Dag 32 – Verwachtingen van de man/het mannelijk ego

De man/het mannelijk ego is hier zichtbaar in de ander als man en tegelijkertijd in mezelf aanwezig als mannelijk ego.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verwachtingen van de man te hebben als iets dat iemand buiten mezelf moet oplossen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man moet zien om een overeenkomst te hebben, in plaats van in te zien dat ik moet zien om in overeenkomst in/als/met mezelf te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de overeenkomst in/als/met mezelf via de man te willen leven dan wel behalen, en dus moet de man zien in zichzelf, anders is het voor mij niet mogelijk om in overeenkomst in/als/met mezelf te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verbaasd te zijn dat geen enkele man om mij heen echt in zelf wil zien, waardoor ik druk ben met deze verbazing en me af te vragen waarom, wat dat over mij zegt, in plaats van zelf in zelf te zien wat mijn reactie hierop is, en deze reactie in mezelf te stoppen en zelf te vergeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bezig te willen blijven met het sturen van de man, waardoor ik niet in zelf hoef te zien, en niet hoef in te zien hoe ik mijn eigen reacties op de man zelf gecreeerd heb; want zodra ik mijn reacties ga zelfvergeven ‘geef ik toe’ dat ik deze reacties zelf gecreeerd heb en dus 100% zelf verantwoordelijk ben voor wie ik ben geworden en tevens voor wie ik ga worden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen zien dat ik mijn reacties 100% zelf gecreeerd heb dan wel heb toegestaan, wat me volledig zelf-verantwoordelijk maakt voor wie ik ben in ieder moment.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden op de ander die niet volledig zelf-verantwoordelijk wil zijn, in plaats van in te zien dat ik zelf niet volledig zelf-verantwoordelijk ben/wil zijn, wat me boos maakt wat ik projecteer op de ander die dit in me omhoog haalt/weerspiegelt; boos omdat ik reageer op de ander waarin zichtbaar wordt dat ik niet zelf-verantwoordelijk ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te zijn op de ander omdat diegene punten in me raakt waardoor ze omhoog komen en zichtbaar worden, wat ik niet leuk vind om te ervaren aangezien het een rot-ervaring is, anders had ik het niet weggestopt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb punten waarin ik geen zelf-verantwoordelijkheid heb genomen, als rot te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb delen van mezelf als rot te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf in communicatie met de ander als zijnde partner, als rot te ervaren, en daarom ben ik liever alleen, wat geen zelf-oprecht startpunt is om al(l)een te zijn, maar wederom afhankelijk van de ander waarop ik reageer.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn alleen zijn afhankelijk te maken van de ander, waardoor ik geen zelf-verantwoordelijkheid hoef te nemen voor mijzelf al(l)een, aangezien ik niet echt alleen wil zijn maar dit als enige optie zie aangezien ik mezelf met de ander als rot ervaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alles wat ik ben geworden afhankelijk te maken van de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander=de mind als startpunt te hebben gemaakt van mezelf als leven, waardoor ik alles wat ik zeg en doe als zinloos ervaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moeite te hebben met het mannelijk ego.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor het mannelijke ego, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor mezelf als mannelijk ego.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb minachting te ervaren voor het mannelijk ego, waardoor ik reacties in/als het mannelijk ego uitlok.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb reacties in/als het mannelijk ego uit te lokken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb neer te kijken op het mannelijk ego.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het mannelijk ego dom te vinden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als vrouw onderdrukt te voelen door het mannelijk ego, waardoor ik een ervaring van minachting heb gecreeerd zodat ik de pijn en machteloosheid van de onderdrukking niet hoef te voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf in al deze factoren van het mannelijk ego te onderdrukken maar dit niet zo te ervaren, en dus projecteer ik het op de man buiten mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik gelijk wil staan aan de man, maar dat de man niet gelijk wil staan aan mij als vrouw, in plaats van in te zien dat zolang het mannelijk ego aanwezig is, ik niet gelijk wil staan aan de man aangezien ik geloof dat ik dan direct overheerst word.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat als ik gelijk ga staan aan de man, ik direct overheerst ga worden door de man, in plaats van in te zien dat door niet gelijk te gaan staan ik me kleiner of groter maak, waardoor er altijd overheersing zal volgen dan wel aanwezig is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het mannelijk ego deels wel leuk te vinden, waardoor ik het deels in stand wil houden, in plaats van een en gelijk te staan als zelf als Leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het vrouwelijk ego deels in stand te willen houden om naast het mannelijk ego te kunnen staan en het mannelijk ego aan te trekken, wat een patroon geeft van aantrekken en afstoten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb op dit moment een fysieke pijn in de rechter-onderzijde van de dikke darm te ervaren die me de adem beneemt, waardoor ik niet kan participeren in de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb fysieke klachten te creeren om mezelf te stoppen in participatie in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten of er nu juist ego op komt ter afleiding van het schrijven en zien in mezelf, of dat de pijn juist de mind-participatie stopt, omdat ik schrijf in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat ik met deze pijn moet doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me te schamen voor deze pijn, of voor iets anders wat ik niet kan zien doordat ik me schaam.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als totaal onsamenhangend te ervaren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen zien wat de pijn inhoudt, in plaats van alleen hier te zijn in/als het fysiek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb moe te zijn van de inhouden bekijken.

—————————————————————————-

Ik ben gestopt met schrijven en gaan liggen. De pijn nam af. Inmiddels is het de volgende dag. Wederom geen zicht op wat ik aan het schrijven ben. Ik heb net deze zelfvergevingen doorgenomen, en tijdens het lezen lijkt het alsof ik de man/het mannelijk ego als mind heb gedefinieerd, en de vrouw/het vrouwelijk ego als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de man als mind te definieren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de vrouw als leven te definieren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het denken als mind te zien en het voelen als leven, en me hierin als vrouw dus beter te ervaren als zijn de meer als leven, in plaats van in te zien dat het allebei ervaringen zijn in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als vrouw als voelen als leven te hebben gedefineerd, waardoor ik niet zie dat ik niet leef als leven maar als mind, vechtend met de mind als denken als man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een vrouwelijk ego als voelen als leven gecreeerd te hebben, waardoor ik me superieur voel aan de man/het mannelijk ego; iets wat ik gecreeerd heb als tegenhanger van het denken als mannelijk ego waarin ik me de eerste 18 jaar voornamelijk heb gesterkt en waarin ik zag/zie dat het geen leven is.

Dit komt voort uit de hoek van de natuurreligies waar het vrouwelijke als leven-gevend gezien wordt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als vrouw als leven-gevend te hebben ontwikkeld en daardoor zo te zien, die in evenwicht gehouden moet worden door een ‘mannelijke man’, als leven-nemend?

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb totaal niet te weten wat het is om niet als vrouw te leven maar als zelf als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als vrouw te definieren, en me hierin als vrouw onderdrukt te voelen door de man, en aangezien ik vrouw als leven defineer en man als mind, ervaar ik mezelf hierin nogmaals onderdrukt door de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als vrouw dubbel onderdrukt te voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb enorme boosheid naar de man te ervaren, en daardoor de man niet in huis te kunnen verdragen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de man in huis te ervaren als iemand die me de adem beneemt, in plaats van in te zien dat mijn reacties als mezelf gedefineerd als (onderdrukte) vrouw op de man me de adem benemen.

Als ik mezelf zie participeren in ervaringen als vrouw als voelen als zogenaamd leven, dan stop ik, ik adem. Ik begin te zien hoe enorm beperkend het is om mezelf als vrouw te zien. Hierin zal ik altijd een man nodig hebben om mezelf in evenwicht te houden, en zal ik altijd boosheid ervaren naar de man tegenover wie ik me afhankelijk dus ongelijk opstel, al dan niet bewust, en tevens mannen aantrekken die dit tegenovergesteld ervaren.

Ik stop met het aantrekken en afstoten van mannelijk en vrouwelijk in/als de mind.

Ik verbind mezelf met mezelf door mezelf te zien als mens, noch mannelijk, noch vrouwelijk, op reis naar Leven.

Advertenties

Dag 9 – Iemand die wil luisteren

Ik was gisteren op een bijscholing over ontstekingen. In de pauze kwam er een oudere man naast me zitten, rond de 65? Hij begon een gesprek, of zette het eigenlijk voort op het onderwerk in de cursus wat op dat moment suiker was. Hij praatte van suiker naar bewustzijn naar ziel. Ik hoorde mezelf zeggen dat we het bewustzijn niet gaan ontwikkelen maar stoppen, evenals de ziel. Dat de ziel niet de essentie is die we zijn. En wat gebeurde….de man luisterde! Ik kon, vanuit mezelf gezien niet de precieze woorden spreken en was verdrietig en nerveus en niet echt aanwezig, maar ik sprak de woorden zonder de woorden als mezelf in twijfel te trekken. De man werd stil! Hij vroeg waar de informatie vandaan kwam, ik gaf hem de sitenaam van de Nederlandse website. Achteraf bedankte hij me 2x, en ik hem. Ik wist niet wat me overkwam, iemand, en nog wel een oudere man, die luisterde zonder de informatie direct af te wijzen en zelfs meer wilde weten. Hierna was ik meer aanwezig en het verdriet was weg.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig en afwezig te zijn omdat ik geloof dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als eenzaam te ervaren omdat ik geloof dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zo ontzettend bang te zijn omdat ik geloof dat niemand wil luisteren en ik volledig geisoleerd raak omdat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf zo ontzettend te beperken door te geloven dat niemand wil luisteren en hiernaar te gaan leven door niet te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te ontzetten door ontzettend bang te zijn en mezelf ontzettend te bepreken ahum beperken, in plaats van mezelf neer te zetten door te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te bepreken als ik niet durf te spreken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te isoleren door niet te spreken uit angst dat niemand zal luisteren en ik geisoleerd raak, in plaats van in te zien dat ik deze isolatie zelf creeer door niet te spreken uit angst dat niemand luistert en ik geisoleerd raak.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van mezelf en andere mensen door te leven als de angst dat niemand wil of zal luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik toch niets zinnigs te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het geen zin heeft om te spreken omdat ik geloof dat niemand wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen zin te hebben om te leven omdat ik geloof dat het toch geen zin heeft om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat ik moet doen in deze zinloze wereld, en daarom maar net te doen alsof ik geen zin heb om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb deze wereld als zinloos te ervaren/bestempelen en dit vervolgens als excuus te gebruiken om niet te hoeven spreken en/als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb deze wereld die ik als zinloos ervaar als excuus te gebruiken om niet te hoeven leven en spreken, in plaats van in te zien dat ik mezelf als zinloos ervaar als ik niet spreek als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als zinloos te ervaren als ik niet spreek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een partner te willen omdat ik zelf geen zin heb om te leven in een wereld die geen zin heeft, en dus een partner zie als enig lichtpuntje in mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een partner als enig lichtpuntje te zien in mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een partner te gebruiken als zingeving voor mijn leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verbaasd te zijn dat iemand, en nog wel een (oudere) man, wil luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb onderscheid te maken tussen man en vrouw, oud en jong, en mezelf op deze manier af te scheiden van man en vrouw, oud en jong.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van man en vrouw, oud en jong.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te geloven dat een man ooit gaat luisteren naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het te hebben opgegeven om te spreken tegen een man, aangezien ik niet geloof dat de man ooit gaat luisteren naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden als de man niet wil luisteren, in plaats van in te zien dat ik de situatie zo weerspiegeld krijg omdat ik niet geloof dat de man wil luisteren naar wat ik te zeggen heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als lief meisje neer te zetten tegenover de man, en op deze manier geen ruimte laat voor communicatie in gelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf kleiner te maken tegenover de man om zijn goedkeuring niet te verliezen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf kleiner te maken dan de man omdat ik de man niet boos wil maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de go(e)dkeuring van de man niet te willen verliezen aangezien ik geloof dat de man mij dan verlaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik de goedkeuring nodig heb van een man om te leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man mij verlaat als ik zijn goedkeuring niet heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet kan leven zonde oeps zonder de man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eigen goedkeuring aan de man te geven, zodat ik zelf niet meer verantwoordelijk ben voor wat ik zeg en doe.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn goedkeuring van ‘God’ te verplaatsen naar goedkeuring van de man aangezien ik niet weet wie God is maar wel naar hem zou moeten luisteren, in plaats van in te zien dat ikzelf gelijk ben aan God als het Levende Woord.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik naar God moet luisteren, in plaats van in te zien dat ik als Zelf als het Leven de Woord kan luisteren naar mezelf als Leven om vervolgens te kunnen spreken als Zelf als het Levende Woord.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als een en gelijk als god aan de man te geven door het op te geven te spreken als het Levende Woord, aangezien ik niet geloof dat de man ooit gaat luisteren, om vervolgens de man de schuld te geven dat hij niet wil luisteren, in plaats van in te zien dat ik mezelf heb weggeven en er dus niemand Aanwezig is om naar te luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf niet heb toegestaan en niet aanvaard heb in te zien dat zolang ik niet naar mezelf luister er ook geen ander naar me luistert.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man naar mij moet luisteren, in plaats van in te zien dat de man kan luisteren naar zichzelf als het Levende Woord.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de man te doen geloven dat hij naar mij moet luisteren, in plaats van duidelijk te zijn in mijn woorden waaruit blijkt dat ik graag wil dat hij luistert naar zichzelf zodat we kunnen communiceren in gelijkheid.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen dat de man luistert naar zichzelf, in plaats van in te zien dat ik wil dat ik zelf luister naar Zelf en van daaruit kan spreken als Zelf zonder verwachtingen van een luisteren als goedkeuring van de man.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te willen dat de man luistert zodat ik zijn goedkeuring kan ontvangen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik het luisteren als goedkeuring als bevestiging van mezelf als Leven nodig heb, in plaats van in te zien dat zolang ik bevestiging nodig heb, ik niet leef als Zelf maar als mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het ego van de man/mannelijk ego te voeden door mijzelf gelijk als god als het Levende Woord in handen van de man te geven door te geloven dat de man toch niet luistert en hiermee op te geven te spreken als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb boos te worden op het mannelijk ego dat niet wil luisteren, in plaats van in te zien dat ik dit ego zelf heb gevoed en in stand houd zolang ik geloof dat de man toch niet wil luisteren danwel geloof dat de man naar mij moet luisteren.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik voorzichtig moet zijn met het mannelijke ego.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb om het mannelijke ego heen te lopen in plaats van mezelf het mannelijk ego te vergeven als deel van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zelf onbenaderbaar te worden door het mannelijk ego te gebruiken als bescherming.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat de man voor mij moet zorgen en dus heb ik zijn goedkeuring nodig.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te kunnen leven zonder de zorg/goedkeuring van de man.

Als ik mezelf zie participeren in de angst dat niemand naar me wil luisteren dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik met deze angst de situatie dat niemand wil luisteren in stand houd dan wel creeer. Ik realiseer me dat zolang ik bang ben dat niemand luistert en ik dus wil dat iemand luistert, ik iemands goedkeuring nodig heb, wat de ander geen ruimte laat om (vanuit zich) zelf te luisteren als zelf aangezien diegene gevraagd wordt mij te bevestigen (als vrouw) als mind.

Ik sta mezelf niet toe bij te dragen aan een wereld waar niemand wil luisteren naar de woorden van elkaar en met name naar de woorden van zichzelf, en in plaats daarvan elkaar constant loopt te bevestigen dan wel af te weren. Ik realiseer me dat ik naar mijn eigen woorden kan luisteren zodat ik mezelf kan zien, en hoe meer ik mezelf zie, hoe meer een en gelijk ik word als mezelf. Ik realiseer me dat mijn reacties op een gebeurtenis waarin iemand niet wil luisteren me laten zien waar ik mezelf heb afgescheiden van mezelf; hierop pas ik zelf-vergeving toe. Op deze manier word ik, adem voor adem, een en gelijk als Zelf als Levend Voorbeeld zonder oordeel en angst.

Ik sta mezelf niet toe me bezig te houden met mensen, hier specifiek mannen, die niet willen luisteren, ook al zijn ze nog zo leuk en/of aantrekkelijk en wil ik nog zo graag hun goedkeuring. Ik ondersteun mezelf in (het oefenen van) luisteren naar/spreken als mezelf als het Levende Woord en ik ondersteun degenen die willen (oefenen in) luisteren naar/spreken als zichzelf als het Levende Woord. Degenen die niet willen luisteren laat ik hun eigen illusies ontsluieren. Dit is op dit moment de meest effectieve manier om 1 voor 1 in te gaan zien wat het beste is voor Alle Leven.

Ik verbind mezelf met mezelf als Ondersteuning van Leven door het toepassen van zelf-eerlijkheid, zelf-vergevingen en zelf-correcties.