Dag 26 – Ik stop ermee

Ik stop ermee, me druk maken over de ander die gaat goed praten wat er gebeurd is. Ik stop met me druk maken, ik stop met verwachtingen creeren over een ander, ik stop met me bemoeien met de ander. Ik bemoei me met mezelf; ik stop zelf met goed praten wat er gebeurd is.
Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb iedere keer opnieuw teleurgesteld te zijn als de ander eerst in zelf ziet en vervolgens alles goed gaat praten met excuses.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb iedere keer teleurgesteld te zijn als ik zelf eerst in zelf zie en vervolgens alles goed praat met excuses.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb constant op de ander=de mind te vertrouwen, in plaats van constant te zijn als Zelf als Leven en hierin Zelf te vertrouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ander nodig te hebben om te kunnen vertrouwen, in plaats van te leven in/als Zelfvertrouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb steeds opnieuw verbijstering te ervaren als de ander=de mind met excuses aan komt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het moeilijk te vinden samen te werken als de ander=de mind met excuses aankomt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het moeilijk te vinden om alleen te staan zonder bevestiging van de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb telkens te geloven dat de relatie nu echt gaat lukken, dat we nu echt kunnen samenwerken, om er vervolgens achter te komen dat de ander=de mind aan het liegen is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb constant te liegen in/als de mind(=de ander) door de ander te bekritiseren en niet een en gelijk als zelf te staan, onafhankelijk van wat de ander zegt of doet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het echt niet te kunnen begrijpen wat er nu gebeurt, waarom de ander=de mind opeens het verhaal gaat goed praten, in plaats van in te zien dat ik zelf ga bekritiserenwaarmee ik wellicht een reactie van goedpraten uitlok.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb genoeg te hebben van het luisteren naar goedpraten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb genoeg te hebben van mezelf die probeert de ander te corrigeren die goedpraat, in plaats van in te zien dat met het bekritiseren van het goedpraten ik mijn eigen bekritiseren goedpraat als zijnde goed omdat de ander goedpraat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb hierin te leven in goed en fout dus in/als de mind, en leven in gelijkheid toe te passen in/als de mind, wat goedpraten van gelijkheid geeft en foutpraten van ongelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb enorm boos te worden als ik de ander hoor goedpraten, wat ik dus in mijzelf ook zal doen, het goedpraten van mezelf in/als de mind en vervolgens boos worden op mezelf omdat ik het goedpraat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander=de mind te willen straffen, om deze aan me te binden door schuldgevoel te creeren, zodat de ander=de mind naar me toe komt met verontschuldigingen en ik niet in/als mezelf hoef te veranderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat ik met de ander moet als die alleen maar goedpraat, dan doe ik het net zo lief alleen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik iets moet met de ander=de mind, in plaats van in te zien dat ik mijzelf als de ander=de mind alleen hoef te stoppen, en de ander ondersteunt me hierin door te laten zien waar ik reageer in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te kunnen geloven dat ik er weer ingetuind ben, dat ik weer in de ander=de mind heb vertrouwd, in plaats van te zien dat niemand te vertrouwen is zolang de mind een rol speelt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard hebniet te weten wat alleen staan is, aangezien ik nooit zonder relaties in/als de mind heb geleefd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een overeenkomst met de ander in/als de mind te verwarren met alleen staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alles op te willen geven als ik de ander iets hoor goedpraten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te kunnen luisteren naar het goedpraten van de ander, wat ik onderbreek met bekritiseren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boven de ander(= de mind) te gaan staan in het bekritiseren als goedpraten, waarmee ik het goedpraten van de ander alleen maar versterk.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet boven de ander te willen gaan staan maar ik geloof dat ik niet anders kan als ik de ander hoor goedpraten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet anders kan dan boven de ander gaan staan als ik de ander hoor goedpraten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet gelijk te durven gaan staan aan de ander die ik hoor goedpraten, aangezien ik geloof dat dat wat de ander zegt ook voor mij geldt en ik ben bang hierin op te gaan, hierin te verdwijnen en verzwelgen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf afhankelijk te maken van de ander=de mind door afhanelijk te zijn van het geld van de ander(=de mind), danwel in geld, danwel in klusondersteuning wat geld kost als er geen bekende is die dit wil/kan doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik afhankelijk ben van de ander=de mind door het ondersteunen van elkaar in het alleen gaan staan, in plaats van in te zien dat ondersteuning niet afhankelijk is van wederzijdse ruilhandel in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven geen recht te hebben op ondersteuning van de ander als ik het goedpraten van de ander niet accepteer, wat voortkomt uit het geloof dat ik geen recht heb op geld van de ander dus overleving als ik het goedpraten van de ander(=de mind) niet accepteer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dit geloof geen recht te hebben op ondersteuning te gaan gebruiken als smoesje om zelf goed te praten dat ik de ander die goedpraat bekritiseer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ruilhandel te starten tussen ondersteuning en de hoeveelheid die iemand ziet in zelf, en als iemand niet in zelf ziet het leifst alle ondersteuning te willen stoppen, in plaats van in te zien dat daar nu juist ondersteuning nodig is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb walging te ervaren tegen het ondersteunen van iemand die niet in zelf ziet/wil zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn in de ander=de mind op te gaan, te verdwijnen en verzwelgen als ik gelijk ga staan aan de ander die goedpraat, en dus ga ik uit bescherming boven de ander staan, waarmee ik juist opga, verdwijn en verzwelg in de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet mezelf te willen zien in het goedpraten van de ander en dus niet te kunnen luisteren naar het goedpraten van de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het goedpraten van de ander mijn neus uit te laten komen, in plaats van in te zien dat het goedpraten van mezelf moet zijn wat mijn neus uitkomt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo genoeg te hebben van het goedpraten van de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb spot te ervaren naar de ander=de mind

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander te willen vermorzelen als ik de ander hoor goedpraten om de ander=de mind te stoppen, in plaats van in te zien dat ik hiermee de ander=de mind juist versterk.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik de ander=de mind niet kan vergeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren doordat ik geloof dat ik de nader=de mind niet kan vergeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat als ik samenwerk met iemand die goedpraat, ik mezelf verloochen, in plaats van in te zien dat ik mezelf verloochen door de ander die goedpraat te bekritiseren of in de steek te laten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het liefste mijn rug wil toekeren naar de ander=de mind die goedpraat, om nooit meer terug te komen, in plaats van in te zien dat ik hiermee creeer waar ik zo bang voor ben, namelijk het verdwijnen in de mind om nooit meer terug te komen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb nooit meer terug te willen komen Hier op aarde.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren omdat ik besloten heb nooit meer terug te willen keren op aarde doordat ik me zo gekwetst voel door het goedpraten van de ander(= de mind), in plaats van in te zien dat ik hiermee mezelf straf i n datgene waarin ik me gekwetst voel namelijk het goedpraten van mijn eeuwige vertrek in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eeuwige vertrek in/als de mind goed te praten omdat ik anderen ook alleen maar goed zie praten,

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb exact hetzelfde te doen als wat ik anderen zie doen, om vervolgens boos te worden als ik anderen datgene zie doen wat ik ook ben gaan doen.

Als ik mezelf zie reageren in/als de mind op het goedpraten van de ander, dan stop ik, ik adem. Ik luister naar de woorden die de ander spreekt zonder er een lading of verbintenis aan te koppelen. Ik adem in, en zie wat er op komt. Als het reacties zijn dan stop ik, en als ik deze reacties niet kan stoppen dan sta ik op en loop weg. Ik ga schrijven om te zien waar ik op reageer.

Ik sta mezelf niet toe datgene te creeren waar ik bang voor ben, namelijk het opgaan, verdwijnen en verzwelgen in de ander=de mind door te reageren op het goedpraten wat ik hoor. Hiermee bevestig ik de ander= de mind in het goedpraten door zelf goed te praten dat ik reageer, waarmee ik de ander= de mind een reden geef om weer op mij te reageren, en zo een situatie te creeren waarin niemand zichzelf ziet.

Ik stop met het gelijk willen halen in/als de mind. Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moe te zijn geworden van mezelf in het gelijk willen halen. Ik heb het niet nodig om gelijk te hebben aangezien dit een eeuwig gevecht is in als de mind. Ik stop met vechten in polariteit. Ik adem, Ik ben Hier. Ik laat me niet verleiden niet in zelf te zien doordat een ander niet eerst in zelf wil zien, waarmee ik de ander=de mind juist gelijk geef. ik realiseer me dat ik me zo verongelijkt voel doordat ik de ander= de mind steeds gelijk geef in het reageren in/als de mind op de ongelijkheid die ik zie in de ander als zelf. Ik stop, ik adem. Alleen in het stoppen van het gelijk hebben om mijn gelijkheid te bewijzen in/als de mind, zal ik een en gelijk worden als zelf als Leven.

One thought on “Dag 26 – Ik stop ermee

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s