezelf dat het me niet lukt om te veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het me niet lukt om te veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat liefde is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me verongelijkt te voelen omdat ik niet weet wat liefde is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van liefde.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van liefde door heel veel weerstand te creeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ervaring van liefde te creeren voor een jongen om die jongen vervolgens te blijven missen, zonder precies te zien waarom ik dit eigenlijk doe.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ervaring van liefde te creeren voor een jongen zonder te realiseren dat ik hiermee de polariteit als haat versterk, dan wel in mezelf dan wel in de wereld.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van de angst die ik ervaar als ik een haatfilmpje tegen desteni zie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen dat de persoon van het haatfilmpje niet ziet dat hij over zichzelf praat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf in twijfel te trekken door de haat van een ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb fysieke klachten te creeren door mezelf te haten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik er niet mag zijn omdat ik mezelf zo haat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik het niet waard ben om Hier te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen zin te hebben om me in te zetten om te veranderen omdat het toch geen zin heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen hoe iemand een haatfilmpje kan maken maar zelf niet in staat ben om in huis zonder weerstand te communiceren en daardoor vaak het liefst helemaal niet communiceer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de gelijkheid in de wereld direct te zien maar hier in huis niet in staat te zijn om gelijk te gaan staan als de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de theorie eenvoudig te vinden en de praktijk moeilijk, aangezien ik daar zoveel weerstand in ervaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen zin te hebben om te veranderen en daarom de ander buitensluit en vervolgens redenen voor dit buitensluiten ga valideren in de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo druk te zijn met de ander buitensluiten dat ik in de mind verdwijn en niet voorzichtig genoeg ben naar de konijntjes als ze mee gaan naar de dierenarts.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de konijntjes onvoorzichtig te benaderen en daarmee te bezeren doordat ik druk ben met boosheid en weerstand in de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het leven te bezeren door druk te zijn met boosheid en weerstand in de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het leven te bezeren door niet te communiceren in gelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te weten hoe ik kan communiceren in gelijkheid met zowel dier als mens maar het niet toe te passen door…weerstand, onverschilligheid, gemakzucht, onoplettendheid, om dit vervolgens ook nog te gaan valideren in mijn eigen gedachten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf pijn te doen door niet te communiceren in gelijkheid terwijl ik wel weet hoe ik dit kan toepassen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zelfhaat te creeren door niet toe te passen wat het beste is voor alle leven in communicatie in gelijkheid, en in plaats daarvan mijn weerstand te volgen en te valideren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn weerstand te volgen en valideren, waarmee ik zelfhaat creeer maar tegelijkertijd verstop, aangezien ik toch weet hoe ik in gelijkheid kan communiceren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te walgen van mijn eigen gedrag en toch niet te kunnen veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet kan of wil veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een reden nodig te hebben om te veranderen.

Als ik mezelf zie participeren in een ervaring van weerstand, dan stop ik, ik haal adem. Ik stel mezelf de vraag of dit – het participeren in een ervaring van weerstand – het beste is voor alles en iedereen in dit moment. Als ik zie dat dit niet zo is, heb ik een reden om te veranderen; de enige reden die staat en blijft staan.

Ik adem. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien hoe ik dan kan veranderen in het moment. Dat komt omdat ik het niet toepas, dus ik kan ook geen verandering zien aangezien ik het niet toepas.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het beste voor alles en iedereen niet als voldoende reden te zien om te veranderen.

Als ik mezelf zie participeren in een ervaring van weerstand, dan stop ik, ik haal adem. Ik stel mezelf de vraag of dit – het participeren in een ervaring van weerstand – het beste is voor alles en iedereen in dit moment. Als ik zie dat dit niet zo is, heb ik een reden om te veranderen; de enige reden die staat en blijft staan. punt.

Ik haal adem. Ik vergeef mezelf de weerstand. Ik communiceer in gelijkheid met de ander, ongeacht de weerstand die ik ervaar. Alleen door de verandering toe te passen zal ik ervaren dat ik kan veranderen.

“I forgive myself that I have not allowed myself to see that writing myself to freedom actually means Righting myself to freedom in a practical physical way” (zie blog onder link weerstand).

Dag 2 – Hoofdpijn in relatie tot liefde en haat

Sinds gisteren heb ik behoorlijk hoofdpijn. Gisterochtend kon ik weer in de adem komen, de kramp in mijn darm die ik de afgelopen weken had opgebouwd liet gedeeltelijk los, en ik kon weer ademhalen. In de loop van de dag kwam de hoofdpijn opzetten en vanochtend was het zwaarder. Ik kon nog steeds ademhalen, maar me niet gemakkelijk bewegen door de hoofdpijn. De hoofdpijn belet me ook om te kunnen denken, om in de mind te gaan en me bezig te houden met keuzes die er niet echt toe doen. Zodra ik ging denken werd de hoofdpijn erger. Ik was er dus eigenlijk heel blij mee omdat ik zag dat ik de controle van het denken aan het loslaten ben. Ik wist dat ik hier doorheen kon komen door de ademhaling, maar wat heb ik uiteindelijk gedaan? Een pijnstiller genomen (alleen bij hoofdpijn neem ik een ibuprofen of paracetamol) en gaan liggen. Uiteindelijk heb ik een paar uur geslapen met aan aan het einde een wat vervelende droom. In de droom had ik ook hoofdpijn en werd ik compleet neergedrukt door iets in mezelf, en ik kon bijna niet meer ademhalen. Ik moest blijven ademhalen, anders zou ik doodgaan. uiteindelijk werd ik wakker en bleek het neerdrukkende gevoel dus in de droom plaats te vinden. Dit soort dromen heb ik vroeger vaak gehad toen ik 8-9 uur sliep. Ik werd er altijd een beetje bang van, alsof iets anders me neerdrukte. Nu heb ik duidelijk ervaren dat het mijn eigen mind is die me neerdrukt.

Ik wilde vanochtend met de hoofdpijn niet zien wat hier was, namelijk de hoofdpijn en de emoties die liggen opgeslagen in het fysiek die deze hoofdpijn creeren.  Het is mooi weer, ik wilde ‘lekker’ schrijven, koffie drinken. En dat alles kon niet want ik had zoveel hoofdpijn. Dus ik probeerde de ervaring zo snel mogelijk weg te duwen door een ibuprofen te nemen en het ook nog eens als excuus te gebruiken om te kunnen gaan slapen. Om vervolgens wakker te worden in een hele vervelende ‘zombie-toestand‘, weg van mezelf, minder diep in de adem (met wel iets minder hoofdpijn). Balend van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te leven wat er op dit moment is, nl de hoofdpijn en hoe hierin te blijven staan zonder een pijnstiller te nemen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb iets anders te willen dan mijn lichaam op dit moment aangeeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn lichaam te onderdrukken met datgene wat ik wil en wat ik als plan heb in mijn hoofd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de hoofdpijn als excuus te gebruiken om een paar uur te gaan slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me verdrietig te voelen omdat ik een paar uur ben gaan slapen en hierin mezelf te onderdrukken, in plaats van met mezelf te gaan zitten, te ademen en te zien hoe ik hier in de hoofdpijn kan blijven totdat deze wegtrekt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb van mezelf weg te gaan door de hoofdpijn op te willen lossen met een pijnstiller zodat ik kan gaan schrijven en koffiedrinken, mezelf kietelend dat ik toch zo lekker bezig ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het lekkere gevoel van het in de mind zijn niet op wil geven en daarom ga ik de hoofdpijn en daarmee mezelf onderdrukken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb opeens niet te weten hoe ik de woorden in een blog geschreven krijg, terwijl ik de afgelopen 7 maanden geen problemen heb ervaren met het schrijven van blogs.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb opeens te gaan twijfelen over wat ik schrijf nu het als levend voorbeeld zal zijn voor andere mensen op weg naar zichzelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb de hoofdpijn te gebruiken om mezelf te ondersteunen in het loslaten van de controle van de mind, dichtbij mezelf, heel rustig zittend zodat het dragelijk is, en in plaats daarvan te zijn gaan slapen met een pijnstiller waarin ik mezelf heb onderdrukt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat ik deze kans om de controle van de mind wat meer los te laten heb verpest door de fysieke symptomen te onderdrukken en als excuus te gebruiken voor wat meer slaap.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik wat meer slaap nodig heb omdat ik hoofdpijn heb vandaag en daarom een paar uur mag slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb gelijk te gaan staan aan de hoofdpijn, onderwijl ademend, dichtbij mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een situatie te creeren waarin ik me nu vervelender voel zonder hoofdpijn maar weg van mezelf dan vanochtend met hoofdpijn en dichtbij mezelf in de adem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een beetje bang te zijn van de hoofdpijn en daarom heb ik deze onderdrukt met een pijnstiller.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten hoe en wanneer de hoofdpijn zal stoppen, en daarom heb ik als mind de hoofdpijn gestopt met een pijnstiller.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van de hoofdpijn, waardoor ik er bang van word en ik deze zo snel mogelijk weg wil hebben terwijl ik vandaag een dag vrij heb en dus de kans om rustig te zitten met hoofdpijn en te zien wat voor patronen deze hoofdpijn gecreeerd hebben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik even een ‘adempauze’ nodig heb omdat alles opeens zo snel gaat, in plaats van in te zien dat het snel gaan de mind is die de controle verliest, en doordat de mind de controle verliest zie ik hoe snel de mind gaat en ben ik in staat deze adem voor adem te stoppen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zoveel onderwerpen te zien in de snelle mind waarover ik wil schrijven, dat ik niet meer weet waarover ik zal en kan schrijven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijzelf als de mind te onderschatten in de kracht waarmee ik als de mind wil blijven bestaan, waardoor ik me laat verleiden door excuses als een keer langer slapen en een pijnstiller nemen als het niet perse nodig is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen waarom ik als mind wil blijven bestaan en daardoor mezelf als mind te onderschatten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als mind niet serieus te nemen omdat dit eigenlijk niet echt is, waardoor ik mezelf als mind de kans geef mezelf als zelf te verrassen en te onderdrukken in deze verrassing.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf de adem te benemen in deze verrassing door mezelf als mind niet serieus te nemen en daardoor niet te zien waartoe ik en anderen als de mind toe in staat zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb anderen de schuld te geven als ik schrik als ik zie waartoe de ander als de mind in staat is, in plaats van in te zien dat ik schrik van mezelf als mind en dit projecteer op de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van de ander door te geloven dat zij me verraden als mind, in plaats van in te zien dat ik mezelf verraad als mind en me daarom afscheid van mezelf als mind, om dit vervolgens te projecteren op de ander door de ander de schuld te geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander de schuld te geven van verraad, en door de schuld af te schuiven op de ander hoef ik niet in mezelf te zien hoe ik als mind mezelf als zelf als leven verraad, en dus hoef ik ook niet op te staan en zelfverantwoording te nemen aangezien ik geloof dat het verraad de schuld van de ander is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als slachtoffer in stand te houden door de schuld van verraad op de ander af te schuiven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te balen van mezelf dat ik een pijnstiller heb genomen tegen de hoofdpijn en ben gaan slapen op een moment waar ik juist heel dicht in/bij mezelf aanwezig ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verraden door een pijnstiller te gaan nemen en te gaan slapen, en daarmee mezelf als leven als adem te onderdrukken en een mogelijkheid om te zien hoe ik de hoofdpijn gecreeerd heb als zijnde slachtoffer van mijn eigen verraad als mind voorbij heb laten gaan.

Als ik hoofdpijn heb en ik heb de mogelijkheid om hierin rustig te blijven zitten, dan ga ik zitten. Ik zie in mezelf hoe ik het beste kan bewegen met deze hoofdpijn, en hoe ik in de adem kan blijven terwijl ik hoofdpijn heb.

Als ik mezelf zie participeren in  de gedachte dat een pijnstiller de oplossing is voor de hoofdpijn omdat ik graag mijn programma van die dag wil draaien, stop ik en haal adem. ik realiseer me dat het feit dat ik het programma van die dag wil draaien aangeeft dat ik in de mind participeer als zijnde een programma. Ik ga zitten en zie of de hoofdpijn dragelijk is en als dat zo is, dan blijf ik rustig zitten. Hierin zie ik wat ik in dat moment het beste kan doen om mezelf te ondersteunen met deze hoofdpijn. Het programma laat ik voor wat het is en ik pas zelfvergevingen toe op het creeren van zo’n programma.

Als ik mezelf zie participeren in de gedachte dat slapen wellicht een oplossing is, dan stop ik en haal adem. Ik zie in mezelf of het echt nodig is te gaan slapen, wat meestal niet het geval is. Ik realiseer me dat het opnieuw gaan slapen de mind oplaadt, waardoor ik mezelf onderdruk en niet meer kan zien hoe de hoofdpijn me ondersteunt in het loslaten van de controle van de mind.

Ik realiseer me dat ik de hoofdpijn gecreeerd heb door mezelf als leven te onderdrukken. Door in de adem te blijven en te schrijven kan ik wellicht zien hoe ik mezelf heb onderdrukt.

————————————————————————————-

Tijdens het zoeken naar een link kom ik bij een haat-filmpje tegen desteni. Ik schrik ervan hoeveel haat en gebrek aan gezond verstand er aanwezig is in het filmpje. Ik pas  zelfvergevingen toe op het feit dat ik niet begrijp hoe er zoveel haat kan bestaan in iemand.En hoe ik niet zie hoe ik dit mede gecreeerd heb in de wereld.

Opeens dringt het tot me door dat haat gecreeerd moet zijn uit polariteit, en haat is de polariteit van liefde. En ik heb wel degelijk geprobeerd deel te nemen in gevoelens van liefde. Een heel jaar lang heb ik een bliss van liefde in mezelf gecreeerd voor een jongen op afstand; ik bedoel maar.

En opeens is daar de link naar mezelf: zelfhaat. Het filmpje staat bol van geprojecteerde zelfhaat, en waar loop ik mee te stoeien? Zelfhaat. Op het moment dat ik me dit realiseer trekt de hoofdpijn weg. De hoofdpijn komt voort uit stagnatie in mijn fysiek, gecreeerd uit zelfhaat. De lever-gal functie is hiermee verbonden; dit is iets voor later. Misselijkheid, verkramping in de darm, en als het voldoende stagneert uit het zich in hoofdpijn op plaatsen waar de galmerediaan zich bevindt.

Deze zelfhaat komt iedere keer omhoog op het moment dat ik als mezelf wil gaan schrijven of net geschreven heb. Er komen velerlei excuses omhoog, die meestal eindigen in “wat ben ik in godsnaam aan het doen?”. Een ervaring van verachting voor het kwetsbare zelf. Mijn reactie op het filmpje verandert ook direct; het doet me geen pijn meer en de angst neemt af. Ik zie in mezelf hoe het aanwezig is. En hieromheen zijn een heleboel lagen gecreeerd die deze zelfhaat gaan verdedigen en beschermen. Zelfhaat om het feit wat ik heb toegestaan en aanvaard heb als onderdrukking van leven in mezelf en naar de ander. En om de zelfhaat te compenseren gaan we ervaringen en gevoelens van liefde creeren, die vervolgens gaan uitbalanceren in polariteit in de wereld. Zo versterkt het de haat in een ander zoals bijvoorbeeld zichtbaar is in het haatfilmple over desteni.

Zelfvergevingen en zelfcorrecties zie dag 3.

Dag 1 – Van ziel naar Leven

Let’s face it. Ik heb lange tijd geloofd dat ik een ziel ben. Dat dat wat ik ervaar als ik, dat ‘lichte wezen’ binnenin me, dat ik dat ben als ziel. Als we gaan zien wat de ziel eigenlijk is, is het niet zo geweldig om te geloven een ziel te zijn.

De ziel constructie is gemaakt als opslagplaats voor alle informatie van alle geleefde levens die niet meer in het mind-systeem konden worden opgeslagen, dan zou het mind-systeem crashen.

Dus ik geloofde dat ik de opslagplaats was voor alle informatie van alle geleefde levens die niet meer in het mind-systeem konden worden opgeslagen.

Hoe ga ik mezelf vrijmaken van dit geloof en alle consequenties die ik met dit geloof gecreeerd heb? 7 jaar, 2555 dagen schrijven. Alles uitschrijven wat ik geworden ben en daar zelfvergevingen en zelfcorrecties op toepassen. Tot het absolute 0-punt. Tot ik niets meer ben wat ik ooit gedacht heb te zijn. Adem voor adem schrijf ik mezelf tot Leven. In dit schrijven creeer ik de mogelijkheid om mezelf te zien in de woorden die ik schrijf. Dat wat ik geworden ben kan ik mezelf vergeven, en hierdoorheen krijg ik mezelf als Leven te zien. Een en gelijk als de Adem.

Hoe dit zal gaan? Geen idee. Dat ga ik wandelen. In het proces zal de verandering plaatsvinden.

Loop je met me mee? Lees 21 dagen (of langer) de zelfvergevingen en zelfcorrecties die ik schrijf hardop, en zie in jezelf of er een verandering plaatsvindt. Een kleine verschuiving, een glimp van de mogelijkheid dat we inderdaad niet zijn die we denken te zijn. Er moet iets veranderen in de wereld, en dat is een understatement. Dat weet jij, dat weet ik. De totale ongelijkheid die er heerst op dit moment is niet leefbaar, en als het nu nog wel leefbaar is voor jou zal het dat niet lang blijven. Loop mee! Wees onderdeel van de verandering die plaats moet en zal vinden. Voor jezelf, voor je buren, voor de mensen ver weg, voor de dieren, voor de planten, voor al het leven dat nu geen Leven is en/of heeft. Wij allemaal dus.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een ziel ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van mezelf door te geloven dat ik een ziel dus een opslag aan informatie ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb consequenties te creeren die voortkomen uit het geloof dat ik een ziel ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb over mezelf als ziel te praten tegenover anderen en hierbij anderen te doen geloven dat ik een ziel ben en dat zij dus ook een ziel zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb wellicht anderen te doen geloven dat ik een ziel ben en dat zij een ziel zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de ziel echt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als Leven compleet te missen door te geloven dat ik een ziel dus een opslag aan informatie ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb niet toegestaan en niet aanvaard heb te weten wat Leven is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb te kunnen ademen als Leven.

Als ik mezelf zie participeren in een gedachte die leidt tot het geloof dat ik een ziel ben, dan stop ik, ik adem. Ik kijk om me heen en pak iets vast wat tastbaar is, wat fysiek is. Ik adem. Ik realiseer me dat alleen datgene wat ik hier vast kan pakken, werkelijkheid is. En het is mijn verantwoordelijkheid te zorgen voor dat wat tastbaar en fysiek is, voor dat wat werkelijkheid is. Geloven dat ik een ziel ben is niet fysiek en niet tastbaar. Een ‘licht wezen’ binnenin me ervaren is niet fysiek en niet tastbaar. Het is dus geen werkelijkheid, en dus stop ik direct met participeren in gedachtes die leiden tot het geloof in het bestaan van de ziel of ervaringen als een licht wezen binnenin me als zijnde de ziel.

Ik wil het niet

Ik wil het niet.

Als jong tienermeisje kreeg ik kusjes van een familielid; kusjes die net niet onschuldig waren. Ik wil het niet. Maar is er echt wel iets gebeurd? Ik weet het niet zeker. Als er nou iets meer gebeurde ja, dan kon ik zeggen ho stop. Dit wil ik niet, dit is niet ok. Maar er gebeurde nooit iets echt meer, alleen maar herhaaldelijk hetzelfde zogenaamd onschuldige gedoe, wat niemand zag behalve ik, althans niemand zei iets en ik ook niet, dus ik ga ervanuit dat niemand iets zag.  En omdat ik het niet wil, terwijl ik niet zeker weet of het nou goed of slecht is, is dat voldoende reden om het te stoppen? Als ik iets zeg schaad ik de familie, nee laat ik dat maar niet doen.

Ik wil het niet. Het heeft 10 jaar geduurd voordat ik het kon zeggen. Ik wil het niet.

26 jaar later. Ik wil het niet. Leven met m. Maar ik heb niet echt een reden; sterker nog, ik kan wel 20 redenen bedenken waarom ik het wel zou willen. Dus waarom zou ik het niet willen? Ik leef al een jaar lang de 20 redenen waarom ik het wel zou willen. En alle redenen vallen een voor een weg, totdat ik alleen maar hoor in mezelf; ik wil het niet.

Maar is dat voldoende reden om het te stoppen? Of zal ik het toch nog een kans geven, toch nog eens linksom rechtsom bovenlangs onderlangs proberen? Want misschien wil ik het toch. Wat nou als ik me vergis, wat nou als ik het wel wil maar dit niet gezien heb? Wat nou als ik ga staan in ik wil het niet en ik wil het niet blijkt niet echt? Wat blijft er dan over? Wat nou als ik het verleden leef als zijnde ik wil het niet, uit angst, en ik blijk het toch te willen maar ik was te bang? En wat moet m doen? Ik kan nu toch niets meer zeggen? Nu we zover gekomen zijn hier in huis? Alles piekfijn in orde. En dan kom ik aan met ik wil het niet. Wat ik eigenlijk al vanaf dag 1 zeg: ik wil het niet. Maar ik leef iets anders. Ik ben niet een en gelijk als mijn woorden. Gesplitst door zelftwijfel. Ik weet het niet; ik wil het niet maar ik ben te bang voor linksom of rechtsom. Beide opties jagen me angst aan op een verschillende manier. In de een ga ik dood van onderdrukking, in de ander van eenzaamheid.

Alleen staan. Ik zou het liefst helemaal alleen gaan staan. Dan kan ik mezelf weer in de ogen zien. Maar durf ik dat aan? Hoelang moet ik hiermee wachten? Wat is zelf-eerlijkheid? Wat is zelf-interesse?

Ik wil het niet, maar ik kan niet anders. Dat is een zelf-onoprechte gedachte. Ik kan wel anders. De vraag is wanneer.

Hoe wil ik bestaan? Kan ik eeuwig staan in de situatie waarin ik nu leef? Nee, die is niet zelf-oprecht en ik misbruik mezelf en m door vol te houden het te proberen te willen. Ik ben bang voor de uiterlijke verandering. Voor iedereen die ziet dat ik niet kan leven in deze perfect ogende leefsituatie die binnenshuis verre van perfect is. Voor iedereen die ziet dat ik maar gedaan heb alsof ik hierin kan leven waaruit vervolgens blijkt dat ik het niet kan want ik wil het niet. Ik heb gelogen. Ik heb m en mezelf doen geloven dat het mogelijk is, al heb ik vele malen iets anders gezegd, vele malen mijn twijfel geuit. Ik wil weg maar ik durf niet. Ik durf de wereld niet in. Maar hier in huis is het ook niet veilig. Dat lijkt maar zo. Dus in beide gevallen is er maar een veilige plek: binnenin mezelf. Als ik in die veilige plek in mezelf aanwezig ben, wat zou ik dan willen? Hier blijven of naar een ander huis?

Ik kan het plaatje van nog een keer verhuizen en een plekje voor mezelf vinden maar niet loslaten. Van alles opbouwen vanuit een plek die ik zelf kan bekostigen, en van daaruit leven als zelf, en misschien van daaruit een agreement aangaan als ik in agreement ben met mezelf. Wat nu niet het geval is.

Een plaatje is vanuit de mind, dat kan niet anders. Wat wil ik eigenlijk niet? Een agreement met m. Hij ziet niet dat zijn woorden over zichzelf gaan, weet niet wat de mind is. Er is een duidelijke stop. Ik moet alleen verder. Wil ik hier met hem in 1 huis wonen? Nee. Waarom niet? Dat heeft geen zin als er toch geen agreement mogelijk is. Als ik vroeg of laat toch vertrek, waarom zal ik nu dan blijven?

Als ik in die veilige plek in mezelf aanwezig ben, wat zou ik dan willen? Hier blijven of naar een ander huis? Hier blijven. ik ben moe van het verhuizen, van het verplaatsen of denken te moeten verplaatsen; verplaatsen als het denken. Wil ik dan ook hier blijven met m? Nee. Dat zie ik niet. Ik wil Hier blijven, Hier zijn. Zelf Alleen.

Ik krijg het niet voor elkaar om mezelf te bewegen. In de mind gaat het zo eenvoudig, lijkt het zo mooi. In realiteit ervaar ik stroop, vastzitten, tegenwerking. Dit zie ik gereflecteerd in m en dat is wat ik niet tof vind. Ik zie mezelf die niet in staat is als zelf te bewegen en dus blijf ik in een situatie die ik niet wil. ik wil verhuizen om eruit te breken. Maar is dat een oplossing? En uit angst dat als ik nu niet ga, ik nooit meer ga, voor eeuwig gevangen in de situatie waarin ik nu leef, gehecht aan het gemak en aan een man met wie ik niet wil zijn. En wat als ik straks opeens wel met m wil zijn? Dan wil ik met een man zijn met wie ik eigenlijk niet wil zijn.

Het plan was 1 jaar hier wonen met inschrijving van m tijdens zijn eenjarig werkcontract. Er zijn dan geen geldzorgen, dit kunnen we doen. Waarom deze tijd niet gebruiken om in mezelf te zien, gelijk aan moed te worden in plaats van moe te worden door nu alles om te gooien? Is moe worden echt of is het teveel moeite?

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat ik opeens alles omgooi omdat ik het niet meer wil; dat ik deze situatie niet volhoud en alles kapotmaak wat is opgebouwd, alles verraad wat mij vertrouwt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om alles te verraden wat mij vertrouwt, om vervolgens alleen te komen staan zonder iemand die me helpt en te verdwijnen in het niets.

Hier in huis ben ik ook bang om te verdwijnen in het niets als ik blijf, dus dat is gelijk; dat zal dan de werkelijke angst zijn. Hoe ga ik opstaan in het verdwijnen in het niets, met m in dit huis of alleen in een ander huis? Wat is het beste voor alles en iedereen? Ondersteunen we elkaar of springen we in het diepe? Kan ik het mezelf vergeven als ik hier blijf totdat ik mezelf kan bewegen? Kan ik mezelf vergeven wat ik weerspiegeld zie in m? Kan ik een huisje voor mezelf op dit moment laten voor wat het is?

Het wordt geen gemakkelijk jaar, dat is duidelijk. Dit is zoals blijkt een enorm punt wat ik volkomen onderschat heb. Anders had ik deze leef-situatie niet gecreeerd. Kan ik steun aanvaarden van iemand met wie ik eigenlijk niet wil zijn? Kan ik iemand ondersteunen met wie ik eigenlijk niet wil zijn?

De vraag is: Kan ik mezelf ondersteunen terwijl ik iemand ben geworden die ik eigenlijk niet wil zijn?

Kan ik mezelf vergeven dat ik iemand ben geworden die ik eigenlijk niet wil zijn, levend met iemand met wie ik eigenlijk niet wil zijn? Of vind/heb ik het nodig om mezelf in het diepe te gooien? Een nieuw startpunt, in het niets want nieuw, waarin ik op kan staan in zelf-eerlijkheid?

Ik wil het niet. Ik wil dit niet zijn, dit systeem. Ik wil niet leven als een systeem. En aangezien ik nooit anders ben geweest dan een systeem, wil ik niet leven. Niet zo. Ik wil het niet.