Dag 70 – Missen van de poolse mensen

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een emotie van missen van de omgang met de poolse mensen de afgelopen 2 jaar in/rondom het oude huis te ervaren in mezelf bij het zien van een poolse man die me voor liet gaan in de supermarkt in de nieuwe woonplaats.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het zien van een poolse man in de supermarkt in de nieuwe woonplaats als triggerpunt te ervaren, welke een emotie van missen van de omgang met de poolse mensen triggert.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te scheiden van mezelf in omgang met de poolse mensen, waardoor ik mezelf mis hoe ik mezelf ervaar in omgang met de poolse mensen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf niet alleen te voelen als de poolse mensen in de buurt zijn, al is het maar tegenover me in een ander huis, waaruit voortvloeit dat ik mezelf alleen voel als de poolse mensen niet in de buurt zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb onderscheid te maken tussen een ervaring van poolse mensen en van nederlandse mensen om me heen, waarbij ik bij de nederlandse mensen mijn eigen ‘nederlandse’ cultuurstructuren ervaar en in omgang met de poolse mensen veel minder.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik de poolse mensen nodig heb om me vrij te voelen van mijn nederlandse structuren, in plaats van in te zien dat ik mezelf vrij kan maken in ieder moment, los van waar en met wie ik ben, door te schrijven, zelfvergevingen en zelfcorrecties toe te passen, en zolang ik poolse mensen nodig denk te hebben om me beter te voelen, vrij van de nederlandse cultuurstructuren, ben ik niet vrij in/als mezelf als leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn bewustzijn als nederlandse cultuurstructuren aan te trekken met veel nederlandse mensen om me heen, waarin ik mezelf nog als slachtoffer gedraag van de ander=de mind.

Als ik mezelf zie gedragen als slachtoffer in gedachtes en emoties van de ander=de mind als nederlandse cultuurstructuur, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik niet gelijk als mezelf sta waardoor en doordat ik me als slachtoffer blijf gedragen van mijn nederlandse programmering. Ik realiseer me dat ik me in deze programmering als niet gewaardeerd ervaar, alsof ik altijd iets moet doen of presteren om gewaardeerd te worden, wat ik in geen enkel moment heb ervaren in omgang met de verschillende poolse mensen. Ik realiseer me dat ik mezelf niet waardeer en iets buiten mezelf nodig heb om me gewaardeerd te voelen. Ik realiseer me dat waarderen het woord waarde in zich heeft, wat waarde als geld in/als de mind weergeeft. Poolse mensen zijn niet beter of slechter dan nederlandse mensen, het is mijn eigen waardesysteem wat gaat resoneren. Bij de poolse mensen hoef ik hier niet aan te voldoen, maar hoef ik tevens niet op te staan in mijn eigen bewustzijn, waardoor ik neig te gaan liggen alsof alles wel ok is, iets wat ik gereflecteerd zie in de poolse mensen om me heen en waar ik op reageer, oftewel ik zie mezelf want ik ga liggen in hun nabijheid; of zij gaan liggen weet ik niets van aangezien zij hun eigen proces wandelen.  Het zijn 2 uitersten van een polariteit: veel doen om gewaardeerd te worden of niets hoeven doen want het is al ok. In deze polariteit mis ik mezelf als Leven, en dus ervaar ik mezelf als alleen als eenzaam in plaats van Al(l)Een.

Ik stop mezelf als polariteit als veel doen en niets doen. Ik verbind mezelf met mezelf door in de adem aanwezig te zijn met een ieder die om me heen is, pools, nederlands of anders. Ik hoef me niet te bewijzen en ik hoef ook niet te gaan liggen. Ik adem, ik ben hier. In de adem zie ik wat nodig is om te staan in/als mezelf als aanwezigheid in aanwezigheid van een ieder. In de adem ben ik Al(l)Een; is er geen reden of ruimte tot eenzaamheid als toestand in/als de mind als afscheiding van mezelf.

www.desteniiprocess.com

www.equalmoney.org

www.eqafe.com/free

www.desteni.net

Dag 31 – Niets doen, vechten en vluchten.

Ik zat vanochtend met Casper het konijn op het aanrecht; hij zat op het aanrecht omdat hij op dit moment anti-biotica krijgt tegen blaasontsteking, iets waarvan ik zie dat hij het niet leuk vindt, zo’n spuitje met vloeistof in zijn mond. We doen dit al even, en hij zit er rustig bij. Er kwam een gevoel van plaatsvervangende kwetsbaarheid in me omhoog wat ik op hem projecteerde, omdat hij er ogenschijnlijk zo gelaten bij zat. Wat ik als een soort van ‘zielig’ bestempelde. mmm hier gaat iets niet gelijk, mijn emotie op hem projecteren. Hij zit daar gewoon, als zichzelf in het moment. En opeens zag ik, wat moet hij anders doen dan heel dicht in/als zichzelf blijven zitten in een moment waar hij iets ondergaat wat niet zo leuk is? Heel druk gaan reageren uit protest? Is het zielig om een en gelijk in/als zelf als Leven te blijven in ieder moment? En ik zag in mezelf, ik draai de boel om.

Ik ga heel veel reageren als ik iets niet leuk vind, dan wel van binnen dan wel van buiten, waardoor ik mezelf totaal verlam en belandt in het ‘niets doen’, voortkomende uit deze verlamming, niet in staat mezelf te bewegen.

In plaats van: als er een reactie in me opkomt, hier ‘niets mee doen’ als zijnde reageren, maar doorademen en de reactie stoppen en indien nodig zelfvergevingen toepassen. Zo verlam ik mezelf niet in een hoeveelheid aan reacties en kan ik bewegen als mezelf.

Ik ben totaal geprogrammeerd dat ik me moet verdedigen, vechten of vluchten. Waardoor ik mezelf juist kwetsbaar maak in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik moet vechten of vluchten om mezelf veilig te stellen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me verdrietig te voelen omdat ik geloof dat ik moet vechten of vluchten, en mijn hele leven ben gevlucht voor het vechten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat een relatie gebaseerd is op vechten, dat dit de relatie levend houdt, in plaats van in te zien dat een relatie niet levend gehouden hoeft/dient te worden aangezien dit energie genereert in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik iemand nodig heb die even sterk is als ik om mee te vechten, in plaats van gelijk te gaan staan als mezelf als die ik geworden ben, wat inhoudt dat ik ‘even sterk’ dien te zijn als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn hele leven met mezelf als mind heb lopen vechten, wat zich weerspiegelt in het vechten met de ander(=de mind).

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren bij het stoppen van de relatie in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het vechten met de ander en vervolgens dit overwinnen, intimiteit inhoudt, in plaats van in te zien dat dit intimiteit ervaren is via de ander=de mind, waardoor we afhankelijk blijven van de ander=de mind, wat op den duur omslaat in afwijzing van de ander=de mind, aangezien de mind leeft als polariteit. De ervaring van intimiteit komt voort uit het feit dat de ander dingen ziet die niet leuk zijn en toch blijft, waardoor we waardering ervaren via de ander, in plaats van onszelf te zien zoals we zijn en onszelf te vergeven, waarin zelf-intimiteit ontstaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb zoveel te reageren in/als de mind dat ik mezelf verlamd heb en beland ben in niets doen, in plaats van niets te doen met de reacties in/als de mind als zijnde reageren, en in plaats van reageren door te ademen en zelfvergevingen toe te passen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in deze reacties een emotioneel reactiepatroon ontwikkeld te hebben, waardoor ik nu geloof dat ik mezelf niet kan stoppen zodra dit reactiepatroon aangaat.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te ervaren als een reageerbuisbaby, niet in staat mezelf te stoppen in het reageren op de ander=de mind, machteloos overgeleverd aan de ander=de mind als een baby.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik machteloos ben overgeleverd aan de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn emoties te projecteren op Casper, waardoor hij wellicht blaasontsteking laat zien, ook al doe ik mijn best om mijn emoties in mezelf te houden als ik bij hem in de buurt ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bij Casper in de buurt mijn emoties direct te stoppen, en bij x in de buurt mijn emoties de vrije loop te laten.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn emoties bij x in de buurt de vrije loop te laten aangezien ik geloof dat dit gerechtvaardigd is omdat x zich ook voortbeweegt als mind-systeem, en ik geloof hier niet tegenop te kunnen als ik me niet voort beweeg als mind-systeem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf aan te passen aan de ander om me heen, dan wel aan de ander als leven, dan wel aan de ander als mind, waardoor ik Zelf niet constant ben als Leven maar afhankelijk van mijn omgeving.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik tegen een mind-systeem op moet kunnen, wat een vorm van vechten is, in plaats van het mind-systeem op te ruimen door het te stoppen in mezelf, waardoor ik er gelijk aan kan gaan staan in plaats van ertegen op te kunnen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb ertegenop kunnen te verwarren met gelijk gaan staan aan, waarin ertegenop kunnen is het proberen gelijk te worden als de ander, en het gelijk gaan staan aan is het gelijk worden als mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te definieren naar/als de ander (=de mind).

Als ik mezelf zie participeren in een gevecht in/als de mind, dan wel in mezelf, dan wel met de ander, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik aan het proberen ben gelijk te worden aan de ander om gelijkheid te bereiken, in plaats van gelijk te staan in/als mezelf, waarin ik geen gelijkheid hoef te bereiken als zijnde uitreiken naar gelijkheid buiten mezelf, maar waarin ik gelijk ben in/als mezelf in datgene wat ik op dat moment zie in mezelf, al dan niet met het toepassen van zelfvergevingen. Het heeft geen zin me te verdedigen aangezien ik in gevecht ben met mezelf als de mind, en het vechten geeft altijd een winnaar en verliezer, tussen welke ik blijf wisselen als ik het gevecht voortzet.

Ik stop het vechten in/als/met mezelf door het toepassen van zelfvergevingen op datgene waar ik tegen vecht in mezelf, wat betekent dat ik mezelf ervan heb afgescheiden, anders kan ik er niet tegen vechten.

Ik verbind mezelf met mezelf door te zien dat ieder gevecht een gevecht is in/als/met mezelf, wat mezelf de mogelijkheid geeft het gevecht in/als mezelf te stoppen.

Ik Adem. In ieder gevecht in/als/met mezelf.