Dag 299 – Zelfvergeving als Toegift aan jeZelf

Het is me de laatste tijd opgevallen hoe ik opzettelijk iets verkeerd aanpak, waarin ik met ‘verkeerd’ bedoel, op de automatische piloot zoals ik het altijd gedaan heb en waarin het, in het moment, lijkt of ik het weer zo moet doen, ook al is het allang een vervelende ervaring gebleken. De automatische piloot is hetgeen we altijd gedaan hebben zoals ons geleerd is en zoals dus is doorgegeven van generatie op generatie en/of zoals we onszelf aangeleerd hebben met een kleine ‘individuele’ verschuiving in het geleerde, als overlevingsmechanisme als aanpassing op wat we geleerd hebben.

Dit ‘weer zo doen’ levert altijd ergens energie op, welke meestal in eerste instantie een positieve energetische ervaring is, en welke achteraf – als ik inzie dat het verkeerd was en ik mezelf ‘aanval’ oftewel veroordeel op dit verkeerd doen – bestaat uit een negatieve energetische ervaring. En zo ben ik ten minste twee energetische ervaringen rijker.

Probleem:

Hoe langer ik dit doe, hoe meer de ervaring gaat spelen dat ik het niet meer kan stoppen, dat het ‘nu geen zin meer heeft’ dit te stoppen, want als ik eenmaal stop met deze reeks aan verkeerde handelingen, geef ik als het ware toe dat de de hele reeks handelingen die ik zo verricht heb in het verleden, ‘verkeerd’ was. En dat is nogal wat voor het ego als onderdeel van de geest, om in te zien en toe te geven. De hele geest vindt het geen goed plan dit toe te geven, want dit inzien is het begin van het einde van het bestaan van onszelf in/als de geest in/als energie, welke zich afkeert van de fysieke werkelijkheid en welke dus alles verkeerd om voorschotelt.

Dit toegeven is eigenlijk een toegift aan zelf. Want het bestaan in en als de geest, is gelimiteerd. De geest is afhankelijk van het fysiek om te overleven, dus de geest zal nooit zelfstandig kunnen bestaan, en dus kunnen we in de geest, participerend in positieve, neutrale en negatieve energie, nooit opstaan in en als eenheid en gelijkheid als onsZelf als Leven. Maar aangezien we onszelf gedefinieerd hebben als de energie in en als de geest, en hiermee gefuseerd zijn, samengesmolten, denken en geloven we dat ons bestaan afhangt van energie in en als de geest, en zullen we er ‘automatisch’ alles aan doen om onszelf in en als de geest in leven te houden.

Dus toegeven dat we het ‘verkeerd’ gedaan hebben, nee, dat is niet iets wat we snel zullen doen.

En dat is precies wat zelfvergeving inhoudt: een toegift aan onszelf, een teruggeven van onszelf als leven aan onszelf, door te begrijpen, in te zien en te realiseren dat we het verkeerd gedaan hebben en onszelf dit te vergeven.

De schrikbarende boodschap hierin: we hebben niet ‘iets’ verkeerd gedaan, we hebben alles verkeerd gedaan, omdat ons startpunt van hoe we tot nu toe geleefd hebben, in en als de geest is, dus verkerend in een omgekeerde werkelijkheid, dus verkerend in een illusie, welke een illusie op aarde voortbrengt.

Deze illusie bestaat in ongelijkheid, aangezien het is voortgebracht in en als de geest, welke in en als energie bestaat en dus in en als polariteit – een plus en een min – want alleen in polariteit kan de geest heen en weer bewegen tussen de plus en de min als ongelijkheid, en dus in een illusie van beweging als leven verkeren, en om de polariteit in stand te houden – plus en min – en in de geest te kunnen blijven verkeren, moeten we het dus ‘verkeerd’ blijven doen.

Hierin is deze toegift, dit toegeven en dus vergeven van onszelf, de enige werkelijke en blijvende oplossing om in en als onszelf tot leven te komen, en om in dit startpunt als leven, in eenheid en gelijkheid als leven, een leven op aarde voort te brengen.

Vroeg of laat zullen we allemaal deze lange weg ‘terug’  in moeten zien. En zoals op het station Utrecht groot op de muur geschreven staat, als iets wat we allemaal weten:

Hoe verder ik weg ga, hoe langer de terugweg is.

En ver weg, dat zijn we.

Conclusie:

De wereld waarin we leven bestaat uit een Opzettelijk Verkeerd Gemanifesteerde Werkelijkheid om onszelf, bestaande  in en als energie in polariteit in de geest, in leven te houden, ten koste van het fysieke leven waarvan de energie afhankelijk is voor brandstof. De brandstof is vrijwel op, het fysieke lichaam – aarde, mens, dier, plant – is uitgeput.

Oplossing:

Individueel:

* Schrijven, om onszelf Hier te halen in de fysieke werkelijkheid en te zien in wie we zijn geworden in en als deze afkeer en afscheiding, zodat we op wat we zien in en als onszelf, zelfvergevingen kunnen toepassen en zo verantwoordelijkheid nemen voor onszelf hierin.

* De toegift aan onszelf welke start in de Zelfvergeving van onszelf in participatie en definitie in en als de geest, in afkeer/afscheiding van de werkelijkheid als het Fysieke Leven op Aarde.

* Zelfcorrecties in de vorm van het schrijven van zelfcorrigerende uitspraken en zelfcorrigerende doelstellingen als handleiding om onszelf te veranderen na het vrijmaken en verantwoordelijkheid nemen in en met de zelfvergevingen.

* Het werkelijk fysiek leven van deze zelfcorrecties; alleen als we de verandering werkelijk leven, zal verandering plaatsvinden in de wereld.

Er is een gratis online cursus waarin de basisprincipes geleerd en toegepast kunnen worden:

Desteni I Process Lite (ook in het Nederlands met Nederlandstalige buddy beschikbaar via inlog op de Engelse site)

Wereldwijd:

Het is nodig dat er gezorgd gaat worden voor een Leefbaar Inkomen voor iedereen zodat van hieruit het proces verder gewandeld kan worden tot in eenheid en gelijkheid voor al het leven. Een voorstel hiertoe is aanwezig:

Leefbaar Inkomen Gegarandeerd

Living Income Guaranteed

Alleen als de noodzaak tot overleving, welke ons in de geest vasthoudt, ophoudt te bestaan, is ieder mens in staat om het innerlijk proces van en tot zelfcorrectie te wandelen.

LIGBeloning:

De Toegift van Onszelf als Leven in Eenheid en Gelijkheid, waarin de constante angst tot tekortkoming verdwijnt, waarin voldoende voedsel, water, huisvesting, gezondheidszorg en educatie is voor een ieder, waarin wordt samengeleefd in harmonie met dier, plant en aarde, waarin van elkaar geleerd wordt – werkelijk geleerd, dus praktisch toepasbaar in de fysieke werkelijkheid – zonder vorm van competitie, dus zonder angst voor verlies en vergelijking maar in ondersteuning van elkaar in gelijkheid.

Klinkt dit als een onhaalbare Utopie?

Zover zijn we dus heen, oftewel, heen als afwezig als verdwenen in de geest, en de weg terug is zo lang dat we deze niet meer zien en niet meer willen zien  – waarin de ‘de weg terug’ niet werkelijk een weg terug is maar het deconstrueren van onszelf als wat we in en als onszelf in de geest hebben toegestaan in het verleden als het wandelen van een Oplossing.

Het de enige manier als Werkelijke en Blijvende Oplossing.

Een ieder weet dit heel diep in zichzelf.

De vraag is: ben je zelfoprecht genoeg om dit toe te geven?

Wees onderdeel van de Oplossing en start de wandel in jezelf, want de Oplossing begint en ligt in en als jezelf.

(Klik op de afbeeldingen voor gerelateerde links; thanks!)

————————————————————————————————————————————-

Proces van zelfverandering:
www.desteniiprocess.com
www.lite.desteniiprocess.com  GRATIS ONLINE CURSUS MET BUDDY
Mogelijkheid tot wereldverandering met gelijke kansen voor ieder-een:
www.equalmoney.org
Proces van relatie naar agreement:
www.desteniiprocess.com/courses/relationships
Zelfeducatie waarin financiele ondersteuning voor een wereld in gelijkheid:
www.eqafe.com
Zelfeducatie free:
www.eqafe.com/free
www.desteni.net
Journey to Life:
7 jaar dagelijks schrijven
7 jaar dagelijks schrijven – Dag 1 – Van ziel naar Leven
http://www.facebook.com/groups/journeytolife/
video: 2012: Nothingness – The 7 year process Birthing Self as Life
De Desteni Boodschap – Wat doen we ermee?
https://ingridschaefer1.wordpress.com/2013/02/13/dag-235-de-desteni-boodschap-wat-doen-we-ermee/

Desteni Artists

Dag 34 – Weg van jou – LOVE

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weg van jou te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het fijn te vinden om weg te zijn van jou, wat betekent dat ik weg van mij ben, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weg te zijn van mij en het fijn te vinden weg te zijn van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het fijn te vinden om weg te zijn van mij, in plaats van in te zien dat ik het nooit als mijzelf als Leven geweest ben, en dus moet ik het fijn vinden om weg te zijn van mij wat ik ken als mezelf wat mezelf is als mijn mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een ander nodig te hebben om weg van mij te kunnen zijn om me beter te voelen dan…..dan wat?

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten waarom ik me beter voel als ik weg ben van mij als de mind door middel van het zijn bij/met een ander als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf af te leiden van mezelf als mind door weg te zijn van mij in het weg zijn van de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen zien dat dit weg zijn van jou een weg zijn is van de ander=de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat het gevoel van weg van jou zijn echt is, in plaats van in te zien dat zolang ik het niet aan kan raken, het niet echt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weg te zijn van iets wat ik niet kan aanraken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet weg te mogen zijn van jou van mezelf, uit angst dat ik mezelf kwijtraak, waarmee ik het weg zijn van jou in stand houd door het niet te mogen en het dus te laten voor wat het is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het weg zijn van jou te willen laten voor wat het is, namelijk participatie in/als de mind in een illusie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te willen zien dat het weg zijn van jou in/als de mind een illusie is, uit angst dat je dan nooit meer terug komt, in plaats van in te zien dat het weg zijn van jou in/als de mind in angst deze angst juist versterkt en creeert door participatie in/als de mind (=bewustzijn=angst).

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb datgene waar ik bang voor ben als jij die niet terugkomt, te creeren door er bang voor te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat je niet meer terugkomt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het terugkomen van jou te koppelen aan angst, en dus vergeef ik mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn voor mezelf als angst als bewustzijn als creator van het bewustzijn .

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niets liever te willen dan weg te zijn van jou en jij van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niets liever te willen horen dat jij weg bent van mij, wat ook letterlijk zo is, je bent weg van mij als zijnde niet Hier aanwezig.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb weg te zijn van elkaar, waardoor we niet hier zijn en ook niet samen aanwezig in het fysiek, aangezien we weg zijn van elkaar.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien hoe onmogelijk het is om weg te zijn van elkaar, aangezien er niets mogelijk is als we fysiek niet aanwezig zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het als veilig te ervaren om weg te zijn van jou en jij van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf veilig te stellen in/als de mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb onrustig te slapen doordat ik weg ben van jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb geen honger te hebben doordat ik weg ben van jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb dus niet voor mezelf in het fysiek te zorgen doordat ik weg ben van jou en hierin van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik kan en wil leven op de energie van weg zijn van jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn fysiek op te eten doordat ik weg ben van jou en hierin weg van mezelf, in plaats van mezelf fysiek te voeden met ondersteunend tastbaar voedsel.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb liever weg te zijn van jou dan in/als Zelf Hier aanwezig te zijn in het fysiek.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alleen aanwezig te willen zijn in het fysiek als ik fysiek met jou samen ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te gaan glunderen bij een gedachte aan een samenzijn met jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb graag te participeren in een gedachte aan een samenzijn met jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb het leuk te vinden om weg te zijn van jou, zolang ik weet dat jij ook weg bent van mij.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig te worden als ik niet meer weet of je weg bent van mij, aangezien ik ondertussen weg ben van mezelf in het weg zijn van jou, en dus mezelf mis wat een ervaring  van verdriet geeft.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te creeren door moedwillig weg te zijn van jou en hierin van mezelf.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik alleen in/als mezelf in het fysiek aanwezig kan zijn als ik bij jou fysiek aanwezig ben, wat me afhankelijk maakt van jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me graag afhankelijk te willen maken van jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een roes te ervaren van het weg zijn van jou.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de roes die ik ervaar van het weg zijn van jou wel lekker te vinden.

Als ik mezelf zie verdwijnen in een gedachte of roes in het weg zijn van jou, dan stop ik, ik adem. Ik adem, en spreek hardop tegen mezelf dat ik Hier ben; ik spreek hardop uit wat ik fysiek aan het doen ben. Ik pak mezelf vast om mezelf hier te brengen in het fysiek. Ik adem, en voel het eventuelel verdriet dan wel eventuele opwinding wat ik tegenkom bij het terug aanwezig zijn in mijn fysiek. Ik zie in mezelf wat het verdriet veroorzaakt of wat de opwinding veroorzaakt. Ik pas zelfvergevingen toe indien nodig, en adem door de emoties en gevoelens heen. Ik ga door met wat ik Hier fysiek aan het doen ben.

Ik realiseer me dat ik zo weg ben van jou, uit angst dat je weg gaat van mij. Ik realiseer me dat je niet bij mij kunt zijn als ik weg ben van jou en hierin van mezelf, aangezien er dan niemand aanwezig is om bij aanwezig te zijn.

Ik stop mezelf afhankelijk te maken van jou in het weg zijn van jou waarin ik weg ben van mezelf. Ik stop met het weg zijn van jou waarin ik weg ben van mezelf. Ik stop met dromen van jou waarin ik weg ben van jou en hierin weg ben van mezelf. Ik realiseer me dat het weg zijn van jou me niet dichter bij jou brengt en ook niet bij mezelf.

Ik adem, ik ben Hier.

Ik verbind mezelf met mezelf door in mijn fysiek aanwezig te zijn in wat ik op het moment aan het doen ben. Adem voor adem.

http://www.desteniiprocess.com/courses/relationships

http://www.equalmoney.org

http://www.desteni.net

http://www.eqafe.com/free

Dag 18 – Hij is weg (mijn reden van bestaan)

Weg weg weg. Ik ben bang dat hij weg gaat, dat hij niet meer terug komt. Dat hij niet weg gaat, mijn reden van bestaan is weg. de weg die we lopen, weg lopen, terugkomen. Weg sturen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander (= de mind) tot reden van mijn bestaan te maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander weg te sturen en weer terug te laten komen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander weg te sturen als het me niet zint hoe hij zich gedraagt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me schuldig te voelen dat ik de ander weg stuur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdrietig te zijn dat de ander weg is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eigen mind niet te kunnen stoppen en daarvoor moet de ander weg.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik niet zonder de ander kan leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alleen te zijn zonder de ander, en met de ander dus blijkbaar niet, waardoor de ander steeds weg moet omdat ik niet alleen kan zijn als de ander er is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat er iets leuks aan mijn mind is, en nu dat niet zo blijkt te zijn, ervaar ik verdriet.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb verdriet te ervaren omdat er niets leuks aan mijn mind is en ik de ander dus voor niets heb weg gestuurd.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mijn eigen mind te geloven dat het nodig is om de ander weg te sturen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf niet te kunnen vergeven dat ik de ander weg stuur.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven en het gevoel te hebben dat ik alles kwijt raak wat me lief is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat wat me lief is echt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat het te laat is, dat ik het verpest heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat ik de ander de afgrond in dus omdat ik niet een en gelijk als zelf kan staan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb eerst een soort van vertrouwen te scheppen bij de ander om de ander vervolgens weg te sturen omdat ik het toch niet aan kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb me schuldig te voelen over het feit dat ik het toch niet aan kan.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf te overschatten door de situatie in te schatten vanuit de mind, en vanuit de mind een toekomst projectie te maken.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander leuk te vinden maar toch moet hij weg want als hij zo doet kan ik niet met hem leven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een voorwaardelijkheid te creeren voor het wel of niet hier mogen zijn van de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de weg kwijt te raken in de ander.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb steeds een positiviteit te creeren waarna een negativiteit volgt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander weg te sturen en vervolgens hoop dat de ander terug komt zodat ik me niet schuldig hoef te voelen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf onaanvaardbaar gedrag te vinden vertonen, en ondertussen ben ik steeds bezig in de mind met het zoeken van redenen en rechtvaardigingen voor mijn gedrag.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb mezelf als te beoordelen op mijn gedrag en ondertussen te doen alsof ik van de ander alles goed vind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb alles goed te vinden van de ander omdat ik bang ben dat hij weggaat, wat resulteert in een constant wegjagen van de ander omdat ik lieg tegen mezelf als de ander hier is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te kunnen stoppen met liegen als de ander hier is, in plaats van zelf hier te zijn een en gelijk als de adem.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet hier te kunnen zijn als de ander hier is aangezien deze plek al bezet is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat er maar 1 plek hier beschikbaar is doordat er constant oorlog is over de energieverdeling.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb oorlog te maken over de energieverdeling en vervolgens te geloven dat deze echt is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb pijn in mijn hart te hebben dat ik de ander heb weggestuurd terwijl het regent en hij in de war is.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te schrikken van het gedrag van de ander (= de mind).

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te schrikken van het gedrag van mezelf als mind.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb de ander zo graag hier te willen laten zijn maar dat het telkens mislukt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb telkens te laten mislukken wat ik wil.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat dat wat ik wil toch niet lukt.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een verlangen te willen vervullen gecreeerd uit wat ik wil.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat ik moet doen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet hier te willen zijn als dit niet is opgelost, in plaats van in te zien dat ik het alleen kan oplossen als ik hier ben, en op deze manier los ik dus niets op.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat ik iets op moet lossen, in plaats van in te zien dat ik hier kan zijn en zelf de oplossing ben.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te zien hoe ik de oplossing ben.

Als ik mezelf zie participeren in paniek voortkomend uit de vraag of ik het wel of niet goed heb gedaan, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik nog geloof in een goed en fout, en hieruit voortkomend nog zoek naar een goed of fout in/als de mind, en hiermee dus een deel van de mind wil behouden.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb een deel van de mind te willen behouden als zijnde ik heb het goed (God) gedaan.

Ik sta mezelf niet toe deel te nemen aan een gesprek in de mind over goed en fout; in plaats hiervan stop ik met participatie in dit gesprek, ik stop het gesprek in mijn hoofd. Ik adem in en voel mijn voeten op de grond. Dit gesprek leidt tot niets dan verwarring, en verwarring zal zich weerspiegelen om mij heen en mij beinvloeden zolang ik participeer in deze verwarring.

De hele mind is backchat; hierin zag/zie ik (tijdens een gesprek met Sylvie) dat positiviteit in/als de mind niet werkelijk bestaat. Hiermee kan ik de mind stoppen, zie ik de reden om de mind te stoppen. Ik creeer niets dan verwarring in/als de mind, in mijzelf en in de ander.

Ik verbind mijzelf met mezelf door de backchat als de mind te stoppen in zijn totaliteit.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb niet te weten wat ik hier moet doen als ik de backchat in zijn totaliteit stop.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb druk te zijn met mijn backchat waardoor ik geen tijd heb om hier aanwezig te zijn.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn om hier aanwezig te zijn zonder mind/backchat; zonder de ander(=de mind) om me mee bezig te houden, dan wel met de mind van de ander, dan wel met het richten van mijn backchat op de ander, dan wel met het stoppen van mijn backchat die ik heb als reactie op de aanwezigheid van de ander.

De ander is weg betekent de ander is in de mind, weg van hier, en om bij de ander te zijn wil ik ook in de mind blijven toeven.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb in de mind te willen blijven toeven om bij de ander te kunnen zijn.

Als ik mezelf zie participeren in schuldgevoel, verdriet, herinneringen, validaties, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat het allemaal bestaansredenen zijn in/als de mind, waarmee ik mezelf als mind in leven wil houden. Het volgen van welke weg dan ook in/als de mind als het volgen van een gedachte, gevoel, emotie of herinnering leidt tot verwarring en verstrikking in de mind. Ik stop; ik adem; ik schrijf.

Als ik mezelf zorgen zie maken over de ander of me voor probeer te stellen hoe het met de ander gaat, dan stop ik, ik adem. Ik realiseer me dat ik de ander met rust moet laten, dat de ander er niets aan heeft als ik me met hem bezig houd in/als de mind. Ik creeer hoogstens nieuwe verwarring. Alhoewel ik het niet begrijp hoe deze situatie kan verbeteren, zie ik dat participatie in/als de mind in deze situatie niets oplost. Dit is wat ik kan doen om meer helderheid te krijgen: stoppen met nadenken over de ander en de situatie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb te geloven dat en te proberen om de situatie te verbeteren, welke de situatie alleen maar ‘verslechtert’ door de verwarring die ik creeer in mezelf, in de ander, in de situatie.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf heb toegestaan en aanvaard heb bang te zijn dat we het niet redden samen. Als ik participeer in de angstgedachte dat we het niet redden samen dan stop ik, ik adem. Ik en de mind gaan het niet redden samen, dat staat vast. Ik stop de emoties die ik gecreeerd heb voortkomend uit het vestigen van hoop op iets buiten mij. Ik pas zelfvergeving toe op de emoties die opkomen en realiseer me dat die niet in 1 moment ‘weg’ zijn aangezien ik ze lange tijd heb gecreeerd; ik laat mezelf niet in de steek door ervan weg te lopen. Ik blijf bij mezelf in ieder moment, en als ik weg ben kom ik direct weer terug naar Hier.

Ik verbind mezelf met mezelf door direct weer terug te komen naar mezelf Hier als ik merk dat ik weg ben van mezelf als de ander in/als de mind.