Dag 13 – Wandelen door de Eenzaamheid

Blanco. Wat vreemd is, want het is een construct wat ik heb toegestaan zich behoorlijk groot te manifesteren in/als mij. Eenzaamheid is een bescherming geworden, een specialiteit. Ik kan leven in eenzaamheid. En dat doe ik dus ook de hele tijd. En als ik het niet doe wil ik terug in de eenzaamheid omdat ik het ervaar alsof ik iets mis. Ik mis dus een construct van eenzaamheid waarmee ik mezelf heb geidentificeerd. Als ik niet in de eenzaamheid ga zien, blijf ik beslissingen nemen die gebaseerd zijn op eenzaamheid, die eenzaamheid als startpunt hebben, en blijf ik situaties creeren waarin ik eenzaamheid ervaar, of juist situaties waarin ik de eenzaamheid probeer op te vullen en deze dus vervolgens weer moet stoppen omdat ik ervaar dat het startpunt niet zelf-oprecht is. Dus Hier zit ik, Alleen. Alleen in een groot huis in een klein dorp.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb eenzaamheid te manifesteren als een bescherming van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb van eenzaamheid een specialiteit te maken, zodat niemand mij meer pijn kan doen door weg te gaan, aangezien ik gespecialiseerd ben in het leven in eenzaamheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alleen leven te definieren als eenzaamheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet in staat te zijn geweest Al(l)Een op te staan in de eenzaamheid maar in plaats daarvan het alleen zijn op te geven door het op te vullen met de aanwezigheid van een ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de eenzaamheid op te vullen met de fysieke aanwezigheid van een ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de fysieke aanwezigheid van de ander te missen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een emotie van verdriet te koppelen aan alleen zijn wat het tot eenzaamheid maakt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alleen zijn te laten vertroebelen door verdriet, aangezien ik niet in staat ben om alleen als Al(l)Een te zijn, en uit onmacht heb ik er dan maar verdriet aangekoppeld als excuus, als reden waarom ik niet kan opstaan alleen, want ik heb toch zo’n verdriet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te gebruiken als excuus om niet te hoeven bewegen als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf vast te zetten in een emotie van verdriet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te vertroebelen met een emotie van verdriet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf vast te houden in verdriet, in plaats van mezelf vast te houden in het fysiek, en ik dus een ander fysiek nodig heb om me vast te houden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een ander fysiek nodig heb om me vast te houden als Hier houden in het fysiek, doordat ik geloof dat ik verdwijn in verdriet dus in/als de mind als ik alleen ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik verdwijn in/als de mind als ik alleen ben, en dus gebruik ik deze angst als geloof als excuus om niet Al(l)Een te staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb fysiek te zijn een en gelijk als zelf, Aanwezig in het fysiek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het alleen staan op te geven na een geloof van verlies van ‘De Ene’, om vervolgens een situatie te creeren waarin ik geloof dat ik niet alleen hoef te staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik opgeef als ik de situatie waarin ik niet alleen sta stop, in plaats van in te zien dat ik al had/heb opgegeven en me dus in een situatie van opgeven bevind waardoor ik niet zie dat ik al heb opgegeven aangezien ik me er middenin bevind, en ik dus koste wat het kost niet mag stoppen/opgeven want ik wil niet opgeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik een situatie kan creeren waarin ik niet alleen hoef te staan, in plaats van in te zien dat ik in iedere situatie in ieder moment A(l)Een sta.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden op de ander die me laat zien dat ik niet alleen sta door zelf niet alleen te staan, in plaats van direct mijn boosheid te stoppen en te onderzoeken waarom ik zo boos word op de ander als projectie van de boosheid op mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo boos te worden op mezelf als ik zie dat ik niet alleen sta, in plaats van zelfvergevingen toe te passen en mezelf te ondersteunen in het proces van alleen gaan staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de boosheid als excuus te gebruiken om niet op te staan/alleen te gaan staan in en als mezelf, aangezien ik zo boos ben op de ander dan wel mezelf en dus niet bezig hoef te zijn met het veranderen in/als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen wat Al(l)Een staan is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik moet begrijpen wat alleen staan is om alleen te gaan staan, in plaats van in te zien dat het willen begrijpen het proces tot alleen staan vertraagt aangezien ik als mind mij vast wil grijpen in/als bewustzijn als begrip als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf vast te grijpen in begrip in/als de mind, waardoor ik een ervaring creeer waarin ik lijk te stikken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ervaring te creeren waarin ik lijk te stikken, om vervolgens te worden afgeleid door het proberen weg te lopen van deze ervaring van stikken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de hele tijd in een soort waas te zien doordat ik niet Hier Aanwezig ben, waardoor ik me afscheid van Hier Aanwezig zijn als mezelf en ik me dus eenzaam voel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me eenzaam te voelen doordat ik me afscheid van Hier Aanwezig zijn als Zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik alleen hier aanwezig kan zijn als zelf als er iemand anders aanwezig is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik alleen hier aanwezig kan zijn als er niemand anders aanwezig is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn hier aanwezig zijn afhankelijk te maken van een ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf vast te houden aan de ander die hier aanwezig is, om vervolgens boos te worden op de ander als die ander niet Hier Aanwezig is maar aanwezig is in/als de mind, en ik me dus niet aan die ander vast kan houden aangezien ik daar niet wil vertoeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb teleurgesteld te zijn dat de ander niet Hier Aanwezig is, in plaats van in te zien dat ik teleurgesteld ben in mezelf die niet Hier Aanwezig is en ik dus wordt afgeleid door de ander aanwezig in/als de mind, waardoor het me helemaal niet meer lukt om hier aanwezig te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de ander weg moet omdat ik niet Hier Aanwezig kan zijn als Zelf als de ander hier aanwezig is in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn Aanwezigheid Hier als Zelf afhankelijk te maken van de ander als mind dus van de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het mogelijk is om samen op te staan, om samen door het oog van de naald te gaan doordat ik in/als de mind de situatie bekijk en de mind kan alleen samen met een ander opstaan als Een, en dus zal ik als de mind de afwezigheid van de ander vertalen als eenzaamheid als niet in staat om op te staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet in staat ben om alleen op te staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat het is om alleen op te staan, in plaats van in te zien dat ik alleen het samen in/als de mind hoef te stoppen en in dit stoppen, met behulp van zelfvergevingen en zelfcorrecties, sta ik op Al(l)Een als Zelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb eenzaamheid te ervaren als iets wat eeuwig voort duurt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat eenzaamheid voortkomt uit verlies van iets buiten mij, in plaats van in te zien dat het voortkomt uit de gedachte dat ik een keuze heb en als ik de verkeerde keuze maak ben ik voor eeuwig verloren, en dus ben ik bang voor het maken van de verkeerde keuze wat me afscheidt van mezelf, wat ik ervaar als eenzaamheid; in plaats van in te zien dat ik al afgescheiden van zelf ben door te participeren in/als een keuzevraag, en daardoor eenzaamheid ervaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van mezelf door de geloven dat ik een keuze heb en te leven als keuzevraag.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te scheiden van mezelf door bang te zijn dat ik een verkeerde keuze maak, voortkomend uit het geloof dat ik een keuze heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het me niet gaat lukken om het verdriet gekoppeld aan de eenzaamheid te stoppen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het van tevoren al op te geven om dit verdriet, gekoppeld aan de eenzaamheid, te stoppen door te geloven dat het me niet gaat lukken het te stoppen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb heel hard naar de ander (terug) te willen rennen om die ander nooit meer los te laten, hoe onleefbaar of leefbaar de leefsituatie ook is, alles is beter dan het ervaren van het verdriet gekoppeld aan de eenzaamheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alles beter te vinden dan de ervaring van het verdriet gekoppeld aan de eenzaamheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik voor eeuwig verloren ben zonder de ander, en dus in de ervaring van verdriet gekoppeld aan eenzaamheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik voor eeuwig verloren ben in verdriet gekoppeld aan eenzaamheid zonder de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen waarom ik steeds weer in dit verdriet gekoppeld aan de eenzaamheid terecht kom, in plaats van in te zien dat de vraagstelling ‘waarom’ me geen antwoord zal geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te durven zien waardoor ik steeds terecht kom in deze ervaring van verdriet gekoppeld aan de eenzaamheid, en dus stel ik de vraag niet als waardoor maar als waarom, zodat ik het antwoord niet hoef in te zien.

Als ik mezelf zie participeren in verdriet wat voortkomt uit een ervaring van eenzaamheid, of eenzaamheid wat voortkomt uit een emotionele ervaring van verdriet, dan stop ik, ik adem. Ik adem in het verdriet, en als het echt verdriet is wat nog vrij moet komen komt het vrij in deze ene adem. Als het verdriet is als jammeren, dan stop ik het in de adem, en adem voor adem wordt het minder. Als ik vast blijf houden aan een ervaring van jammeren ga ik zien waardoor ik jammer en pas hier zelfvergevingen op toe.

Ik sta mezelf niet toe mezelf vast te houden in eenzaamheid en verdriet; ik sta mezelf niet toe heen en weer te schuiven tussen een ervaring van eenzaamheid en verdriet om zo beweging als illusie van leven te creeren.

Als ik mezelf boos zie worden op de ander dan stop ik, ik adem. Ik stop het gesprek en ik zie in mezelf wat het is dat me boos maakt wat ik niet in zelf wil zien; ik realiseer me dat ik altijd boos word op de ander doordat de ander iets doet of zegt waardoor ik niet kan leven via de ander en ik dus alleen moet staan.

Ik sta mezelf niet toe boos te worden op de ander en zo mijn zelfverantwoordelijkheid af te schuiven op de ander; ik sta mezelf niet toe mezelf afhankelijk te maken of houden van de mind van de ander dan wel van mezelf.

Ik realiseer me dat de ander niet hoeft te verdwijnen uit mijn leven om mezelf te dwingen alleen te staan. Ik kan A(l)Een staan door mijn eigen reacties op de ander te stoppen en terug naar zelf te halen en in te zien, te vergeven en te corrigeren in/als mezelf.

Ik sta mezelf niet toe situaties van eenzaamheid te creeren door me te isoleren van anderen door te geloven dat ik niet in staat ben alleen te staan door het stoppen van mijn reacties in/als de mind op/in de aanwezigheid – al dan niet als de mind – van de ander

Als ik me afvraag wat alleen staan is, dan stop ik, ik adem. Ik adem, en pas zelfvergevingen toe op wat zich aandient in mijzelf als de mind. In dit proces van ademen en zelfvergevingen toepassen sta ik op, adem voor adem, zelfvergeving voor zelfvergeving, A(l)Een als Zelf.

Als ik me afvraag waarom ik in de ervaring van verdriet gekoppeld aan eenzaamheid terecht kom dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik met deze waarom vraag blijf rondcirkelen in radeloosheid en slachtofferschap. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf niet te willen corrigeren door het slachtofferschap te stoppen; ik wil het niet uitschrijven en als ik het wel uitschrijf ervaar ik het alsof ik lieg. Ik sta mezelf niet toe te liegen over mijn participatie in slachtofferschap. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te participeren in slachtofferschap en deze participatie niet te willen stoppen en corrigeren. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf uberhaupt niet te willen corrigeren aangezien ik me zo verongelijkt voel dat ik niet op wil staan. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me zo verongelijkt te voelen dat ik niet wil opstaan.

Als ik mezelf zo verongelijkt voel dat ik niet wil opstaan, dan stop ik met wat ik aan het doen ben, en houdt mezelf vast of ik ga schrijven. Als ik niet wil ademen omdat ik niet wil opstaan, dan huil ik een moment mijn tranen van verongelijking. Als deze tranen eruit zijn, kan ik beter ademen, en zien dat de tranen van emoties afkomstig zijn die niet echt zijn wie ik ben.

Als ik geloof dat de ander weg moet (blijven) omdat ik niet door de weerstand heen kom, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik niet weet hoe ik door deze weerstand heen kom behalve door het toepassen van zelfvergevingen en zelfcorrecties. Iedere gedachte over hoe ik leef in de toekomst is niet relevant, aangezien ik dan participeer in een projectie in de toekomst en daarmee in de mind verdwijn en deze toekomst opnieuw aan het creeren ben in/als de mind. Alle antwoorden op de vraag of de ander weg moet (blijven) zijn in dit moment niet relevant en niet betrouwbaar, dus ik kan maar beter stoppen met mezelf deze vragen stellen aangezien ik het doe om mezelf gerust te stellen wat niet lukt aangezien ik geen antwoorden over de toekomst heb, behalve antwoorden in/als de mind.

Ik sta mezelf niet toe mezelf gerust dan wel overstuur te maken door met vragen bezig te zijn over de toekomst en hierdoor te participeren in ervaringen van radeloosheid, verdriet en eenzaamheid.

Als ik participeer in de mind, druk bezig met de vraag welke keuze ik moet maken, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik geen echte keuze heb, behalve wie ik ben in iedere adem. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wie ik ben in iedere adem. En ik realiseer me dat ik dat voorlopig ook niet zal weten; ik weet alleen dat het dubben over een keuze me dubbel maakt dus afgescheiden maakt/houdt van mezelf.

Ik verbind mezelf met mezelf A(l)Een door iedere ervaring van eenzaamheid in mezelf te stoppen, uit te schrijven, te vergeven en te corrigeren. Totdat ik een en gelijk ben als zelf in iedere adem, en ik dus eindelijk weet wie ik ben aangezien ik het dan ben geworden.

Advertenties

One thought on “Dag 13 – Wandelen door de Eenzaamheid

  1. cool Ingrid!
    “Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me eenzaam te voelen doordat ik me afscheid van Hier Aanwezig zijn als Zelf.”
    De sleutel ligt altijd hierin – niet aanwezig zijn hier bij jezelf. Eigenlijk is het zo simpel: hier zijn bij jezelf in intimiteit en eenzaamheid bestaat gewoon niet…

    LOL ik moet dat zelf ook steeds weer opnieuw uitvinden šŸ™‚

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s