Dag 507 – Hoe stop ik mezelf in het kwaad spreken over een ander?

paraplu-669x350Voor context zie Dag 506 – Kwaad spreken over een ander

Als en wanneer ik mezelf zie neigen tot een uitspraak over een ander in gesprek met iemand anders, dan stop ik, ik adem.

Ik realiseer me dat ik mij laat uitlokken door iets in het gesprek om mij uit te spreken over een ander wat op dat moment gerelateerd is binnen het huidige gesprek.

Ik realiseer me dat een uitspraak over een ander, in en als reactie van en als mezelf binnen het huidige gesprek, altijd met mijzelf te maken heeft en dat ik dit doe om mezelf beter te voelen.

Ik realiseer me dat ik automatisch inga op gesprekken over een ander, dan wel positief, dan wel negatief.

Ik realiseer me dat ik denk dat me ‘positief uitspreken’ over een ander wel oké is en me negatief uitspreken niet oké is.

Ik realiseer me dat ik me positief uitspreek over een ander om het gesprek niet in een ongemakkelijke positie te laten gaan zoals weleens gebeurt als ik niet inga op een uitspraak van iemand en dus wederom doe ik dit om mezelf niet ongemakkelijk, dus beter te voelen.

Ik realiseer me dat ik een verkeerd – gekeerd als in en als de geest – voorbeeld geef door zelf niet te staan als ‘geen kwaad spreken over een ander’ wat ook inhoudt ‘geen goed spreken over een ander’ aangezien goed en kwaad elkaar in stand houden als oordeel in polariteit om energie te genereren in en als de geest en dus als ik ‘goed’ spreek en positieve energie genereer zal dit leiden tot een ommekeer naar ‘negatieve energie’ in en als de wet van balans.

Ik realiseer me dat denk dat ik niet weet hoe mezelf te ‘handhaven’ als ik me niet uitspreek over een ander binnen een gerelateerd gesprek/als reactie op iets wat een ander zegt.

Ik realiseer me dat ik mezelf in de illusie van een gedachte als ‘ik weet het niet’ laat bestaan en zo in mijn comfortabele zone blijf zodat de ander ook in zijn/haar comfortabele zone blijft.

Ik realiseer me dat ik angst ervaar voor als een ander buiten zijn/haar comfortabele zone komt aangezien ik verwacht dat dit dan onvoorspelbaar gedrag kan geven.

Ik realiseer me dat ik angst ervaar om zelf buiten mijn comfortzone te komen aangezien dit een gebied is waarvoor ik niet ben voorgeprogrammeerd en dus mezelf richting zal moeten geven wat een ervaring van ‘ik weet het niet’ activeert.

Ik realiseer me dat ik reageer op mijn eigen verwachting van wat er gebeurt of niet gebeurt.

Ik realiseer me dat ik ik lijntjes leg in en als de geest door te voldoen aan mijn eigen verwachtingen over een ander en zo mezelf enkel in en als de geest te laten bestaan, in plaats van mezelf hier te brengen in en als de adem en alleen te staan in en als mezelf in de beslissing tot het leven van mijn uiterste potentieel als wat het beste is voor alles en iedereen.

Ik stel mezelf ten doel te stoppen met mij uitspreken – zowel positief als negatief – over een ander ten behoeve van het beter voelen van mezelf.

Ik stel mezelf ten doel in en als de adem aanwezig te blijven als en wanneer ik de neiging ervaar om me over een ander uit te spreken en te zien wat er binnenin mij opkomt.

Ik stel mezelf ten doel allereerst mezelf richting te geven in en als de reacties (als angst als oordelen) die opkomen binnenin mezelf door middel van toepassing van zelfvergeving en zelfcorrectie.

Ik stel mezelf ten doel de situatie eens open te laten en te zien wat er dan gebeurt of juist niet gebeurt.

Ik stel mezelf ten doel eens te vragen wat een ander bedoelt of wat het betekent als er in het gesprek een aanleiding is om over een ander te praten in plaats van automatisch te antwoorden en zo ‘de ander’ (als wat ik denk over de ander en dus mezelf als ‘de ander=de mind’) te bevestigen.

Ik stel mezelf ten doel mezelf te bevestigen door mezelf richting te geven binnen een moment waarin ik neig om iets over een ander te zeggen.

Ik stel mezelf ten doel te zien in fysieke realiteit waar specificatie nodig is ten aanzien van het spreken over een ander en ten aanzien van het herkennen van het activatiepunt op het moment waarin ik neig mezelf op te geven ten behoeve van mezelf beter voelen in en als de geest, door iets te zeggen over een ander.

Ik stel mezelf ten doel mezelf werkelijk te vergeven op de punten waar ik neig tot het kwaad spreken over een ander en/of waar ik dit gedaan heb en mezelf de ruimte te geven tot zelfverandering ten aanzien van dit punt.

types-of-decision-makingDesteni-I-Process-Lite (Gratis online-cursus ook in het Nederlands)

——————————————————————————————————————————-

Mogelijkheid tot wereldverandering met gelijke kansen voor ieder-een:
Leefbaar Inkomen Gegarandeerd:
https://www.facebook.com/BasisinkomenGegarandeerdDoorEqualLifeFoundation
Equal Life Foundation:
https://www.facebook.com/EqualLifeFoundation
Proces van zelfverandering:

www.desteniiprocess.com
www.lite.desteniiprocess.com  GRATIS ONLINE CURSUS MET BUDDY
Proces van relatie naar agreement:
www.desteniiprocess.com/courses/relationships
Zelfeducatie free:
www.eqafe.com/free
www.desteni.net
www.desteni.org
Journey to Life:
7 jaar dagelijks schrijven
7 jaar dagelijks schrijven – Dag 1 – Van ziel naar Leven
http://www.facebook.com/groups/journeytolife/
video: 2012: Nothingness – The 7 year process Birthing Self as Life
De Desteni Boodschap – Wat doen we ermee?:
https://ingridschaefer1.wordpress.com/2013/02/13/dag-235-de-desteni-boodschap-wat-doen-we-ermee/
Zelfvergeving als Toegift aan jeZelf:
https://ingridschaefer1.wordpress.com/2013/05/20/dag-299-zelfvergeving-als-toegift-aan-jezelf/

 

 

 

Advertenties

Dag 506 – Kwaad spreken over een ander

Kwaadspreken-1Bij sommige mensen ervaar ik angst om iets rechtstreeks te communiceren. Dit hoopt zich op in mezelf, ook al communiceer ik wel het één en ander, via schrijven en spreken. Dit is echter niet geheel rechtstreeks maar meer in algemeenheden en dat komt dus niet altijd of geheel binnen. Ondertussen hoopt er zich een ervaring van onmacht in mij op en uiteindelijk komt dit eruit in een reactie met backchat tegen iemand anders, over die ander en over hetgeen ik niet duidelijk gecommuniceerd heb. Dit vind ik niet tof van mezelf en hier heb ik dan een behoorlijk zelfoordeel op. En tevens veroordeel ik ditzelfde gedrag in anderen aangezien zolang ik het veroordeel in mezelf, ik dit op anderen zal projecteren.

Waar begint de angst om iets rechtstreeks te zeggen tegen bepaalde mensen? Deze angst is dan een oordeel, dus een gedachte die ik heb over bepaalde mensen waardoor ik denk/geloof iets niet rechtstreeks te kunnen zeggen, waarin ik een reactie verwacht van die ander die ‘mij angst aanjaagt’. Het is hierin mijn eigen verwachting geprojecteerd op de ander, die mij angst aanjaagt. Dit wordt zichtbaar als ik het alsnog rechtstreeks bespreek en er geen enkele reactie komt van die ander, slechts een ‘okay’. Dit wil niet zeggen dat er geen weerstanden/reacties spelen bij en in de ander, echter dat is aan de ander om te onderzoeken. Aan mij is het om te onderzoeken wat er in mij triggert tot een direct vormen van een gedachte als oordeel dat ik iets ‘beter niet rechtstreeks kan zeggen tegen die ander, dat diegene dit niet wil horen’ en om te zien wat er hierbij in mij opkomt aan gedachten en reacties/ervaringen.

Welke ervaringen en gedachten spelen hier een rol?

Ervaring van minderderwaardigheid ten aanzien van de ander door zien dat een ander effectiever is dan ik in bepaalde zaken waaraan ik blijkbaar meer waarde heb gehecht.

Gedachte dat er toch niet geluisterd wordt waarin ik onverschilligheid en weerstand ervaar.

Kwaad spreken over een ander doordat ik boosheid ervaar en als hulpvraag, klampen aan een ander

Gedachte “ik mag er niet zijn” waarin ik verdriet en zelfafwijzing ervaar

Diegene waarover ik kwaad heb gesproken niet in de ogen durven kijken wat een ervaring van schaamte geeft

Ervaring van hypocrisie in en als mezelf

Zelfoordeel over hetgeen ik heb uitgesproken

Door elkaar lopen van hetgeen ik wel heb uitgesproken en hetgeen ik alleen in ‘interne gesprekken’ heb toegestaan in mezelf  welke een ervaring van paranoia, verwarring, angstigheid, achtervolgingswaan geeft

Ervaring van paranoia ten aanzien van de betrokkenen (dus tegen wie ik gesproken heb en over wie ik gesproken heb)  en hierin valse bescheidenheid, rationaliseren van het fenomeen ‘roddelen’, spreken via algemeenheden/eromheen draaien)

Het samentrekken of ‘crunchen’ van de spieren in mijn darmen iedere keer dat er een betrokkene is en/of dat ik hieraan denk door een onderdrukt zelfoordeel (zelfstraffing)

Ervaring van angst voor ‘bepaalde’ mensen en hierin iets niet rechtstreeks durven zeggen welke een ervaring van isolatie/terugtrekken, eenzaamheid, angst, afwijzing, me beter voelen, en ‘gelijk hebben’ geeft.

Zelfvergevingen op de bevindingen in mezelf:

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb me minderwaardig te voelen dan een ander als ik zie dat diegene effectiever/sneller is dan ik in bepaalde zaken waar ik meerwaarde aan gehecht heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf te verongelijken in het meer of minder waarde hechten aan snelheid en/of effectiviteit in en als de geest.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat die ander niet wil horen wat ik te zeggen heb en naar aanleiding van mijn eigen gedachte als oordeel over een ander, kwaad te gaan spreken over een ander en zo een heel mind-construct in werking te zetten in en als mezelf als zelfoordeel en paranoia in omgang met anderen te creëren welke ik fysiek manifesteer in mijn eigen lichaam als een samentrekken in mijn darmen en in mijn fysieke realiteit in omgang met of juist in het terughouden van omgang met andere mensen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb onverschilligheid te ervaren in en als de gedachte dat er toch niet geluisterd wordt naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb iets in de ander als weerstand te ervaren om te horen wat ik wil zeggen en dit als reden (aan) te nemen om iets niet te zeggen zonder me direct te realiseren dat, als er al een weerstand is in de ander, wat natuurlijk goed mogelijk is, dit een weerstand in mij activeert als gedachte als dat die ander niet wil horen wat ik wil zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb boosheid te ervaren en kwaad te gaan spreken over een ander naar aanleiding van mijn eigen gedachte dat er toch niet geluisterd wordt en dat die ander niet wil horen wat ik wil zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken hulp nodig te hebben van een ander om iets rechtstreeks te kunnen bespreken en me zo vast te klampen aan een ander om te zeggen wat ik zelf niet rechtstreeks durf te zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te willen dat een ander zegt wat ik niet rechtstreeks durf te zeggen, of dat er in ieder geval een ander bij is als we het bespreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat als we met twee zijn, er toch niet geluisterd zal worden en ik het toch altijd zal verliezen in gesprek en hierin nog steeds niet gezegd en gehoord wordt wat ik wil zeggen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf niet duidelijk uit te spreken over iets wat voor mij zo duidelijk is en zo een gedachte als dat er niet geluisterd wordt in mijzelf te activeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb niet te luisteren en vertrouwen op en als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te klampen aan een ander, to ‘call on’ aan een ander in en als de geest in en als gedachten als controlemechanisme en zo mijn colon (dikke darm) te verkrampen ten gevolge van de emotionele ervaringen als reactie op de gedachten als controle als oordeel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb oordelen in te zetten in een poging een ander in en als de geest te controleren en zo mijn eigen ervaring van onmacht te omzeilen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren naar aanleiding van de gedachte in mij dat ik er toch niet mag zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb (een deel van) mezelf af te wijzen in en als de gedachte dat ik er toch niet mag zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb me te schamen over het kwaad spreken over een ander en die ander niet meer in de ogen te durven kijken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb me een hypocriet te voelen ten aanzien van de ander en/als mezelf over wie ik kwaad heb gesproken en ten aanzien van degene tegen wie ik kwaad heb gesproken over een ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat ik vergissingen en verkeerde aannames in onszelf als mensheid, niet mag benoemen, niet uit mag spreken en zo een ervaring te creëren in mezelf dat er toch niet geluisterd wordt, wat komt omdat ik niet rechtstreeks uitspreek wat ik zie gebeuren en waar vergeving en correctie nodig is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te veroordelen wat ik rechtstreeks zie gebeuren als vergissingen en verkeerde aannames als wat niet het beste is voor iedereen en door dit oordeel als gedachte, me niet uit te spreken, waar ik vervolgens boos om wordt in mezelf en dus een zelfoordeel op het niet uitspreken van wat ik zie, bovenop het oorspronkelijke oordeel te plaatsen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf en anderen te veroordelen om onze  vergissingen en verkeerde aannames met handelen in eigenbelang tot gevolg en hierin angst te creëren in en als mezelf ten aanzien van andere mensen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te verharden in mezelf naar mezelf en anderen toe en mezelf en anderen af te wijzen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb paranoia en verwarring in mezelf te creëren door gedachten als oordelen over anderen in mezelf toe te staan en/of deze uit te spreken en dus kwaad te spreken over een ander in plaats van die ander rechtstreeks aan te spreken, en hierin niet meer te weten wat ik nu heb uitgesproken en wat ik alleen gedacht heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven en ervaren alsof het minder erg is om alleen in gedachten kwaad over een ander te spreken en erger om daadwerkelijk kwaad over een ander uit te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb het kwaad spreken over een ander erg te vinden en te veroordelen en het kwaad spreken over een ander in gedachten, niet als zodanig te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb onverschillig te staan tegenover het kwaad spreken over een ander in gedachten en hierin te denken dat ‘dit geen kwaad kan’.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dus onverschillig te staan ten aanzien van mijn eigen gedachten in en als een geloof dat het niet zoveel uit maakt wat ik denk, zonder in te zien, realiseren en begrijpen dat ik hierin juist de angst manifesteer in mezelf voor andere mensen, in en als deze onuitgesproken gedachten als oordelen die een ervaring van angst geven om ontmaskerd te worden over wie ik ben in en als gedachten, in en als de geest.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat het geen kwaad kan om in gedachten kwaad te spreken over een ander in plaats van in te zien, realiseren en begrijpen dat dit kwaad spreken in gedachten juist maakt dat ik niet rechtstreeks en eenvoudig de situatie zal bespreken als een benoemen van de feiten als vergissingen en verkeerde aannames zonder oordeel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb ervaring van achtervolgingswaan te creëren binnenin mezelf welke een achtervolging is door mijn eigen backchat/achterklap als interne gesprekken die ik zelf manifesteer naar aanleiding van emoties en gevoelens binnenin mij als reactie op mijn eigen gedachten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf te straffen en oordelen en hierin te crunchen en mijn spieren in mijn darmen samen te trekken en hierin het slijmvlies te irriteren op een bepaalde plek als herhalende irritatie door een herhalend patroon van gedachten en reacties naar bepaalde mensen toe.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf te veroordelen als en dat ik niet rechtstreeks communiceer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb het niet rechtstreeks communiceren en ergens omheen draaien en in algemeenheden spreken af te wijzen en te veroordelen in mezelf en/als de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb het liefst te willen dat iemand rechtstreeks tegen mij spreekt en dit te veroordelen als dit niet zo gebeurt en er omheen gedraaid wordt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb zelf niet toe te passen wat ik graag zou willen dat een ander toepast naar mij toe.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf te isoleren en terug te trekken door te denken dat een ander niet wil horen wat ik zeg en hierin oordelen aan te maken en vervolgens angst te ervaren dat deze oordelen ‘aan het licht’ komen en ikzelf veroordeeld zal worden zoals ik (me)zelf-oordeel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb me eenzaam te voelen als ik alleen met mensen ben waarvan ik denk dat ze niet naar me willen luisteren en dus, vergeef ik mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf in en als een ervaring van eenzaamheid te plaatsen door zelf gedachten aan te maken en deze vervolgens te projecteren op anderen die deze gedachte als herinnering in mij activeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb het kwaad spreken over anderen te rationaliseren en af te wijzen als ik dit een ander hoor doen en dit vervolgens probeer te stoppen door te zeggen dat we niet kwaad spreken over een ander zonder werkelijk gelijk te staan en in de situatie te zien wat er speelt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb bij voorbaat het ‘kwaad spreken over anderen’ af te wijzen en zo af te wijzen, te onderdrukken wat er speelt in de geest waardoor het juist onzichtbaar blijft en er dus geen zelfverandering zal (kunnen) plaatsvinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb angst te ervaren als er kwaad wordt gesproken over een ander en dit te proberen te controleren door het te stoppen in een ander, in plaats van mijn eigen ervaringen als angsten als gedachten als oordelen te stoppen, in te zien, zelf te vergeven en zelf te corrigeren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb een ander te corrigeren in plaats van mezelf te corrigeren en in en als gelijkheid met een ander mee te zien.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb me meer te voelen dan een ander in en als moraliteit als een ander kwaad spreekt over een ander wat feitelijk ter compensatie is van mijn eigen ervaring van minderwaardigheid als ‘minder effectief zijn’ in vergelijking met een ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb mezelf in en als de geest te proberen te compenseren voor een ervaring van minderwaardigheid naar een ervaring van meerderwaardigheid door kwaad te spreken over een ander, dan wel in het hoofd, dan wel in realiteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb me beter voor te doen dan ik ben in en als de geest.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken en geloven dat ik ‘toch gelijk heb’ dat we geen kwaad horen te spreken over een ander in plaats van gelijk te staan in en als mezelf in reactie op het kwaad spreken en te zien wat er nu eigenlijk besproken wordt als iets wat ingezien, vergeven en gecorrigeerd dient te worden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb het ‘gij zult geen kwaad spreken over een ander’ als morele kwestie te gebruiken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb niet over zelfvergeving te durven spreken en dus het liefst maar het gehele gedrag probeer te stoppen wat feitelijk een controleren en onderdrukken wordt in en als de geest in en als moraliteit.

Ik realiseer me dat de gedachte dat er niet geluisterd wordt, voortkomt uit wat ik gezien heb als patroon tussen mijn ouders waarin mijn moeder niet gehoord werd en/of zichzelf niet effectief uitsprake en ik zelf mijn moeder ook niet wilde horen. Dit is voor een ander blog.

Wordt vervolgd.

KwaadsprekenIedereen weet dit en toch blijft iedereen het doen, bewust of onbewust, met opzet of gerechtvaardigd in gedachten. Laten we onszelf leren kennen, vergeven en veranderen:

Desteni-I-Process-Lite

Desteni-I-Process-Pro

—————————————————————————————————————————————-

Mogelijkheid tot wereldverandering met gelijke kansen voor ieder-een:
Leefbaar Inkomen Gegarandeerd:
https://www.facebook.com/BasisinkomenGegarandeerdDoorEqualLifeFoundation
Equal Life Foundation:
https://www.facebook.com/EqualLifeFoundation
Proces van zelfverandering:

www.desteniiprocess.com
www.lite.desteniiprocess.com  GRATIS ONLINE CURSUS MET BUDDY
Proces van relatie naar agreement:
www.desteniiprocess.com/courses/relationships
Zelfeducatie free:
www.eqafe.com/free
www.desteni.net
www.desteni.org
Journey to Life:
7 jaar dagelijks schrijven
7 jaar dagelijks schrijven – Dag 1 – Van ziel naar Leven
http://www.facebook.com/groups/journeytolife/
video: 2012: Nothingness – The 7 year process Birthing Self as Life
De Desteni Boodschap – Wat doen we ermee?:
https://ingridschaefer1.wordpress.com/2013/02/13/dag-235-de-desteni-boodschap-wat-doen-we-ermee/
Zelfvergeving als Toegift aan jeZelf:
https://ingridschaefer1.wordpress.com/2013/05/20/dag-299-zelfvergeving-als-toegift-aan-jezelf/