Dag 107 – Brandend maagzuur

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet precies te zien waardoor ik sinds gisteren avond opeens last van maagzuur heb, behalve dat ik een appel heb gegeten die ik niet goed verteer; maar er is meer, alsof er iets blijft steken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ervaring te hebben gecreeerd alsof er iets blijft steken, iets omhoog komt wat omlaag moet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb heel erg moe te worden van deze pijnervaring.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te worden om te eten omdat na het eten deze pijnervaring komt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb paniek te ervaren door deze pijn welke voortkomt uit de angst dat ik niet kan eten en ik eet graag.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me vast te houden aan eten en dus angst te ervaren/creeren als er iets is waardoor ik wellicht niet kan eten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat er niets leuks meer is in de dag als ik niet meer kan eten en kan koffie drinken, waarin een verslaving verscholen zit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te begrijpen wat er omhoog komt, omdat ik gisteren juist mezelf in praktijk in gelijkheid heb uitgedrukt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het te benoemen als uitdrukken in plaats van zelfexpressie, waarin het erop lijkt dat ik mezelf uit druk, als niet aan; aan-uit, waarin ik zie in mezelf dat ik steeds meer ga staan in gelijkheid als mezelf waarin geen weg terug is, en dat ik hierin geen controle heb op wie er wel en wie er niet hierin naast me komt staan, doordat ik mezelf uitdruk als de mind als het verleden uit me drukken, de mind uit door me uit te drukken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet en opluchting tegelijk te ervaren over het feit dat ik steeds meer de beslissing neem wie ik ben en me hierin uitdruk, onafhankelijk van wat de ander zegt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb opluchting en verdriet te ervaren bij het duidelijk zien dat moeder er niet voor kiest zich op deze manier in de wereld te zetten door ons uit te spreken heen en weer en te bespreken wat we wel en niet doen en wel en niet prettig vinden hierin, en hier hebben we opeens gewoon een gesprek in gelijkheid welke een nieuw startpunt geeft en wordt eindelijk duidelijk waar we steeds op botsen, wat niet zo erg is zodra het Hier is als zichtbaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb veel rust/stevigheid/standvastigheid te ervaren bij dit nieuwe startpunt, welke rust/stevigheid/standvastigheid ik jarenlang/levenslang gemist heb en welke ik nu zie dat die veel angst veroorzaakt heeft doordat alles onzichtbaar en onbespreekbaar is gebleven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb veel angst te creeren/veroorzaken in mezelf door niet te spreken in gelijkheid als mezelf en dus onzichtbaar te blijven, en hierin de ander ook de kans niet te hebben gegeven te spreken in gelijkheid als zelf zoals we zelf zijn in het moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf onzichtbaar te houden uit angst voor alle oordelen als projecties van de ander=de mind waar ik geen toepassing als oplossing voor had als zelfvergeving en zelfcorrectie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te zien dat ik dit dus echt alleen wandel, dat de ander niet zomaar meegaat, welke ik altijd ervaren heb maar nooit heb durven zien, aangezien ik dan alleen moet gaan staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander de schuld te geven van mijn niet opstaan, in plaats van in te zien dat ik de enige ben die op kan staan, no matter what de ander doet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb hier ergens een emotie te onderdrukken waardoor ik pijn creeer in de borst- en keelgebied.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien wat er brandt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb altijd geloofd te hebben dat ik niet dit mag doen, dat ik niet mag spreken als zelf welke wellicht conflict brengt en dus heb ik mezelf onderdrukt als uitgedrukt in mezelf, het vuurtje gedoofd, in plaats van mezelf uit te drukken in zelfexpressie, waarin ik mezelf niet heb kunnen zien in woorden die ik spreek zodat ik mezelf kan corrigeren.

Ik stel mezelf ten doel door te ademen als ik maagzuur of lucht omhoog voel komen die zich niet wil uiten in  een boertje. Ik zie dat ik me steeds wil ontluchten door een boertje, in plaats van lucht als adem te bewegen in mijn fysiek via de ademhaling, en hierin geen boertje hoef te forceren aangezien dat nu pijn doet als het boertje niet komt. Het lijkt erop of de beweging zich moet/gaat verplaatsen van de spijsvertering (emoties) via ontluchting omhoog naar de ademhaling omlaag, van mind naar leven.

Ik stel mezelf ten doel te onderzoeken welke emotie omhoog komt als ik de pijn ervaar, en pas hier zelfvergevingen op toe.

Ik stel mezelf ten doel de communicatie in gelijkheid voort te zetten en me hier iedere keer opnieuw voor in te zetten als in te staan, hoe bang ik ook ben of hoeveel weerstand ik ook ervaar. Ik pas zelfvergevingen toe op de angst en/als weerstand, schrijf waar een patroon moet worden uitgeschreven en dus mezelf door in het fysiek zodat er een fysieke verandering kan plaatsvinden.

Ik realiseer me dat ik kan blijven staan als ik spreek in gelijkheid, ook als de ander dit niet wil doen. mijn neiging om weg te lopen is niet effectief aangezien er dan niets verandert; niet in mezelf want ik loop weg dus laat de mogelijkheid tot spreken/aanwezig zijn  in/als verandering liggen, en niet voor de ander aangezien die niet ziet waar het over gaat als ik wegloop.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb er altijd op vertrouwd te hebben dat de ander ook wel ziet waar het over gaat, en dus vind ik dat die ander het zelf maar uit moet zoeken/corrigeren, in plaats van in te zien dat ik hierin dus mezelf projecteer op de ander door mijn inzicht op de ander te plaatsen, waarin dus geen enkele verandering plaats vindt aangezien ik het vertrouwen buiten mezelf plaats als projectie op de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn vertrouwen te plaatsen in/op de ander, waarin ik mezelf elke keer laat teleurstellen als blijkt dat de ander niet ziet waar het over gaat en dus niet verandert, in plaats van in te zien dat ik teleurgesteld ben doordat ik zelf niet verander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo bang te zijn voor de projecties van de ander dat ik mijn vertrouwen op de ander plaats zodat ik niet hoef op te staan in zelfvertrouwen – dat kan niet want het vertrouwen ligt al bij de ander, en dus datgene doe waar ik zelf bang voor ben, namelijk projecteren op de ander.

Ik stel mezelf ten doel mezelf te vertrouwen door alles terug naar zelf te halen, te vergeven en corrigeren in de praktijk, totdat ik een en gelijk als zelf ben als Zelf-Vertrouwen.

www.desteniiprocess.com

www.equalmoney.org

www.desteni,net

www.eqafe.com/free

Advertenties

Dag 17 – Slapen

Ik heb nog steeds geen zelfvergevingen gedaan op het onderwerp slapen. Ik slaap ongeveer 6 uur en lig totaal nog een half uurtje in bed. Om de zoveel weken komt er een periode waarbij ik het liefst terug wil stappen in bed. En ik pak het niet op om hier zelfvergevingen over uit te gaan schrijven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen zelfvergevingen toe te passen op het langer willen slapen dan 6 uur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn slapen niet te willen delen; ik wil het bewaren als achterdeur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het slapen te willen bewaren als achterdeur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het doodeng te vinden het slapen als achterdeur op te geven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het slapen als van mij te zien, als iets waar niemand iets mee te maken heeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het slapen te willen verdedigen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te schamen dat ik niet op wil staan en graag wil blijven slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen dat een ander ziet dat ik graag wil blijven slapen en loop te struggelen met het opstaan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet samen met een ander te kunnen slapen doordat ik wordt afgeleid door mijn reacties op de aanwezigheid van de ander, al dan niet slapend.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik met een ander moet kunnen slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het jammer te vinden dat ik niet met een ander als met de man van mijn dromen samen kan slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb met de man van mijn dromen samen te willen kunnen slapen, dus eigenlijk wil ik dromen van/in een droom.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in dromenland te willen blijven verkeren, zowel figuurlijk in dromen over/met een man als letterlijk ’s ochtends in bed.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het in dromenland beter is dan in de realiteit, in plaats van in te zien dat ik het beter maak in dromenland door daar veel te vertoeven en de realiteit te laten vervallen, waardoor de realiteit niet prettig is om in aanwezig te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de realiteit te laten vervallen door het vertoeven in dromenland/de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn oom op te staan en de dag onder ogen te zien, in plaats van in te zien dat het niet de dag is die ik vrees, maar ikzelf als de mind die ik vrees, en daarom ben ik bang om op te staan en mijzelf als de mind onder ogen te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om op te staan en mezelf onder ogen te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moeheid te ervaren als ik op moet staan, en deze moeheid wordt versterkt door de structuren die ik heb toegestaan zich vast te zetten in mijn fysiek, wat zich vertaalt als moeheid aangezien ik me niet vrij kan bewegen in het fysiek, wat ik als excuus gebruik om moe te zijn en om te gaan slapen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dat een verlangen naar een man en/of seks het enige is wat me echt wakker maakt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het verlangen naar een man en/of seks als leven te beschouwen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te schamen dat ik alleen wakker wil worden voor het verlangen naar een man en/of seks, wat niet echt wakker worden is maar mezelf slapend voortzettend in een roes.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik koffie nodig heb om op te staan, als lichtpuntje in de dag waarvoor ik op wil staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me vast te houden aan een kopje koffie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het belachelijk te vinden dat ik me vast houd aan een kopje koffie, dat 2 of 3 kopjes koffie me door de dag heen helpen, in plaats van in te zien dat het ok is, met ondersteuning van 2 of 3 kopjes koffie mag ik best de dag doorkomen zonder mezelf hierover aan te vallen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf aan te vallen omdat ik 2 of 3 kopjes koffie gebruik als ondersteuning om de dag door te komen, terwijl ik inzie dat de koffie niet de reden is om te leven, het is een ondersteuning om me hier te houden en te doen wat er te doen is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb druk te zijn met het al dan niet aanvallen van mezelf over kopjes koffie, wat de polariteit in de mind in stand houdt en me afleidt van Hier zijn; niet de koffie doet dat, dat doe ik zelf met mijn oordeel over het koffie drinken en dit oordeel brengt meer schade aan mijn fysiek dan 2 of 3 kopjes koffie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het liefst de hele dag door koffie te willen drinken; dit verlangen is wat ik kan stoppen in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het oneerlijk te vinden dat ik maar 2 of 3 kopjes koffie kan drinken op een dag zonder mijn fysiek te belasten.

Als ik mezelf zie participeren in verlangen naar meer kopjes koffie dan mijn fysiek kan opvangen, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat mijn fysiek me hier ondersteunt in het behouden van leven; als ik hiernaar luister zie ik dat mijn fysiek mij ondersteunt op weg naar Leven; als ik hier niet naar luister zie ik dat ik mezelf onderuit haal en mijn fysiek vernietig door mezelf als mind te laten geloven dat ik me beter zou voelen als ik meer kopjes koffie drink zoals ik andere mensen zie doen. Ik sta mezelf niet toe mijn fysiek te vernietigen met mijn verlangen naar meer kopjes koffie, voortkomend uit het vergelijken in/als de mind met andere mensen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toestaan en aanvaard heb mezelf als mind de hele tijd onderuit te halen op alles wat ik doe als systeem, in plaats van in te zien dat ik dat doe omdat ik zo geprogrammeerd ben en dit zelf heb toegestaan zich te laten manifesteren; door mezelf als mind aan te vallen creeer ik een nieuwe laag van oordeel en dus houd ik mezelf als mind in stand.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb eigenlijk wel wakker te willen worden maar ik word zo moe van mijn eigen angst.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo moe te worden van mijzelf als angst als bewustzijnssysteem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen gaan jammeren omdat ik zo bang en zo moe ben, in plaats van op te staan en deze jammerklacht te stoppen zodat ik mijn angst in kan zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn leven te laten vervangen door jammeren en klagen, voortkomend uit angst om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weerstand als vermoeidheid te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te proberen op te staan met behulp van ‘positiviteit’, in plaats van in te zien dat ik daarmee direct negativiteit creeer dus polariteit in/als de mind, wat de weerstand alleen maar versterkt; ik hoef alleen zelfvergevingen toe te passen op dat waarvoor ik bang ben, om de weg open te maken om op te staan en mijn correcties in de praktijk te kunnen leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het liefst zitten zelfvergevingen blijf doen, wat wel de weg open maakt maar wat niets in de praktijk verandert zolang ik mezelf als zelfexpressie niet toepas.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven en te ervaren dat het me moeite kost om op te staan en mezelf als zelfexpressie toe te passen in de praktijk.

Als ik mezelf zie participeren in moeheid dan stop ik, ik adem. Ik zie in mezelf, waar ben ik bang voor? Ik realiseer me dat ik bang ben voor mijn eigen oordeel, voor mezelf die mezelf iedere dag afbrandt, aanklaagt, aanvalt, onderuit haalt en vervolgens in de steek laat. Daar word ik heel moe van, ik kan niet meer. Ik realiseer me dat ik de enige ben die dit kan stoppen, aangezien ik dit zelf doe. Als ik dit niet stop in mezelf, blijf ik ook de ander afbranden, aanklagen, aanvallen, onderuit halen en vervolgens in de steek laten. Dus ik stop, ik adem. Ik stop met mezelf afbranden, aanklagen, aanvallen, onderuit halen en vervolgens in de steek laten. Ik stop met verdriet, angst en moeheid creeren in mezelf. ik pas zelfvergevingen toe op alles wat ik in mezelf (en de ander) heb toegestaan. Er is geen excuus voor dit gedrag, niet naar mezelf en niet naar de ander. Ik neem mezelf bij de hand, trek mezelf overeind in plaats van te gaan trekken aan anderen als bewustzijn, als aandacht omdat ik zelf niet instaat ben om mezelf overeind te trekken/zelf op te staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb anderen en/als mezelf af te branden, aan te klagen, aan te vallen, onderuit te halen en vervolgens in de steek te laten als middel om mezelf overeind te trekken ten koste van de ander, ten koste van mezelf, als Leven, en hiermee een enorme moeheid, een levensmoeheid te creeren in mezelf, wat geen levensmoeheid is maar een systeem-moeheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb levensmoeheid te verwarren met systeem-moeheid, om dit vervolgens als excuus te gebruiken om niet op te hoeven staan als Zelf als Leven.

Ik verbind mezelf met mezelf als Leven door te stoppen met het toegeven aan en vergoelijken van de systeem-moeheid.