Dag 218 – Het Colon en aanverwante zaken

Ik kan niet naar het toilet. Poepen dus. Niet mijn favoriete onderwerp om open en bloot in een blog te zetten, al heb ik er al eerder over geschreven, en tevens een onderwerp waar veel mensen last van hebben/kunnen hebben. Laat ik het ’t ‘ik kan niet poepen karakter’ noemen om me er wat minder ongemakkelijk in te ervaren en er wat afstand van te kunnen nemen.

Wat me vanochtend opviel is het woordje kunnen hierin. ‘Ik kan het niet’.

Een ander punt is dat ik er een heel punt van maak en heb gemaakt. Ik hoorde een ander weleens zeggen: ja soms ga ik een keer niet, nouja dan komt het morgen wel weer. En een jongen die vaak diarree had en moest rennen voor een toilet, zei, tjonge dat lijkt me fijn. Het is natuurlijk niet fijn, maar hoe je er tegenaan kijkt bepaalt de ervaring van het wel of niet naar het toilet kunnen.

Ik weet niet hoe ik als kind naar het toilet ging. Mijn moeder weet het ook niet meer. Waarin ik er vanuit zou kunnen gaan dat er geen bijzonderheden zijn. Ik weet wel dat ik als jong meisje af en toe heel erg buikpijn kon hebben welke hetzelfde is als waar ik nu nog een kramp ervaar en fysiek heb, dus dat zal dezelfde plek met dezelfde kramp zijn.

Ik ben me bewust geworden van het niet naar het toilet kunnen toen ik op mijn 16e ben gaan lijnen, en hierin heel verontwaardigd was dat ik minder at en juist een bolle buik kreeg.

De dikke darm en de stoelgang is in de moederlijn een gevoelig punt, waar altijd wat problemen ervaren zijn maar die nooit echt tot aan de oorzaak zijn aangepakt. Dit is dus aan mij. En hier zit mijn punt van weerstand. Dat ik me verzet tegen het oppakken van de familierotzooi, de sins of the fathers die wordt doorgegeven, wat dus ook mijn rotzooi is die ik heb voortgezet, wat ik ook opnieuw in mijzelf heb toegestaan maar wat niet ‘mij schuld’ is. Het woord schuld.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me af te vragen ‘waarom ik? Waarom moet ik deze rotzooi opruimen?’

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het oneerlijk te vinden dat ik loop te struggelen met mijn stoelgang en me hierdoor beperkt voel in de sociale omgang.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het oneerlijk te vinden dat ik de rotzooi uit de familielijn op mijn dak/in mijn darmen krijg.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de familielijn de schuld te geven van hetgeen ik toesta te bestaan in mijn fysiek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me beperkt te voelen in de sociale omgang door mijn stoelgang.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb altijd bang te zijn niet naar het toilet te kunnen als ik bij iemand blijf slapen of als iemand hier blijft slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven niet naar het toilet te kunnen als ik bij iemand blijf slapen of als iemand hier blijft slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik anders geen problemen zou hebben, dat alle problemen veroorzaakt worden door het niet naar het toilet kunnen, in plaats van in te zien dat ik er dus een probleem van maak dat ik niet naar het toilet kan als ik bij iemand blijf slapen of als iemand bij mij blijft slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te zoeken naar de oorzaak van hoe dit ontstaan is. in plaats van hier te beginnen met wat hier is, en in eerste instantie te stoppen met een probleem maken van het niet naar het toilet kunnen als ik bij iemand blijf slapen of als er iemand bij mij slaapt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het niet naar het toilet kunnen te koppelen aan met een ander zijn in de ochtend, in plaats van in te zien dat ik alleen ook met regelmaat last heb en me elke ochtend zorgen maak of ik naar het toilet kan en hier druk mee ben, waarin blijkt dat ik het ergens in mezelf creeer/activeer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf kwalijk te nemen dat ik niet altijd gemakkelijk naar het toilet kan, in plaats van in te zien dat ik hier met een erfgoed te maken heb waarin de oude informatie ligt opgeslagen in dit specifieke orgaan, en dit dus niet iets is om 1-2-3 op te lossen behalve als ik mezelf volledig inzie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf in de toestand van het niet naar het toilet kunnen niet volledig in te willen zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb vast te blijven houden aan het ontevreden zijn over dat ik niet gemakkelijk naar het toilet kan en anderen ogenschijnlijk alles maar eruit poepen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat andere mensen die gemakkelijk poepen geen problemen ervaren in/als zichzelf, aangezien ikzelf geen probleem ervaar in mezelf als ik gemakkelijk kan poepen elke dag zonder me druk te hoeven maken of het deze dag wel of niet komt, of ik de hele dag pijn heb of niet, of ik gemakkelijk kan eten of dat ik geen trek heb en dus te weinig kan eten door een volle darm en dus ook niet voldoende kan bewegen, door het ongemak van een volle darm en door het te weinig fysieke energie door te weinig voeding op zo’n dag.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te walgen van mezelf als ik een volle darm heb die ik niet kan ledigen, en te walgen van de familielijn waarin dit een rol speelt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dus angst te ervaren voor mezelf als ik een volle darm heb die ik niet kan ledigen en angst te ervaren van de familielijn waarin dit een rol speelt.

Aha, ik ervaar dus angst VAN de familielijn waarin de darm belast is met angsten van de geest, van geesten uit het verleden van zelf en van anderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alleen maar vast te houden aan en met oordelen van mezelf als reactie op het niet naar het toilet kunnen, in plaats van rechtstreeks te zien in de angsten die ik heb opgeslagen in de spierwand van de dikke darm, waardoor ik me laat weerhouden me vrij uit te drukken en waardoor ik me dus laat weerhouden te drukken en mezelf er vooral van laat weerhouden mezelf te ondersteunen in het inzien en stoppen van de angsten die ik hierin ervaar, maar mezelf laat vallen als een baksteen en hierin mijn uitdrukking in/als mezelf stop en dus verstopt raak en mezelf verstop.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen idee te hebben hoe de angsten te stoppen als waar te beginnen en wat te stoppen, en hierin te geloven dat ik het niet kan, dat het me nooit gaat lukken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb voorwaardelijk van mezelf te houden, namelijk alleen als ik naar het toilet kan en mezelf aan te vallen en zelfhaat te creeren als ik niet naar het toilet kan.

Ik stel mezelf ten doel te stoppen met het creeren van zelfhaat en met mezelf aanvallen als ik niet naar het toilet kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat ik de hele tijd leuk moet doen, aardig moet zijn tegen anderen, terwijl ik dat niet ben en kan zijn als ik niet naar het toilet kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet aardig kan zijn als ik niet naar het toilet kan, in plaats van in te zien dat ik aardig kan zijn voor/naar mezelf als ik niet naar het toilet kan, en mezelf hierin kan aarden door mezelf terug te brengen in het fysiek in/als aarde in de pijnlijke plekken waarvan ik me heb afgescheiden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet aanwezig te willen zijn in het fysiek in de pijnlijke plekken waarvan ik me heb afgescheiden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb enorme schaamte te ervaren van deze afscheiding van mezelf in/als het fysiek, welke ik projecteer als schaamte ervaren voor het niet naar het toilet kunnen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het niet naar het toilet kunnen als ergste te ervaren wat er is, en hierin te geloven dat niemand het zo erg heeft als ik.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een strijd als vergelijking aan te gaan met de mensen om me heen door te denken dat ik het het ergst heb en me hierin misdeeld te voelen, in plaats van in te zien dat ik mezelf verdeel in/als de vergelijking met anderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb deze vergelijking te creeren in relatie tot andere vrouwen, welke altijd gemakkelijk naar het toilet kunnen en dus altijd een mooie platte buik hebben en dus altijd mooi en sexy kunnen zijn en dus altijd seks kunnen hebben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn geen seks te kunnen hebben doordat ik niet naar het toilet kan als ik bij een ander blijf slapen of als een ander hier slaapt, en hierin me van tevoren druk te maken voor als dit ooit gebeurt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn stoelgang dus aan seks gerelateerd te hebben en aan de mogelijkheid tot het wel of niet hebben van seks, welke ik zo belachelijk vind dat ik deze liever wegstop, verstop, en niet benoem en zeker niet laat zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te ervaren of mijn wereld vergaat als ik dit laat zien, hoe ik mezelf gerelateerd heb aan het hebben van een mogelijkheid tot seks.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien hoe en waar ik dit gestart ben, dit relateren van het hebben van seks aan de verstopte darm, behalve dat ik op mijn 16e dacht slanker te moeten zijn, mijn buik te dik en opgeblazen voelde en ben gaan lijnen, terwijl dit niet de oorzaak lijkt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ergens te zien dat ik van iets heel kleins iets heel groots heb gemaakt en fysiek gemanifesteerd heb, waarvoor ik me zo schaam dat ik aan het gemanifesteerde vast blijf houden in plaats van te stoppen met de manifestatie en mijn vergissing ‘toe te geven’ aan mezelf, zodat ik mezelf kan vergeven en corrigeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me niet vaardig te ervaren tot het uitdrukken van mezelf en mezelf te perfectioneren in woorden in eenheid en gelijkheid in/als mezelf, en in plaats hiervan een perfectie in/als het perfecte fysiek na te streven en mezelf hierin te compromitteren/vervormen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te ervaren alsof ik geen controle heb over mijn darmwerking, en dus volledig ben over geleverd aan wat mijn darm wel of niet doet op een dag, welke het gemanifesteerde bewustzijnssysteem is waaraan ik me volledig overgeleverd voel in plaats van mezelf te ledigen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb seks helemaal niet te begrijpen maar iedereen doet het dus ben ik er ook aan begonnen en heb mezelf hierin ‘ontwikkeld’ en beoefend, terwijl hieronder nog een ervaring zit van onbegrip van wat ik eigenlijk aan het doen ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een deel van mezelf niet te hebben meegenomen in dit beoefenen van seks, maar alleen het deel wat ik mooi vind en niet mijn hele fysiek zoals het is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik het niet kan, dat het me niet lukt een gemakkelijk functionerende darm te ontwikkelen, af te wikkelen/vrij te maken van alle oordelen en pijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb altijd naar iets buiten mezelf te zoeken, te grijpen, aan vast te houden, to ‘call on’, colon,  zoals Sylvie zegt, en niet te weten hoe in mezelf te zijn als er een ander om me heen is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten hoe in mezelf aanwezig te zijn als er een ander om me heen is, en hierin heel spastisch te gaan doen, en dus een spastisch colon te ontwikkelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig te zijn dat ik geen enkel voorbeeld heb gehad hoe in mezelf aanwezig te zijn als er een ander om me heen is, maar alleen maar een voorbeeld van hoe aan iets of iemand buiten mezelf te klampen alsof het mijn laatste strohalm is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb vast te klampen aan iets buiten mezelf alsof het mijn laatste strohalm is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb degene die zich aan mij heeft vastgeklampt alsof ik de laatste strohalm ben, als voorbeeld in mijn leven, de schuld te geven van het feit dat ik niet weet hoe in mezelf aanwezig te zijn als er een ander om me heen is, en precies hetzelfde te doen als het voorbeeld wat ik gehad hen, namelijk me vastklampen aan iets of iemand buiten mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen idee te hebben wat ik binnen in mezelf moet doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen idee te hebben wat ik uberhaupt moet doen in/als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen idee te hebben wat zelfbeweging is of wat of wie ik zelf ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het hartverscheurend te vinden om te zien hoe het voorbeeld in mijn leven om zich heen zoekt naar iets om zich aan te relateren, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn hart te laten verscheuren door me te compromitteren/bevestigen aan het voorbeeld van wat ik gehad heb en hierin van mezelf weg te gaan en me te relateren aan iets en/of iemand buiten mezelf, altijd en overal.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te zoeken naar een gevoel in mezelf om mezelf aan vast te houden en aan te relateren, en als ik die niet meer vind, ik niet weet wie ik ben, waar ik ben en wat ik moet doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wie ik ben, waar ik ben en wat ik moet doen, en niet te begrijpen wat mensen allemaal aan het doen zijn alsof het het meest logische is wat er bestaat, alsof zij dit zijn, terwijl ik in een staat leef van constante verwondering van waar ik zelf ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb paniek te ervaren als mijn fysiek niet naar behoren werkt, helemaal als we ons geboren laten worden als leven in het fysiek, en wat dan als ik mijn fysiek niet op orde krijg, als ik niet eens kan poepen?

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten waar ik kan blijven als ik zoveel ongemak ervaar in mijn fysiek als ik niet naar het toilet kan, en hierin om me heen zoek naar iets of iemand tot afleiding van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet in zelf te willen zien als ik zoveel ongemak ervaar in mijn fysiek als ik niet naar het toilet kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb walging te ervaren in/als/van mezelf als ik zoveel ongemak ervaar in mijn fysiek als ik niet naar het toilet kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb minachting voor mezelf te ervaren als ik zoveel ongemak ervaar in mijn fysiek als ik niet naar het toilet kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf waardeloos te vinden als ik zoveel ongemak ervaar in het fysiek als ik niet naar het toilet kan, waarin ik ervaar niet mee te kunnen komen met wat anderen doen en waarin ik ervaar niet kunnen doen als wat ik zou willen doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te veroordelen dat ik niet kan doen wat ik wil doen in/als de geest/het bewustzijn, in plaats van wat ik wil doen af te stemmen op wat mogelijk is in/als fysiek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb net te doen alsof ik nooit kan poepen, in plaats van in te zien dat het al dagen-weken-maanden heel aardig gaat, met af en toe een stop, en dat ik vooral heel druk ben in mijn hoofd hiermee, en dat dit dus hetgeen is wat ik kan en ga stoppen.

Ik stel mezelf ten doel mijn oordelen die ik in mezelf zie en ervaar als reactie op het niet naar het toilet kunnen te stoppen in mezelf.

Ik stel mezelf ten doel alle emoties die ik ervaar als reactie op het niet naar het toilet kunnen, te stoppen in mezelf.

Ik stel mezelf ten doel te stoppen met participatie in gedachten, gevoelens en emoties en mezelf zo snel mogelijk hier te halen, zoals Mykey schreef ‘go go go’, want hoe langer ik wacht, hoe meer de gedachten zich opstapelen en hoe moeilijker het wordt mezelf te stoppen in deze energetische accumulatie.

Ik stel mezelf ten doel hetgeen ik wil doen zoveel als mogelijk af te stemmen op wat ik kan doen in het moment in/als het fysiek.

Ik stel mezelf ten doel te stoppen met frictie creeren door mezelf te frustreren in een verlangen naar iets doen in/als het bewustzijn als wat ik wil maar waartoe ik fysiek niet in staat ben in het moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat als ik nu fysiek niet tot iets in staat ben, ik dit nooit zal zijn, waarin ik meer frictie creeer door participatie in een toekomstprojectie.

Ik stel mezelf ten doel hier te blijven in het moment en te doen wat ik kan doen en mijn participatie in toekomstprojecties en gerelateerde zorgen zo snel mogelijk te stoppen. ‘go go go’, en niet in/als fysiek te gaan go go go en de darm te pushen maar go go go mijn geestparticipatie te stoppen.

Ik stel mezelf ten doel te stoppen met poepen als doel te zien, waarin ik mijn darm stimuleer met mijn geest en deze op den duur overprikkel en uiteindelijk vastzet in een kramp doordat de darm de relatie met/stimulatie vanuit het bewustzijn zat is, waarin ik een angst creeer dat mijn darm het zelf niet meer doet als ik stop met prikkelen vanuit de geest en dus de prikkeling niet durf te stoppen, en in plaats hiervan in het moment aanwezig te zijn, participatie in de geest te stoppen, en te zien of en hoe ik de fysieke darm kan ondersteunen/vrij maken in het moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat dit altijd zo blijft, en mezelf vast te zetten in deze verkramping van adembenemende angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb nog steeds kwaad te zijn dat ik met zo’n darm opgescheept zit, alsof die niet van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me niet effectief te ervaren en weer terug te zijn in het cirkeltje bij het niet weten hoe dit aan te pakken doordat ik in de praktijk zie niet effectief te zijn in het stoppen van mijn reacties op mijn darm als ik niet naar het toilet kan, wat de hele dag door blijft gaan en waarvoor ik altijd op mijn hoede blijf aangezien het elke ochtend opeens kan gebeuren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te identificeren met het ‘ik kan niet poepen karakter’, en hierdoor te blijven leven als dit karakter/bang te blijven voor de komst van dit karakter.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ‘ik kan niet poepen karakter’ te creeren vanuit het ‘ik kan het niet karakter’.

Ik schrijf door. Het wordt vast een onbegaanbaar lang blog maar dat maakt niet uit.

Er zit een schrik in mijn colon. Ik zag gisteren een schrik omhoog komen die me de adem beneemt en welke ik ooit in mijn fysiek heb opgeslagen. Het is gerelateerd aan een ervaring met Zbigniew, de Poolse jongen, en van daaruit natuurlijk weer aan een vroegere ervaring die ik niet kan benoemen.

We hadden 2-3 jaar geleden ongeveer 3 maanden contact en seksueel contact. We hadden allebei geuit dat we elkaar heel leuk vonden en met elkaar verder wilden, maar tegelijkertijd zag ik wel 20 signalen die aangaven dat het in de praktijk niet mogelijk zou zijn. Aangezien ik toen nog in ‘de kracht van liefde’ geloofde/wilde geloven, heb ik de signalen genegeerd en gedacht/gehoopt dat de liefde de man wel zou veranderen. Ik had de signalen al wel aangekaart, en 1x werd het ingezien en zijn we erdoor heen gewandeld, waardoor ik dacht dat het mogelijk was om door alles heen te wandelen. Overigens hadden we seks gehad maar ging ik er niet vanuit dat we echt iets samen zouden opbouwen, al wilde ik dat best wel. Totdat hij opeens zei: ‘but I love you, I told my brother I have a girl, Ingrid’. Ik was verbijsterd, want hij was vaak niet bereikbaar voor mij, al woonde hij destijds achter mij. Ik ben me vast gaan houden aan deze woorden, en het zelfs terug gaan zeggen. Het zou niet in me opkomen overigens dit te gaan zeggen in zo’n vroeg stadium, uberhaupt ben ik nooit zo’n ‘I love you’  zegger geweest, laat staan ‘ik houd van je’, welke woorden ik niet begreep. I love you is wat gemakkelijker, dat floep je er gewoon even uit; door het Engels ervaar ik niet werkelijk wat ik uitspreek hierin. Wat een desillusie en bedrog. Hoe dan ook, ik wilde graag geloven dat deze woorden genoeg betekende om mee verder te gaan, ondanks, in spite of, de praktische signalen die een totale onverantwoordelijkheid aanduidden.

Na 3 of 5 maanden moest hij verhuizen door problemen in het huis (de poolse jongens gingen vaak van huis naar huis of werden eigenlijk gedwongen van huis naar huis te gaan). De eerste week hadden we nog sms contact, belde hij zelfs een keer. Ik zou naar hem toekomen het weekend, hij zou zijn adres sturen, wat hij nooit heeft gedaan; ‘vergeten’ zoals hij later zei, en in plaats hiervan zat ik dus te wachten op enig bericht op de dag en de dag erna van zijn kant, en kreeg ik geen antwoord op mijn berichten. Mijn wereld stortte in, ik stortte in het verraad van de illusie van de belovende woorden (meerdere dan alleen die woorden ‘I love you’) waar ik me aan had vastgeklampt.

In de maanden erna stuurde ik sms-jes, soms kreeg ik iets terug, ik wist dat hij alles las, dat het niet zo was dat ‘hij mij niet leuk vind’, maar dat hij no way zichzelf onder ogen wilde zien en dat werd natuurlijk alleen maar erger naarmate hij langer zijn mond hield en mij negeerde. In dit negeren heb ik meerdere malen ervaren hoe ik zelf iets sprak, geen antwoord kreeg, en wegstortte in die ervaring van geen antwoord krijgen, en hierin mezelf in mijn woorden ging veroordelen, ging betwijfelen, ging denken dat het aan mij lag, dat ik iets fout deed, dat ik teveel klampte. Dat was ook zo, ik klampte ook, en mijn woorden waren niet zelfoprecht, maar dat was niet de reden dat hij wegbleef, wat ik in die tijd nog wel dacht. Hij had zijn eigen redenen en ik moet mijn eigen correcties wandelen. In de afgelopen 2 jaar heb ik mezelf hierin opgepakt en de illusie van geloof in ‘de kracht van liefde’ gestopt. En wat ik gisteren zag, is dat het grote verraad lag in mezelf in mijn eigen geloof in de reactie van de ander op mijn woorden, en daarin te storten in emotie en zelftwijfel, in plaats van hier te blijven staan in/als mijn woorden, ongeacht wat de ander zegt of doet. Ik checkte mijn woorden meerdere keren, en kwam steeds tot hetzelfde punt, ja hier kan ik in staan. En ik bleef staan. Maar ik heb nog wel de rush van het zelfverraad ervaren, die me de adem beneemt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de afwezigheid van de ander op te vatten als een teken dat ik iets fout doe, iets verkeerd zeg, in plaats van in te zien dat de ander eigen redenen heeft om wel of niet aanwezig te zijn en wel of niet te antwoorden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te verraden door de woorden van de ander te geloven en me hieraan vast te klampen, en mezelf afhankelijk te maken van de reactie van een ander op mijn woorden, in plaats van in/als mijn woorden te gaan staan, onafhankelijk van de reactie of afwezigheid van reactie of algehele afwezigheid van de ander, en te checken in mezelf of ik werkelijk in/als deze woorden kan staan en dit te corrigeren als ik niet een en gelijk ben als mijn woorden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf op te hangen aan woorden van de ander, waardoor ik mezelf in alleen zijn niet onder ogen hoef te zien, en me in plaats hiervan liever in de afgrond van emoties stort, niet beseffende dat als ik hier eenmaal in stort, ik enorme consequenties voor mezelf creeer hierin.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de afgrond van emoties echt bestaat, in plaats van in te zien dat ik die zelf creeer in afscheiding van mezelf in geloof in iets of iemand buiten mezelf waar ik mezelf afhankelijk van maak in dit geloof, en hierdoor dus ook afhankelijk van ben/word.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb heel druk te zijn geweest met het begrijpen waarom hij zoiets deed, en mijn woorden en gedrag hierop aan te passen, zodat hij maar niet weg zou gaan uit angst om in zelf te zien als ik in zelf zou zien en hierin hem dus confronteer met zichzelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zelf te stoppen met woorden in/als zelf te spreken uit angst dat de ander weg gaat maar in plaats hiervan mijn woorden af te stemmen op de luisteraar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb enorm te schrikken van het weggaan van een ander als ik woorden spreek in/als mezelf hoe ik in dat moment ben; mezelf hierin als gevolg te gaan veroordelen en mezelf als schuldige aan te wijzen van het feit dat de ander weggaat, waarin ik in dit zelfoordeel zelf wegga van mezelf en mezelf dus verraad maar waarin ik het weggaan van de ander ervaar als verraad.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf in/als woorden te relateren aan de ander buiten mezelf, in plaats van een en gelijk als mijn woorden te zijn en te blijven en mezelf te corrigeren als ik zie dat ik niet in mijn woorden kan staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ervaring van door de grond gaan te hebben als iemand weggaat als reactie op mijn woorden of waarvan ik denk dat het een reactie is op mijn woorden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat iemand weggaat door mijn woorden en ik dus maar beter niet kan spreken, waarin ik wegga van mezelf in/als zelfexpressie uit angst om alleen achter te blijven.

Ik stel mezelf ten doel mezelf in/als woorden in te zien en te checken in mezelf of ik gelijk kan staan aan/als/in de woorden die ik spreek, en mezelf hierin te vergeven en corrigeren als ik zie dat ik in ongelijkheid/afscheiding van mezelf spreek.

Ik stel mezelf ten doel in mijn eigen woorden te staan en blijven staan, onafhankelijk van de reactie van de ander.

*

En zodra ik hierin ben gaan staan, ben ik in bovenstaande angst en ongemak gekomen gerelateerd aan het colon en niet naar het toilet kunnen. Oeps.

Een karakter wat omhoog komt wat ik heb aangenomen en ben gaan leven is het ‘sexy karakter’, welke ik zal uitschrijven in een volgend blog. Het moge duidelijk zijn dat dit karakter compleet in conflict komt en altijd is met het ‘ik kan niet poepen karakter’. Als ik er niet meer zo in vast zou zitten zou ik direct zien wat een hilarisch schouwspel zich afspeelt in mij. Helaas zie ik het nog niet als hilarisch, dus ik hecht nog waarde aan de karakters waarin ik mezelf nog vastzet in mijn fysiek via de geest/het bewustzijn.

————————————————————————————————-

Proces van zelfverandering:
www.desteniiprocess.com / http://www.lite.desteniiprocess.com
Mogelijkheid tot wereldverandering met gelijke kansen voor ieder-een:
www.equalmoney.org
Proces van relatie naar agreement:
www.desteniiprocess.com/courses/relationships
Zelfeducatie waarin financiele ondersteuning voor een wereld in gelijkheid:
www.eqafe.com
Zelfeducatie free:
www.eqafe.com/free
www.desteni.net
Journey to Life:
7 jaar dagelijks schrijven
7 jaar dagelijks schrijven – Dag 1 – Van ziel naar Leven
http://www.facebook.com/groups/journeytolife/
video: 2012: Nothingness – The 7 year process Birthing Self as Life

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s