Dag 31 – Niets doen, vechten en vluchten.

Ik zat vanochtend met Casper het konijn op het aanrecht; hij zat op het aanrecht omdat hij op dit moment anti-biotica krijgt tegen blaasontsteking, iets waarvan ik zie dat hij het niet leuk vindt, zo’n spuitje met vloeistof in zijn mond. We doen dit al even, en hij zit er rustig bij. Er kwam een gevoel van plaatsvervangende kwetsbaarheid in me omhoog wat ik op hem projecteerde, omdat hij er ogenschijnlijk zo gelaten bij zat. Wat ik als een soort van ‘zielig’ bestempelde. mmm hier gaat iets niet gelijk, mijn emotie op hem projecteren. Hij zit daar gewoon, als zichzelf in het moment. En opeens zag ik, wat moet hij anders doen dan heel dicht in/als zichzelf blijven zitten in een moment waar hij iets ondergaat wat niet zo leuk is? Heel druk gaan reageren uit protest? Is het zielig om een en gelijk in/als zelf als Leven te blijven in ieder moment? En ik zag in mezelf, ik draai de boel om.

Ik ga heel veel reageren als ik iets niet leuk vind, dan wel van binnen dan wel van buiten, waardoor ik mezelf totaal verlam en belandt in het ‘niets doen’, voortkomende uit deze verlamming, niet in staat mezelf te bewegen.

In plaats van: als er een reactie in me opkomt, hier ‘niets mee doen’ als zijnde reageren, maar doorademen en de reactie stoppen en indien nodig zelfvergevingen toepassen. Zo verlam ik mezelf niet in een hoeveelheid aan reacties en kan ik bewegen als mezelf.

Ik ben totaal geprogrammeerd dat ik me moet verdedigen, vechten of vluchten. Waardoor ik mezelf juist kwetsbaar maak in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik moet vechten of vluchten om mezelf veilig te stellen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me verdrietig te voelen omdat ik geloof dat ik moet vechten of vluchten, en mijn hele leven ben gevlucht voor het vechten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat een relatie gebaseerd is op vechten, dat dit de relatie levend houdt, in plaats van in te zien dat een relatie niet levend gehouden hoeft/dient te worden aangezien dit energie genereert in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik iemand nodig heb die even sterk is als ik om mee te vechten, in plaats van gelijk te gaan staan als mezelf als die ik geworden ben, wat inhoudt dat ik ‘even sterk’ dien te zijn als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn hele leven met mezelf als mind heb lopen vechten, wat zich weerspiegelt in het vechten met de ander(=de mind).

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren bij het stoppen van de relatie in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het vechten met de ander en vervolgens dit overwinnen, intimiteit inhoudt, in plaats van in te zien dat dit intimiteit ervaren is via de ander=de mind, waardoor we afhankelijk blijven van de ander=de mind, wat op den duur omslaat in afwijzing van de ander=de mind, aangezien de mind leeft als polariteit. De ervaring van intimiteit komt voort uit het feit dat de ander dingen ziet die niet leuk zijn en toch blijft, waardoor we waardering ervaren via de ander, in plaats van onszelf te zien zoals we zijn en onszelf te vergeven, waarin zelf-intimiteit ontstaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zoveel te reageren in/als de mind dat ik mezelf verlamd heb en beland ben in niets doen, in plaats van niets te doen met de reacties in/als de mind als zijnde reageren, en in plaats van reageren door te ademen en zelfvergevingen toe te passen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in deze reacties een emotioneel reactiepatroon ontwikkeld te hebben, waardoor ik nu geloof dat ik mezelf niet kan stoppen zodra dit reactiepatroon aangaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te ervaren als een reageerbuisbaby, niet in staat mezelf te stoppen in het reageren op de ander=de mind, machteloos overgeleverd aan de ander=de mind als een baby.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik machteloos ben overgeleverd aan de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn emoties te projecteren op Casper, waardoor hij wellicht blaasontsteking laat zien, ook al doe ik mijn best om mijn emoties in mezelf te houden als ik bij hem in de buurt ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bij Casper in de buurt mijn emoties direct te stoppen, en bij x in de buurt mijn emoties de vrije loop te laten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn emoties bij x in de buurt de vrije loop te laten aangezien ik geloof dat dit gerechtvaardigd is omdat x zich ook voortbeweegt als mind-systeem, en ik geloof hier niet tegenop te kunnen als ik me niet voort beweeg als mind-systeem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf aan te passen aan de ander om me heen, dan wel aan de ander als leven, dan wel aan de ander als mind, waardoor ik Zelf niet constant ben als Leven maar afhankelijk van mijn omgeving.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik tegen een mind-systeem op moet kunnen, wat een vorm van vechten is, in plaats van het mind-systeem op te ruimen door het te stoppen in mezelf, waardoor ik er gelijk aan kan gaan staan in plaats van ertegen op te kunnen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ertegenop kunnen te verwarren met gelijk gaan staan aan, waarin ertegenop kunnen is het proberen gelijk te worden als de ander, en het gelijk gaan staan aan is het gelijk worden als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te definieren naar/als de ander (=de mind).

Als ik mezelf zie participeren in een gevecht in/als de mind, dan wel in mezelf, dan wel met de ander, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik aan het proberen ben gelijk te worden aan de ander om gelijkheid te bereiken, in plaats van gelijk te staan in/als mezelf, waarin ik geen gelijkheid hoef te bereiken als zijnde uitreiken naar gelijkheid buiten mezelf, maar waarin ik gelijk ben in/als mezelf in datgene wat ik op dat moment zie in mezelf, al dan niet met het toepassen van zelfvergevingen. Het heeft geen zin me te verdedigen aangezien ik in gevecht ben met mezelf als de mind, en het vechten geeft altijd een winnaar en verliezer, tussen welke ik blijf wisselen als ik het gevecht voortzet.

Ik stop het vechten in/als/met mezelf door het toepassen van zelfvergevingen op datgene waar ik tegen vecht in mezelf, wat betekent dat ik mezelf ervan heb afgescheiden, anders kan ik er niet tegen vechten.

Ik verbind mezelf met mezelf door te zien dat ieder gevecht een gevecht is in/als/met mezelf, wat mezelf de mogelijkheid geeft het gevecht in/als mezelf te stoppen.

Ik Adem. In ieder gevecht in/als/met mezelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s